Frankrijk telt dit jaar niet mee

Vier boeken zijn er nog genomineerd voor de Prix Goncourt, Frankrijks belangrijkste literaire prijs. Opvallend is dat ze, op één na, niet over Frankrijk gaan, maar over het Midden-Oosten en Afrika.

Afgelopen dinsdag werd de shortlist van de Prix Goncourt bekendgemaakt in museum Bardo in Tunis, waar in maart j.l. een bloedige terreuraanslag plaatsvond. Juryvoorzitter Bernard Pivot verklaarde dat de jury de met aanslagen bedreigde, jonge Tunesische democratie een hart onder de riem wilde steken: ‘On est avec vous’.

Een van de vier genomineerden en vermoedelijk de grootste kanshebber, Hédi Kaddour, is van Frans-Tunesische afkomst. Het prijzengeld van de Prix Goncourt, die dinsdag 3 november wordt toegekend, bedraagt slechts tien euro, maar de verkoop kan zo maar oplopen tot een half miljoen exemplaren of meer.

De grootste verrassing van dit jaar is dat de gedoodverfde winnaar, de Algerijn Boualem Sansal, de shortlist met zijn roman 2084 niet heeft gehaald. Sansal wordt vanwege zijn geëngageerde anti-fundamentalistische werk al jaren met de dood bedreigd, maar weigert desondanks zijn land te verlaten. 2084 is, met dank aan George Orwells 1984, Het slot van Kafka en De mogelijkheid van een eiland van Michel Houellebecq, een apocalyptische visie op het einde van de hele westerse beschaving.

Opvallend voor de shortlist, evenals eerder voor de longlist, is de keuze voor romans die ver over de Franse grenzen heen kijken. Of ze nu in Frankrijk of in Marokko, Egypte of Tunesië zijn geboren, de auteurs schetsen met kennis van zaken hoe het komt dat het er in dat deel van de wereld zo voorstaat als nu het geval is. Het recente verleden van brandhaarden als Egypte, Syrië, Irak, Iran en Noord- en Midden-Afrika – dat is hun onderwerp. Op het moment dat Europa zich geconfronteerd ziet met vluchtelingen uit Arabische landen, laat de Franse literatuur van nu superieur zien wat zich daar in het recente verleden heeft afgespeeld.

Afgaande op de nominaties telt het hedendaagse Frankrijk dit jaar als literair onderwerp niet mee. Slechts één genomineerde roman heeft een Frans gerelateerd thema: het leven van de grote 17de-eeuwse tragedieschrijver Jean Racine. Maar ook de schrijfster van dit boek, Nathalie Azoulai, heeft een exil-achtergrond.

1 Nathalie Azoulai

In tegenstelling tot de exuberante stijl van de andere drie genomineerden, schrijft Azoulai op het minimalistische af. De roman opent met een breuk: een jonge vrouw, Bérénice, wordt verlaten door haar vriend Titus. Ze stort in en pakt thuis een tragedie van Jean Racine uit de kast. Zijn verzen brengen haar troost, het werk van tragedieschrijver Racine beschouwt ze als ‘de supermarkt van het liefdesverdriet’. Hoe komt het dat Racine zulke prachtige verzen over vrouwelijk liefdesverdriet heeft kunnen schrijven? vraagt ze zich af.

Ze besluit in zijn leven te duiken, bestudeert zijn jeugd in het klooster Port-Royal-des-Champs, waar hij terecht komt na de vroege dood van zijn ouders. Ze volgt hem in zijn liefde voor zijn jonge tante, de enige die hem af en toe liefkozend omhelst, voor de taal en de klassieken, en ze laat hem uitblinken in vertalingen uit het Grieks en Latijn. In de verboden niet-christelijke teksten van Virgilius en Aeschylus ontdekt hij dat er andere liefde bestaat dan de liefde voor God. Hij vertrekt naar Parijs, waar hij aan het hof van Lodewijk XIV grootheden van zijn tijd ontmoet.

Het boek is een mooie, ingehouden, poëtische, imaginaire biografie van Racine, die de grote dichter schetst in al zijn paradoxen. Daarbij sluit Azoulai aan bij de recente trend van biografische romans in de Franse literatuur. Het is de keuze bij uitstek als de jury wil laten zien hoe tijdloos een grote Franse klassieker kan zijn.

