Frankrijk voor het blok – de slag om de Rembrandts

Reconstructie Hoe Frankrijk genadeloos door Nederland voor het blok werd gezet en toch zegevierde: het volledige verhaal van de strijd om Maerten Soolmans en Oopjen Coppit.

Het is zondagavond 20 september. De bezoekers zijn verdwenen uit het Rijksmuseum. In de tuin staat de bronzen Maanvogel van Miró verlaten te schitteren. Directeur Wim Pijbes heeft geen tijd om uit het raam te kijken en ervan te genieten. Bij hem slaat de stress toe. En niet alleen bij hem. In zijn werkkamer bevindt zich ook zakelijk directeur Erik van Ginkel, evenals D66-leider Alexander Pechtold en enkele medewerkers. De mannen vechten tegen de klok.

Morgenochtend zal De Telegraaf openen met het nieuws dat Nederland de duurste aankoop door een openbaar museum ooit zal doen: twee topstukken van Rembrandt, voor samen 160 miljoen euro. Alleen: het geld is er nog niet.

Pijbes en Pechtold zijn dan precies drie weken bezig om samen fondsen te werven. De D66-leider had zijn hulp aangeboden toen hij hoorde dat Pijbes de schilderijen wilde kopen.

Op maandag 31 augustus had de D66-leider een geheime afspraak met fractievoorzitters Halbe Zijlstra en Diederik Samsom van coalitiepartijen VVD en PvdA. Pechtold had vooraf niet willen vertellen waar het over ging. Ze hadden van alles verwacht. Een nieuw voorstel voor hervorming van het belastingstelsel, iets over de arbeidsmarkt.

Maar niet dat Pechtold een brochure van veilinghuis Christie’s op tafel zou leggen, met daarin glanzende foto’s van Rembrandts huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit. Het Rijksmuseum kon de belangrijkste Rembrandts die nog niet in publiek bezit waren kopen, en had steun uit Den Haag nodig.

Gevoel van saamhorigheid. Rembrandt slaat politieke bruggen

Zijlstra en Samsom waren enthousiast. Ze vonden dit een unieke kans en beloofden bij het kabinet te polsen of er meteen onoverkomelijke bezwaren zouden zijn als de Tweede Kamer zou voorstellen om de schilderijen met overheidsgeld te kopen. Die waren er niet. Alle betrokkenen – premier Rutte en de PvdA-ministers Bussemaker (Cultuur) en Dijsselbloem (Financiën) – vonden dat de portretten niet in de privévertrekken van een oliesjeik of een Chinees moesten belanden. Voor Rutte was dit bovendien een kans om de oppositie een plezier te doen. Het oorspronkelijke idee kwam immers van kunsthistoricus en oud-veilingmeester Pechtold, die Pijbes had aangeboden te helpen met Den Haag.

Nu kon Pechtold aan de slag. Hij organiseerde een inmiddels veelbesproken ontbijt met zeven fractievoorzitters in het Mauritshuis, op dinsdag 8 september. Directeur Emilie Gordenker kwam heen en weer gevlogen van een studiereis in Engeland om gastvrouw te zijn. Martijn Sanders, voorzitter van het cultuurfonds Vereniging Rembrandt, las een brief voor van voormalig Rijksmuseum-directeur Henk van Os. Daarin prees deze de huwelijksportretten als werken van grote kunsthistorische en cultuurhistorische waarde.

De saamhorigheid die toen ontstond, is zo zeldzaam aan het Binnenhof dat het de mannen vleugels gaf. Ook degenen die het wel een héél grote uitgave vonden, stemden in, om dat gevoel niet te bederven. Het idee had dan ook voor ieder wat wils. Emile Roemer (SP) bijvoorbeeld vond het mooi dat iedereen gratis naar de nouveau riche van de zeventiende eeuw kon komen kijken. Ook Samsom stond dit wel aan: er zouden toch zeventien miljoen Nederlanders ieder een tientje meebetalen. Arie Slob (ChristenUnie) liep warm voor de tour die de doeken zouden maken door de twaalf provincies.

Zijlstra, die als staatssecretaris nog 200 miljoen euro had bezuinigd op cultuur, hoopte dat de aankoop voor een beetje nationale trots zou zorgen. Dat gevoel had ook Sybrand van Haersma Buma (CDA). Het ging tenslotte om de glorie van de Gouden Eeuw. Voor Pechtold speelde mee dat de huidige discussie over identiteit in het land misschien eens breder getrokken kon worden dan Zwarte Piet. SGP-leider Kees van der Staaij was blij dat het om een kunstenaar ging die ook oud- en nieuwtestamentische taferelen had geschilderd.

