Midden-Oosten is straks te heet om te wonen

Als de wereld CO2 blijft uitstoten, worden delen van het Midden-Oosten nog deze eeuw onbewoonbaar, waarschuwen experts. Dat kan leiden tot hevige conflicten en tot een nieuw soort migrant: de klimaatvluchteling.

Een Syrische jongen speelt voetbal in Mafraq, Jordanië, nabij de Syrische grens. De regio wordt steeds droger. Muhammed Muheisen/AP

Deze zomer, op de laatste dag van juli, was de gevoelstemperatuur in de Iraanse stad Bandar-e Mahshahr bijna 73 graden Celsius. De werkelijke temperatuur was ongeveer 46 graden, maar door de grote luchtvochtigheid voelde het veel warmer aan. Onder die omstandigheden is het lichaam nauwelijks nog in staat om warmte af te geven door te zweten. Grote inspanningen zijn – letterlijk – levensgevaarlijk. Het beste is binnenblijven. Tenminste: als je beschikt over airconditioning.

De temperatuur in het Midden-Oosten stijgt door klimaatverandering. In het gebied rond de Perzische Golf gaat die stijging bovendien gepaard met een toenemende luchtvochtigheid.

Volgens onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT), kunnen delen van de regio daardoor onbewoonbaar worden. In hun gisteren verschenen artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Climate Change schrijven ze dat dat moment weleens veel eerder zou kunnen komen dan ze tot nu toe dachten. Niet pas over tweehonderd jaar, maar al deze eeuw.

De onderzoekers gaan daarbij uit van een business-as-usual-scenario, waarin de uitstoot van broeikasgassen ongebreideld doorgaat en de opwarming die daarvan het gevolg is dus niet wordt vertraagd. Een scenario dus waarin landen er op de klimaattop in december in Parijs en in de jaren daarna niet in slagen serieus afspraken te maken over het terugdringen van broeikasgassen.

Relatie tussen oorlog en klimaat

Nu de grote lijnen van de opwarming zelf amper nog ter discussie staan, richt de klimaatwetenschap zich steeds meer op de gevolgen daarvan, ook regionaal. Het leidde dit voorjaar tot een artikel in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS), over de relatie tussen de burgeroorlog in Syrië en klimaat. Het geweld in Syrië volgde op een periode van hardnekkige droogte, tussen 2006 en 2011. De onderzoekers concluderen dat zo’n langdurige droogte past in een langjarige trend. Het is meer dan de grilligheid die nu eenmaal hoort bij het weer. Het is een verandering van het klimaat.

Dat had in het geval van Syrië niet meteen zulke dramatische consequenties hoeven hebben. Ware het niet dat Hafez al-Assad, de vader van de huidige leider, een rampzalig landbouwbeleid voerde. Hij had het idee dat er met graan en vooral katoenteelt veel geld te verdienen viel. Dat daarvoor veel meer water nodig was dan waarover het land beschikte, interesseerde hem kennelijk niet. De dramatische gevolgen daarvan werden pas voelbaar toen er maar geen einde kwam aan de droogte. Boeren konden niet anders dan het water uit steeds meer en steeds diepere putten naar boven halen. En toen dat water op raakte, verlieten ze en masse het platteland.

Meer dan een miljoen mensen hoopten in steden als Aleppo en Homs werk te vinden. Dat was er niet. Hun uitzichtloosheid leidde tot toenemende frustratie en tot het gooien van stenen. Het vormde het begin van de geweldsspiraal.

Het nieuwe van het verhaal in PNAS is de stelligheid waarmee die langdurige periode van droogte wordt beschreven als klimaatverandering. Dat betekent nog steeds niet dat klimaatverandering ook de oorzaak was van de burgeroorlog. Maar wel dat klimaatverandering fungeerde als een katalysator die het falende beleid van Assad versterkte.

