Gimeno geeft Sherazade fraaie, bloedrode glans

Anderhalf jaar geleden maakte Gustavo Gimeno, van origine slagwerker, bij zijn eigen Concertgebouworkest een droomdebuut volgens het boekje: als assistent verving hij een zieke chef, met een komeetachtig carrièreverloop als vervolg.

In dit seizoen zonder chef-dirigent hebben de KCO-musici de ruimte om hun voormalig collega met twee programma’s op de Aziëtournee verder te testen. De klik tussen Gimeno en zijn oud-collega’s was meteen weer voelbaar in Tsjaikovski’s Tweede pianoconcert, waar hij de groepen met efficiënte flair in elkaar vlocht.

Veel eer valt hier toch ook niet te behalen. Het eerste deel heeft de glitter van een militaire parade in vol ornaat, de finale is een atletiekbaan met imposante hindernissen. Pianiste Yuja Wang nam ze probleemloos. Maar een uitgesproken karakter kon ze de muziek niet geven, en het waren de soloviool en solocello die in het hartstochtelijke Andante de meeste aandacht opeisten.

Gimeno dirigeert met de keurige elegantie van een relatieve nieuwkomer. Maar hij speelt niet op safe. Belangrijker dan de ritmische onrust in de opening van Rimski-Korsakovs Sheherazade waren de wél geslaagde vrijheden die hij verderop nam. Dan kwam het orkest los van de grond en kreeg het oriëntaalse sprookje een bloedrode glans.

Aanvoerder Liviu Prunaru vertolkte de rol van Sheherazade teder, sensueel en smekend. Ook de heren op klarinet, fluit, fagot en hobo zullen met hun weelderige solo’s in Taiwan en Japan nog vele harten stelen.