En zo besloten ze die dinsdagochtend om het kabinet te vragen de volle 160 miljoen euro vrij te maken. Het idee om 80 miljoen overheidsgeld te vragen en de andere 80 miljoen te betrekken uit de wervingsactie die Pijbes was begonnen bij fondsen en particulieren, werd losgelaten. Laten we eens wat groter denken, dachten de mannen. Er breken net weer betere tijden aan na jaren van bezuinigingen. Laten we dit als Rijk kopen.

Eerste barstjes. Ook met goede wil ligt 160 miljoen niet voor het oprapen

Maar dat was de romantiek van het eerste uur. Twaalf dagen later zitten de hoofdrolspelers in het Rijksmuseum met een knoop in hun maag. Vanuit het kabinet was al snel het bericht gekomen dat 160 miljoen euro er niet in zat. 80 miljoen lukte nog wel, maar ook dat was niet makkelijk. Bussemaker moest het Nationaal Aankoopfonds maximaal aanspreken om 30 miljoen vrij te maken. Dijsselbloem vond met de nodige creativiteit de overige 50 miljoen bij Financiën. Pijbes zou alsnog zelf 80 miljoen moeten verzamelen.

Volgens de koopoptie die de Rijksmuseum-directeur op 1 september had gesloten met baron Éric de Rothschild, die samen met zijn broer Robert eigenaar is van de schilderijen, is er tijd tot het einde van het jaar om het bedrag bijeen te brengen. Maar de directeur voorziet dat zijn Franse evenknie, directeur Jean-Luc Martinez van het Louvre, onaangenaam verrast zal zijn door de primeur van De Telegraaf de volgende morgen, maandag 21 september. In het voorjaar hebben de twee directeuren oriënterende gesprekken gevoerd over de mogelijkheid om de schilderijen samen te kopen. Toen Martinez in juni voor de tweede maal liet weten dat het Louvre geen geld had, besloot Pijbes het alleen te proberen.

Martinez was hier boos over. Volgens hem hadden de directeuren afgesproken dat ze hun ministers van Cultuur om hulp zouden vragen. De gepikeerde Martinez informeerde de Franse minister Fleur Pellerin over de Nederlandse soloactie. Pijbes weet ook dat Pellerin gedurende de zomer contact heeft gehad met Bussemaker en dat de ministers toen Éric de Rothschild de mogelijkheid hebben geboden de werken aan de twee landen samen te verkopen.

Kunnen wij Nederlanders nooit eerst de zonde begaan en daarna vergeving vragen?

De suggestie was dat elk land er één zou krijgen, met de afspraak dat de werken altijd samen te zien zouden zijn. Volgens de Franse krant Les Echos zou Frankrijk eigenaar worden van Maerten en Nederland van Oopjen.

Pijbes weet dus dat de publicatie in De Telegraaf slecht zal vallen in Parijs, maar hij kan die niet meer tegenhouden. De krant heeft donderdag al opgevangen dat dit speelt, maar heeft ingestemd met het ophouden van het artikel tot maandag. Verder uitstel zit er niet in. Er zijn inmiddels zo veel mensen op de hoogte van de geheime operatie, dat het echt wel ergens gaat lekken. Door de krant het verhaal in vertrouwen te vertellen komt het tenminste op een gecontroleerde manier in de media. En wie weet helpt het om meer particuliere investeerders te vinden.

Want dat proces gaat niet snel genoeg om de Fransen definitief buitenspel te zetten. De Vereniging Rembrandt had 5 miljoen toegezegd, en er zou 7,5 miljoen aan donaties van de BankGiro Loterij worden gebruikt. Daarnaast zouden vermogende families moeten bijdragen. Behalve Pijbes waren voormalig secretaris-generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer en oud-werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes, beiden lid van de raad van toezicht van het Rijksmuseum, druk met het aanspreken van hun netwerk, op zoek naar bijdragen.