2 Mathias Enard

In zijn labyrintische roman geeft Mathias Enard (1971) het woord aan zijn alter ego Franz Ritter, net als hij kenner van de Arabische wereld en cultuur, musicoloog en erudiet lezer. Ritter, die in Wenen woont, heeft net te horen gekregen dat hij dodelijk ziek is. In een lange koortsige nacht trekt zijn leven aan hem voorbij: zijn reizen door Turkije, Syrië, Libanon, Iran en Irak, de verhalen die hij hoorde, de onderzoekers die hij ontmoette. Samen met zijn grote liefde Sarah verdiepte hij zich zijn leven lang in de invloed van ‘de Oriënt’ op de literatuur, de muziek en de geschiedenis van Europa. Hij herinnert zich zijn eerste opiumpijp, zijn bezoek aan de heiligdommen van Palmyra, tegenwoordig doelwit van radicale islamisten. Zo trekt een magnifiek panorama van culturele kruisbestuiving voorbij, bevolkt door musici, schrijvers, reizigers en onderzoekers uit Oost en West.

Enards stijl is poëtisch en persoonlijk, doordrenkt van melancholie en weemoed. Zijn zinnen rijgen zich bijna zonder witregels aan elkaar in een vloeiende monologue intérieur van herinneringen en voorbije verlangens. In een waaier van anekdotes en verhalen door de eeuwen heen laat Enard ons zien hoe de Europeaan naar de Oriënt heeft gekeken. Als een hedendaagse Balzac creëert Enard het ene kleurrijke personage na het andere. Een ideale laureaat voor een jury die een fantastische literaire roman wil bekronen.

3 Hédi Kaddour

In 1922 komt een Amerikaanse filmploeg naar de Noord-Afrikaan- se stad Nahbès om er een Hollywoodfilm op te nemen. De Amerikanen nemen hun intrek in het Grand Hotel, dat al snel het uitgaanscentrum van de stad wordt. Er wordt gedronken, gerookt, gedanst. De vrije Amerikaanse omgangsvormen verstoren de verhoudingen in het niet met name genoemde Franse protectoraat en al snel ontstaan er spanningen en intriges tussen al die mannen en vrouwen met verschillende achtergrond. De jonge Raouf, behorend tot de inlandse elite, opgevoed met een been in de Franse en het andere in de Arabische cultuur, wordt verscheurd tussen nationalistische en revolutionaire gevoelens. Hij koestert haat-liefde-gevoelens voor de Amerikaanse filmster die hij moet beschermen. Dan is er nog Rania, de jonge Noord-Afrikaanse weduwe van goede afkomst, die ‘als een Bovary’ ‘teveel leest’, vooral gevaarlijke nationalistische kranten. Bovendien zit ze de groep reactionaire kolonisatoren dwars die zich verzet tegen hervormingsplannen die zouden kunnen leiden tot een grotere vrijheid van het protectoraat.

Hédi Kaddour (1945) schildert een levendig, kleurrijk en kritisch fresco van de tijd van het Franse protectoraat aan de vooravond van de onafhankelijkheid en kijkt en passant ook naar Europa na 1918. Een mooie laureaat voor een jury die een toegankelijke, maar wel erg uitgesponnen avonturen- en liefdesroman wil bekronen.

4 Tobie Nathan

Tobie Nathan, etno-psychiater en psycholoog, geboren in Kaïro in 1948, situeert zijn roman, net als Kaddour, in de eerste helft van de 20ste eeuw, maar dan in Egypte. Joden, kopten, orthodoxen, karaïten – allerlei geloven wonen binnen de grenzen van Kaïro. In 1925 geeft het Verenigd Koninkrijk het land meer onafhankelijkheid, de Sfinx van Gizeh wordt ontdekt. In dat jaar ook wordt, in het joodse getto, Nathans hoofdpersoon Zohar geboren, zoon van een blinde met een wiskundeknobbel en een vrouw van wie gezegd wordt dat ze bezeten is en over magische krachten beschikt. Zohar is een scharminkeltje, geboren dankzij magie en tovenarij. Alleen met hulp van een voedster, zelf moeder van een dochtertje, blijft hij in leven.

Aan de hand van hun verboden liefdesgeschiedenis – ze hebben immers een ‘melkband’ – laat Nathan de hele geschiedenis van het 20ste-eeuwse Egypte de revue passeren: de opkomst en de neergang van de kleptomane koning Farouk, de strijd met de Engelse overheerser en generaal Rommel, de opkomst van de Moslimbroederschap en het verdrijven van de joden uit heel Egypte.

Als de jury een historische avonturen- en liefdes roman wil bekronen, met panklare dialogen voor een Hollywoodfilm, kiest zij Ce pays qui te ressemble.