Ecologische crisis in Darfur

De situatie in Syrië is niet de enige waarin klimaatverandering in verband wordt gebracht met maatschappelijke conflicten en vluchtelingen. Volgens sommigen was de oorlog in de Soedanese provincie Darfur vanaf 2003 het gevolg van „een ecologische crisis die in ieder geval deels werd veroorzaakt door klimaatverandering”, zoals secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties het in 2007 formuleerde.

Ook de Duitse sociaal psycholoog Harald Welzer, auteur van het boek Klimakriege, beschouwt Darfur als een van de eerste klimaatoorlogen. In een opiniestuk in NRC Handelsblad schreef hij in 2009: „Het is nauwelijks voorstelbaar dat wat tot nog toe een zaak was van meteorologen, zeebiologen en gletsjeronderzoekers, thans culturele catastrofes als de ineenstorting van hele systemen, burgeroorlogen en zelfs genocide tot gevolg zou kunnen hebben.”

Een explosieve mix

Destijds vonden veel wetenschappers dat Welzer overdreef. En nog steeds durven de meesten geen direct verband te leggen tussen klimaat en conflict. Maar er is wel een kentering. Zo schreef het Center for American Progress in 2013 in het rapport The Arab Spring and Climate Change dat het te ver gaat om te stellen dat klimaatverandering heeft geleid tot de revoluties in de Arabische wereld, maar dat daardoor wel „een explosieve mix” ontstaat die andere sociale stressfactoren licht ontvlambaar maakt.

In augustus van dit jaar waarschuwde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry op een conferentie over het Arctisch gebied dat het niet lang meer zal duren voordat de wereld zal worden geconfronteerd met klimaatvluchtelingen: „U denkt dat de huidige migratie als gevolg van extremisme een uitdaging is voor Europa. Wacht maar tot u ziet wat er gebeurt als ergens geen water meer is, geen voedsel, of als de ene groep de ander bestrijdt uit pure overlevingsdrang.”

En de Franse president François Hollande, gastheer van de klimaattop in Parijs, zei onlangs in een toespraak dat de wereld heel snel maatregelen moet nemen, anders „zullen we in de komende twintig tot dertig jaar niet meer te maken hebben met honderdduizenden vluchtelingen, maar met miljoenen”.

Eerder dit jaar lieten de G7, de organisatie van zeven rijkste industrielanden, een onderzoek doen naar ‘klimaat en kwetsbaarheid’. De G7 onderschrijven de conclusie van A New Climate for Peace, namelijk dat klimaatverandering een bedreiging is voor de veiligheid: „We moeten snel handelen om het toekomstige risico voor de planeet die we delen en de vrede die we zoeken te beperken.”

Volgens het rapport zal klimaatverandering zowel leiden tot andere migratiepatronen als tot een groter aantal mensen dat op drift raakt: ‘Terwijl migratie een effectieve manier kan zijn om met klimaatstress om te gaan, zou het toenemende aantal mensen dat door de gevolgen van klimaatverandering in beweging komt, kunnen leiden tot plaatselijke en regionale instabiliteit als migratie en herhuisvesting slecht worden georganiseerd.’

Verschillende cijfers immigratie

Volgens Frank Biermann, eerder deze maand benoemd tot hoogleraar Global Sustainability Governance aan de Universiteit Utrecht, circuleren er in de wetenschappelijke literatuur verschillende cijfers over het aantal mensen dat in de toekomst emigreert omdat klimaatverandering de leefbaarheid in een gebied aantast. Veel hangt volgens hem af van de manier waarop klimaatverandering wordt aangepakt en of de wereld in staat is zich aan de veranderingen aan te passen.

In een interview met de website InsideClimate News, zei Biermann vorige maand: „Klimaatverandering kan alle vluchtelingencrises vergroten en nieuwe crises creëren. Er is geen een-op-eenrelatie tussen mensen die vertrekken en klimaatverandering. Het is altijd verbonden met andere factoren – economische, sociale, politieke en religieuze – maar alle factoren die bijdragen tot een burgeroorlog en tot migratie, kunnen worden versterkt door klimaatverandering.”