Dat zijn ze ook nog op die zondagavond 20 september. Het is moeilijk te zeggen op hoeveel particulier geld Pijbes op dat moment kan rekenen, maar duidelijk is dat er nog geen 80 miljoen klaarstaat. Er zijn toezeggingen in allerlei stadia, maar ook heel vermogende families hebben hun kapitaal niet zomaar beschikbaar. Pijbes en zijn mededirecteur Van Ginkel proberen die middag en avond zo veel mogelijk bijdragen concreet te maken. Pechtold staat intussen in contact met Den Haag.

Bureaucratisch moeras. Over fiscale regelingen, leningen en garanties

In Den Haag is de voorafgaande dagen gezocht naar een manier waarop het ministerie van Financiën de 80 miljoen van de particulieren zou kunnen voorschieten. Als er maar 160 miljoen op de rekening van Christie’s wordt gestort, is de gedachte, dan kunnen de Fransen niet meer tussenbeide komen.

Maar voorschieten zonder zekerheid dat Financiën het geld zou terugkrijgen, ging zomaar niet. Had het Rijksmuseum een onderpand? Het gebouw en veel van de kunstwerken die er hangen zijn van de staat, een deel van de werken is van de gemeente Amsterdam. Zelf bezit het museum nagenoeg niets, dus dat schiet niet op.

Bovendien zou een lening van de staat aan het Rijksmuseum neerkomen op ongeoorloofde staatssteun, meldde Financiën. Dat gold ook voor een garantstelling door de staat. Terwijl het voor Wientjes en De Hoop Scheffer belangrijk was dat er een vorm van garantie zou komen voordat de raad van toezicht een handtekening onder zo’n grote aankoop zette.

Zo waren er meer financiële hindernissen. Als de staat op de een of andere manier tussen het particuliere geld en de schilderijen zou gaan zitten, met een lening of een garantie, zou de fiscale voordeelregeling voor particulieren niet meer opgaan. Het Rijksmuseum had er vanaf het voorjaar juist hard aan gewerkt om die regeling van toepassing verklaard te krijgen op deze kunstaankoop. De erfgenamen van particulieren die mede-eigenaar werden van deze kunstwerken zouden ze voor 120 procent kunnen aftrekken van de erfbelasting. Maar als de staat ertussen zat, waren de particulieren geen eigenaar meer.

Die fiscale regeling had sowieso al wat van haar glans verloren toen bleek dat er in Frankrijk btw zou moeten worden betaald over de aankoop. Daar ging het voordeel. Moest er misschien een vennootschap worden opgericht om de werken in onder te brengen? Of een stichting? Het Rijksmuseum vroeg een lening aan bij ING, als overbruggingskrediet. Zou de staat – met een bank ertussen – wél genoeg op afstand zijn geplaatst? Er bestond geen draaiboek voor situaties als deze. Alles moest proefondervindelijk.

Gek worden de mannen in het Rijksmuseum ervan. Is al die bureaucratie echt nodig? Kunnen wij Nederlanders nooit eens een bochtje afsnijden, eerst de zonde begaan en daarna vergeving vragen? Ongeoorloofde staatssteun? Alsof Frankrijk daar niet juist in uitblinkt!

Het Franse tegenbod. Opeens is het een kwestie van uren

Het komt gewoon niet rond die avond. Als crisisbeheersingsmaatregel wordt afgesproken dat Bussemaker de volgende ochtend direct na de publicatie in De Telegraaf de Franse minister Pellerin zal inlichten over de ‘nieuwe politieke situatie in Nederland’, waarbij het parlement het kabinet dringend heeft verzocht om de aankoop mogelijk te maken.

Pijbes blijft die dag uit de publiciteit. Het is Mauritshuis-directeur Emilie Gordenker die ’s avonds op het journaal in superlatieven vertelt hoe belangrijk de schilderijen zijn voor Nederland. De media nemen de invalshoek van De Telegraaf, ‘De broer en zus van de Nachtwacht komen thuis’, vrij algemeen over. Kritiek op de grote uitgave is er nauwelijks.

Intussen zit Bussemaker in een moeilijke situatie. Ze heeft al dagen getwijfeld of ze Pellerin vast moest inlichten over het feit dat Pijbes nu de hulp van de Tweede Kamer had en Nederland de schilderijen alleen wilde kopen. Maar ze vond het risico op een Franse interventie te groot. Ze begrijpt dat ze nu wat uit te leggen heeft aan Pellerin.

