Invasieve exoten

Uit pure onmacht heb ik besloten voorlopig maar even weg te kijken van alle vluchtelingenellende. Praktisch gezien komt het er op neer dat ik niet meer de hele dag op mijn telefoon, computer of in de krant zit te turen, maar de vogels in mijn Blijdorpse achtertuin ben gaan observeren. En daar ontdekte ik deze week nieuwe bewoners: halsbandparkieten. Een kleine, luidruchtige papegaaiensoort met felle kleuren. Er wordt wel beweerd dat het agressieve dieren zouden zijn, die de nesten inpikken van inheemse soorten als de boomklever en de specht, maar bewezen is het nooit. Al tientallen jaren geleden zou een groep uit Afrika op Schiphol uit een kooi zijn ontsnapt en zich hebben gevestigd in Randstedelijke stadsparken, ook in Rotterdam. Met honderden tegelijk overnachten ze al jaren in een boom in Overschie, maar nooit eerder zag ik ze in mijn achtertuin.

De halsbandparkiet is een ‘invasieve exoot’. Een term die ik niet zelf heb bedacht, maar die komt van een club van Nederlandse natuurgekkies die zich het Platform Stop Invasieve Exoten noemt. Ze strijden tegen alle dieren en planten die hier oorspronkelijk niet thuis horen, zoals de nijlgans, de reuzenberenklauw en dus ook de halsbandparkiet.

Ik had er nog nooit van gehoord, maar kreeg het twee zomers geleden met ze aan de stok toen het platform had ontdekt dat ik levende krekels in mijn achtertuin had uitgezet. Na mijn vakantie in Griekenland had ik – om nog even in de vakantiesfeer te blijven – een doosje van dit levende reptielenvoer bij de dierenwinkel gekocht en er een stuk of 20 in de tuin losgelaten. Ik had er trots een tweet over gestuurd die door het Platform per toeval was onderschept, waarna ze me verlinkt hebben bij het team ‘handhaving flora-en faunawet’ van het ministerie van Landbouw. Binnen een week lag er een dikke brief op de mat waarin ik uitvoerig werd gewezen op mijn strafbaar handelen. Er hing mij een fikse boete boven het hoofd. De krekels moesten worden „teruggevangen” en het ministerie wilde onderzoeken om welke uitheemse soort het mogelijk ging. Toen het na onderzoek bleek te gaan om de „onschuldige” huiskrekel was het gevaar voor een bijbelse plaag geweken en liep het verhaal met een sisser af.

De krekels hebben de winter helaas niet overleefd, maar de halsbandparkiet wordt in de tussentijd flink verwend. Ook mijn bovenbuurvrouw (al net zo’n Gutmensch) doet er alles aan om de invasieve exoot welkom te heten, met dagelijks verse pindaslingers aan haar balkon. Kom maar op met die invasie, zeggen wij. We kunnen het aan.