Miljardenverlies bij Shell na afblazen grote projecten

Het staken van grote projecten in Alaska en Canada en lage olieprijzen drukken de resultaten.

Oud Shell-logo tijdens een historisch motorfestival in het Zuid-Engelse Chichester, eerder dit jaar.

Het heeft even geduurd, maar in het afgelopen kwartaal zijn de gevolgen van de lage olieprijzen voor de grote oliemaatschappijen pijnlijk duidelijk geworden. Het Britse BP en het Noorse Statoil kondigden deze week ingrijpende bezuinigingen aan om het hoofd te kunnen bieden aan de prijsdaling van ruim 110 dollar naar nog geen 50 dollar per vat in een jaar tijd. Ook Shell zet het mes in zijn activiteiten. Het bedrijf moest gisteren een regelrecht verlies melden.

In het derde kwartaal boekte de Nederlands-Britse multinational een negatief resultaat van 6,1 miljard dollar (5,5 miljard euro). In termen van brutoresultaat, voor belasting, was het zelfs 9,1 miljard dollar. Het verschil met een jaar geleden is duizelingwekkend. Toen maakte de oliegigant nog een winst van ruim 8 miljard dollar, een verschil van ruim 17 miljard dollar.

Het negatieve kwartaalresultaat is een direct gevolg van de bijna 8 miljard dollar die het bedrijf heeft afgeschreven op diverse projecten. Topman Ben van Beurden noemde ze in een toelichting gisteren „moeilijke besluiten met grote gevolgen”.

Dat was in de eerste plaats het project in Alaska, dat in september werd afgeblazen. De pogingen om in de Chukchi-zee olie aan te boren, hadden onvoldoende opgeleverd. Nadat deze zomer, ondanks hevige protesten van milieuactivisten, de eerste proefboring was verricht, bleek de put onvoldoende olie te bevatten.

Shell heeft in het derde kwartaal ruim 2,5 miljard dollar moeten afschrijven op het project. In theorie blijven de opsporingsvergunningen nog tot 2020 geldig. Maar het lijkt op dit moment onwaarschijnlijk dat de oliemaatschappij daar nog aan de slag gaat.

Van Beurden zei gisteren rekening te houden met een langdurig lagere olieprijs, wat de peperdure productie in het Poolgebied voorlopig onwaarschijnlijk maakt. De Amerikaanse regering heeft bovendien besloten de vergunningen na 2020 niet te verlengen, wat ook exploratie op lagere termijn uitsluit.

Teerzand

Een tweede grote afschrijving, van ruim 2 miljard dollar, betreft de aanleg van het Carmon Creek teerzand-project in Canada. Wat niet betekent dat Shell helemaal ophoudt met de – eveneens door milieuorganisaties sterk bekritiseerde – productie van olie uit teerzanden in Canada. Al bestaande projecten gaan gewoon door, stelt analist Jos Versteeg van Theodoor Gilissen.

Een andere grote afschrijving – ongeveer de helft van de totale afschrijvingen – betreft een herziene berekening van toekomstige opbrengsten als gevolg van de verwachte aanhoudend lage olieprijs.

Toch betekenen de kwartaalcijfers niet alleen slecht nieuws, meent analist Versteeg. Hij wijst erop dat de tegenvallende resultaten bij de winning van olie en gas voor een groot deel gecompenseerd worden door hogere opbrengsten uit de verkoop van olieproducten. Door de lage olieprijs maken raffinaderijen juist weer betere winsten. Dat maakt dat de kasstroom „goed” blijft, aldus Versteeg.

Hij stelt dat Van Beurden „eieren voor zijn geld heeft gekozen” door scherpe keuzes te maken. Onderdeel van die keuze is ook de megaovername van de Britse BG Group voor 70 miljard dollar. Van Beurden noemde de deal, die naar verwachting begin 2016 zal worden afgerond, gisteren een illustratie van de nieuwe focus van Shell op „minder projecten, die wel winstgevender zijn”. Het gaat vooral om gas- en oliewinning op zee vanaf boorplatforms en om LNG-projecten (vloeibaar gas).