Frankrijk kan één of beide werken tot monument historique verklaren, waardoor ze het land niet meer uit mogen

De hele zomer heeft Bussemaker op twee borden moeten schaken: enerzijds steunde ze Pijbes, die al ver was in de onderhandelingen met Rothschild, in zijn zoektocht naar 160 miljoen. Anderzijds kon ze niet voorbijgaan aan Pellerins wens om de schilderijen samen te kopen. Niet alleen om de Fransen niet te schofferen, ook omdat ze het nauwelijks voor mogelijk hield dat Pijbes zou slagen in zijn missie. Samenwerking met Frankrijk was voor haar dus een back-up om er in elk geval voor te zorgen dat de werken in het publieke domein zouden komen.

Een belafspraak met Pellerin wordt die maandag tweemaal vanuit Parijs afgezegd. Pellerin leest ’s ochtends in de internationale pers over de Nederlandse alleingang en houdt meteen crisisberaad binnen haar kabinet. De twee ministers spreken elkaar pas de volgende dag. Bussemaker benadrukt in dat gesprek dat een grote meerderheid in het parlement dit wil, en dat Rembrandt belangrijk is voor de Nederlandse nationale identiteit. Ze biedt het Louvre een zeer ruime bruikleenmogelijkheid van de schilderijen aan, om voor Pellerin een uitweg zonder politieke afgang te creëren.

Twee dagen later, op donderdag 24 september aan het eind van de middag, volgt het Franse tegenbod. De Banque de France heeft na de publicatie in De Telegraaf alsnog 80 miljoen kunnen vrijmaken om een van de schilderijen te kopen. Pellerin herinnert Rothschild aan het gezamenlijke voorstel van haar en Bussemaker uit juli. Veel van de fractievoorzitters voelen zich overrompeld. Ze hadden niet begrepen dat dit een concrete suggestie van de ministers was geweest.

Er is geen tijd hierover in discussie te gaan. Er moet nu snel worden gehandeld. Het is geen kwestie van weken of dagen meer om het geld rond te krijgen, maar van uren. De fractievoorzitters bellen met elkaar en zijn het erover eens dat ze Dijsselbloem alsnog om 160 miljoen moeten vragen, met spoed. De minister stemt alsnog in en is bereid om de vereiste wetswijziging meteen naar de beide Kamers te sturen. Als er maar 160 miljoen euro op die bankrekening van Christie’s staat, dan kan niemand meer terug. De betrokken fractievoorzitters grappen dat ze de schilderijen desnoods zelf met de auto gaan halen.

Het dreigement

Vanuit Parijs worden echter meer raderen in werking gesteld. De volgende dag, op vrijdag 25 september, begint het kabinet van premier Valls een telefoonoffensief. Er gaat een telefoontje naar de Nederlandse ambassadeur in Parijs, Ed Kronenburg. En een naar Laurent Pic, de Franse ambassadeur in Nederland. Of zij aan de Nederlandse overheid willen overbrengen dat het Frankrijks bedoeling is dat er in deze kwestie geen verliezers zijn. Dat het inmiddels een zaak van het Franse kabinet is geworden, niet langer van één minister. Valls’ mensen proberen ook zijn socialistische evenknie in Nederland, PvdA-leider Samsom, te bereiken, maar die neemt niet op.

Bij de ambassadeurs doen ze een uitdrukkelijk appèl voor een zachte landing, en maken ze duidelijk dat er anders maatregelen zullen volgen. Wat die maatregelen zijn, wordt slechts gesuggereerd, zoals dat gaat in het diplomatieke verkeer. Maar het is voor iedereen duidelijk wat er wordt bedoeld. Frankrijk kan één of beide werken tot monument historique verklaren, waardoor ze het land niet meer uit mogen.

Hoe kan dat, terwijl Pellerin in maart zelf nog toestemming heeft gegeven om de werken te exporteren? Zou Pijbes, met zijn koopoptie in de hand, zo’n besluit niet kunnen aanvechten bij de rechter? Het gaat tenslotte om twee Hollanders, die 400 jaar geleden zijn geschilderd door een Hollandse meester, en al 140 jaar buiten het zicht bij een Franse familie hangen. Waarom zou dat opeens Frans erfgoed zijn? Pijbes laat dat diezelfde dag nog uitzoeken door Franse juristen.

