‘In plaats van een moersleutel hebben ze nu een computer in hun handen’

Cor van Bambergen in zijn eenmansgarage in de Jordaan. Als hij op verzoek een tweede check doet vindt hij vaak niks: „Zo’n man wordt gewoon besodemieterd.” Foto rien zilvold

Het gebeurt Cor van Bambergen (65) geregeld. Dan komt er iemand bij zijn garage met een afgekeurde auto. Kapotte remschijven bijvoorbeeld. Een monteur heeft tegen de klant gezegd dat het 800 euro kost. Van Bambergen doet een tweede check en vindt vaak niks. „Zo’n man wordt gewoon besodemieterd”, vindt Van Bambergen.

Een slechte ontwikkeling voor het vak, vindt hij. Een vak dat Van Bambergen sinds 1982 beoefent in zijn Garage De Linde op de Lindengracht in de Jordaan. Het is één van de laatste particuliere garages midden in het Amsterdamse centrum. In totaal kent Amsterdam zo’n 200 garages. Dat lijkt veel, maar de meeste daarvan zitten aan de rand van de stad, of weggedrukt op een industrieterrein. De afgelopen jaren zag Van Bambergen veel andere buurtgarages verdwijnen. Ze werden uitgekocht en veranderden in winkels of dure woonpanden.

Garage De Linde is een garage zoals je die in films ziet, tussen woonhuizen ingedrukt, met een ouderwets gevelbord en plek voor maar twee auto’s. Veel ruimte is er ook niet nodig: Van Bambergen werkt alleen, en met het lekkere weer zit hij vooral buiten. Als gezelschap heeft hij de bijna 90-jarige Willem, die elke dag naar binnen schuifelt en verantwoordelijk is voor de koffie. En dan is er de buurman nog, die af en toe „een harinkie” komt brengen.

Van Bambergen vindt zijn eigen garage „groot zat”. En als kleine garage is de locatie zijn grote troef. „In de winter gaat de auto bij mensen in de wijk kapot. Dan ben ik het dichtstbij.” Mensen waarderen het persoonlijke contact ook. Niet drie receptionisten waar je langs moet voor je een keer bij een monteur komt, maar „gewoon Cor, zoals elk jaar”.

Het persoonlijke contact is belangrijk, zeker ook omdat schadeherstelbedrijven de laatste tijd dus nogal een dubieus imago hebben. Het televisieprogramma Rambam toonde onlangs hoe sommige bedrijven liegen over reparatiekosten. Vorig jaar publiceerde het Verbond van Verzekeraars onderzoek waaruit bleek dat bij bijna één op de tien schadereparaties wordt gefraudeerd. Van Bambergen kent die verhalen dus ook, maar doet daar zelf niet aan mee. „Dan had ik het ook nooit zo lang volgehouden.”

Garage De Linde heeft genoeg klanten, maar dat komt vooral door de APK-keuringen die Van Bambergen doet. Het ambacht is flink veranderd. Auto’s worden steeds beter en er worden steeds meer kilometers gereden voordat er een onderhoudsbeurt nodig is. Repareren is veranderd in vervangen. „Vroeger gingen we een remcilindertje honen, deden we er een nieuw cuppie in. Nu kopen we een compleet nieuwe cilinder. Een nieuw onderdeel is goedkoper dan het arbeidsloon dat nodig is om het oude cilindertje te repareren.”

Daar kun je melancholisch over doen, maar „het is gewoon de nieuwe tijd. Klaar”. In plaats van mankementen, zegt Van Bambergen, hebben auto’s tegenwoordig elektronische storingen. „De blauwe overall met olievlekken ga je steeds minder zien. In plaats van een moersleutel hebben de jongens van nu een computer in hun handen.” Het is niets voor Van Bambergen. Auto’s met elektronische storingen stuurt hij door. Hij is er niet voor opgeleid en hij heeft de apparatuur niet.

Van Bambergen begint langzaam te denken aan de toekomst van zijn garage. Hij hoopt over een paar jaar een opvolger te vinden, zodat de garage behouden blijft. Hoe mooi zou dat zijn, dat de garage niet verandert in weer een dure kledingwinkel, zoals zo vaak is gebeurd in de Jordaan. En het moet kunnen, denkt Van Bambergen. Het is immers een compleet keurstation waarbij de nieuwe eigenaar de vaste klanten er ook nog eens bij krijgt.

Als het kan, blijft Van Bambergen ook dan nog een beetje in de buurt van ‘zijn garage’. Hij ziet zichzelf wel als Willem zitten, zo na zijn zeventigste, op het bankje voor de deur. Een beetje ouwehoeren met de voorbijgangers, of koffie zetten voor de nieuwe eigenaar. En wie weet haalt hij dan op een mooie zomerdag zelf wel een harinkie.