Column

Het nut van ‘bevroren conflicten’ voor Poetin

Nu de oorlog in het oosten van Oekraïne min of meer is stilgevallen, dringt de vraag zich op wat dit betekent. Zijn de Russen tot de conclusie gekomen dat de kosten van verdere strijd te hoog zijn? Of is slechts sprake van een tijdelijke gevechtspauze, uit tactische overwegingen?

Het bestand wordt trouwens nog altijd niet helemaal nageleefd. Zo kwam er maandag nog een Oekraïense militair om het leven toen er weer geschoten werd bij de ruïnes van de luchthaven van Donetsk. Maar van grote gevechten met zware wapens is al weken geen sprake meer. En dat is hoe dan ook positief. Hoe onzeker het vervolg ook is.

Rusland heeft in Oekraïne minder bereikt dan het had gehoopt. Het buurland is niet in twee delen uiteengevallen, het Russisch-talige deel van de bevolking heeft niet massaal voor afscheiding gekozen. De buit is voorlopig beperkt gebleven tot de Krim, vorig jaar door Rusland geannexeerd, en de twee zelfverklaarde ‘volksrepublieken’ Donetsk en Loegansk, waar pro-Russische rebellen nu de dienst uitmaken. Deze twee staatjes blijken niet bepaald fraaie voorbeelden van wat Russische bemoeienis voor weldadig effect kan hebben op het alledaagse bestaan van burgers.

Geen wonder dat het Kremlin in eigen land de aandacht van de publieke opinie nu liever richt op een ander avontuur dat de hervonden macht van Rusland moet bewijzen: de luchtaanvallen in Syrië en de diplomatieke activiteit die daardoor op gang is gekomen. Aan Oekraïne is weinig eer meer te behalen.

Zo dreigt de hele interventie uit te lopen op weer een ‘bevroren conflict’ in een land van de voormalige Sovjet-Unie. Moldavië raakte de controle kwijt over het pro-Russische gebied Transnistrië. Georgië moest aanzien hoe Abchazië en Zuid-Ossetië zich onafhankelijk verklaarden. En nu heeft ook het grote Oekraïne binnen zijn grenzen twee separatistische ministaatjes. Heroveren is militair niet haalbaar. Het Russische leger zou snel ter plaatse zijn om de separatisten te helpen. Die les heeft Georgië in 2008 geleerd. En zo blijft Oekraïne zitten met een permanente bron van onzekerheid en instabiliteit. Ook al wordt de oorlog ‘bevroren’, de situatie blijft een enorm blok aan het been. En het maakt het uitvoeren van politieke hervormingen en toenadering tot het Westen een stuk lastiger.

En dat is precies de waarde van zo’n bevroren conflict voor Rusland: het is een handig instrument. Een triomf is de interventie in Oekraïne voor Poetin niet geworden. En Rusland heeft zich er veel politieke, en door de sancties ook economische problemen mee op de hals gehaald. Maar daar staat iets tegenover dat vanuit Poetins perspectief erg nuttig is: de NAVO zal een land met zo’n open wond niet als lidstaat opnemen. Daarvoor is het risico te groot dat het bondgenootschap verzeild raakt in een oorlog met Rusland – want een bevroren conflict is snel te ontdooien. En zolang de binnenlandse spanningen bovendien modernisering in de weg staan, zal Oekraïne ook geen aansluiting kunnen vinden bij de Europese hoofdstroom.

Dat is niet alleen fnuikend voor Oekraïne, het is ook een probleem voor de rest van Europa. Want het land ligt nu eenmaal waar het ligt. En dat betekent dat de problemen van Oekraïne vrij gemakkelijk de onze kunnen worden. „De vraag is wat voor Oekraïne jullie aan je grenzen willen hebben”, zei de Amerikaanse Oekraïne-expert Steven Pifer onlangs bij een bezoek aan Nederland. „Een chaotisch land, in potentie een mislukte staat? Of een min of meer succesvol land? Als het daar helemaal misgaat hebben de Oekraïeners geen bootjes nodig om werk te komen zoeken.” De politieke en economische toestand in Oekraïne is beroerd. Maar nu de wapens voorlopig zwijgen, is er misschien een mogelijkheid daar iets aan te doen.