Het eindspel. Snel stemmen en hup, overmaken dat geld

De fractievoorzitters laten zich niet afschrikken door het Franse dreigement. Vooral Zijlstra en Pechtold willen door tot de laatste mogelijkheden zijn uitgeput. De Eerste en Tweede Kamer op die vrijdag (geen reguliere vergaderdag) bijeenroepen om te stemmen over het alsnog beschikbaar stellen van 160 miljoen, zal niet gaan. Maar dinsdag moet toch kunnen?

Normaal gesproken duurt het weken een onderwerp op de agenda te krijgen. Nu lukt het met behulp van de griffiers binnen enkele uren. Het idee is: om drie uur stemmen in de Tweede Kamer, om vier uur in de Senaat, en dan hup, het geld overmaken. Ook over de praktische kant van de zaak, het ophalen van de schilderijen in Parijs, worden plannen gemaakt. Zijn er nog ergens kisten waar de twee meter hoge doeken in passen?

Bussemaker kan de Franse druk echter niet negeren. Ze brengt de zaterdag bellend door. Met Éric de Rothschild, met de ambassadeurs in Den Haag en Parijs. Aan Pellerin doet ze nogmaals het voorstel voor bruikleen aan het Louvre, maar die is onvermurwbaar.

Ook Rothschild, die eerder nog een koopoptie had gesloten met het Rijksmuseum, heeft nu een voorkeur voor een samenwerking tussen de twee landen. Zijn oorspronkelijke wens was dat de werken in publiek Frans bezit zouden komen. Toen daarvoor onvoldoende animo bleek te zijn, werd het Rijksmuseum een goede tweede. Om daar nu aan vast te houden zou hij een conflict met het Elysée moeten riskeren. Dat is het hem niet waard.

Die zaterdagavond is er een conference call tussen Bussemaker, Dijsselbloem, Zijlstra, Pechtold en Rutte, die dan in New York is voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Doel is te bespreken hoe het verder moet na het Franse dreigement. Maar als Bussemaker verslag doet van haar gesprekken die dag, is duidelijk dat de kansen verkeken zijn. De schilderijen snel ophalen, zoals de fractievoorzitters wilden, of procederen, zou tot serieuze diplomatieke problemen leiden.

Ze spreken af dat Rutte tijdens zijn bezoek aan de VN een laatste poging zal doen bij president Hollande om beide schilderijen naar Nederland te halen. Rutte spreekt Hollande op maandag. Die maakt meteen duidelijk dat er geen sprake van kan zijn. Voor Pijbes wordt duidelijk dat een juridisch gevecht geen zin meer heeft, hoewel het advies van de Franse juristen daar wel ruimte voor bood.

De directeur en de fractievoorzitters blijven gefrustreerd achter. Het was niet te mooi om waar te zijn, het was gewoon bijna gelukt. Achteraf kun je misschien zeggen dat ze het Franse eergevoel hebben onderschat. Maar wacht eens, misschien kunnen ze daar in de toekomst alsnog op inspelen. Het schijnt dat Rothschild nog een Monet te koop heeft, waar Frankrijk misschien wel meer waarde aan hecht dan aan Maerten en Oopjen. Als ze daar geld voor nodig hebben, is Nederland vast bereid zich over beide Rembrandts te ontfermen. Het is pas voorbij als het voorbij is.

Epiloog

Binnen enkele weken moeten Nederland en Frankrijk de concrete uitwerking van hun gezamenlijke aankoop hebben afgerond. De familie Rothschild wil dat alles voor het einde van het jaar geregeld is.

Een discussiepunt is de eigendomsvorm. Nederland wil dat de twee schilderijen tot één kunstwerk worden verklaard, waarvan beide landen eigenaar zijn. Frankrijk heeft er steeds op ingezet dat ieder één schilderij krijgt. Mogelijk kan het onderbrengen van de werken in een Nederlands-Franse stichting uitkomst bieden.

In elk geval moeten de schilderijen gezamenlijk worden gerestaureerd. Als elk land verantwoordelijk zou worden voor het onderhoud van één doek zouden er verschillen zichtbaar kunnen worden, omdat het Rijksmuseum en het Louvre elk hun eigen restauratiemethode hebben. Het Rijksmuseum wil graag beide schilderijen doen.

Ook moet nog worden afgesproken hoe vaak de schilderijen tussen Amsterdam en Parijs gaan verhuizen en of ze worden verzekerd. Of de triomftocht nog doorgaat die de schilderijen door de Nederlandse provincies zouden maken is onzeker. Wat als Frankrijk dat dan ook wil? Het land heeft 101 departementen.