Eindelijk, eindelijk: hij ‘rijdt’. De metro. Op rails.

Voor het eerst reed er een metro door de tunnel van de Noord/Zuidlijn. Nou ja, reed... kroop. En getrokken.

Sinds deze week maakt een metro testritten in de tunnel van deNoord/Zuidlijn, onder de oude binnenstad. Foto Gé Dubbelman/Hollandse Hoogte

Hoe de eerste passagiers van de Noord/Zuidlijn eruit zien? Gelaarsd, gehelmd en gewapend, met camera of pen. Het is woensdagavond en een groep van zo’n twintig journalisten is uitgenodigd om vanaf station Rokin een testrit te maken met de metro die steeds een jaar later – maar dan echt – af is (de kans dat hij oktober 2017 opent, het doel, werd recentelijk geschat op 5 procent).

Een heleboel afdalingen later – langs een minimalistisch landschap van betonnen wanden, verticaal geplaatste tl-buizen en stalen constructies – bereikt de groep het perron. De grote maar lege ruimte, gebouwd op massa’s, doet postapocalyptisch aan.

De roltrappen van tientallen meters lang zijn bedekt met oranje zeil, uit de plafonds hangen kabels, op het perron staan bakken met puin en een DIXI. Het is moeilijk voor te stellen dat dit straks één van de drukste stations wordt.

Voor veel Amsterdammers is het sowieso moeilijk om voor te stellen dat de lijn, waarvan de werkzaamheden in 2003 begonnen, ooit gaat rijden: die associëren het project vooral met opgebroken straten, verzakkingen en een prijskaartje van 3,1 miljard euro. Het is daarom niet raar dat juist deze groep journalisten is uitgenodigd voor de testrit: de kracht van het beeld van een rijdende metro, daar kan geen persverklaring over de vooruitgang van het project tegenop.

Terwijl de aanwezigen wachten, vertelt contractmanager Gerard Scheffran (verantwoordelijk voor de uitvoering van het project) over hoe elk station een andere herinnering oproept. Bij dit station denkt hij aan „zwembaden”. Het was Kerst en bij dit gedeelte kwam grondwater op. „Toen ben ik naar de Kijkshop gegaan om veertig van die zelfbouwzwembaden voor in de tuin te kopen. Die vulden we met materiaal en gebruikten we als ballast.”

Het thema van dit station wordt archeologie, zegt Scheffran, naar de vele objecten die hier ondergronds zijn gevonden van de oude pakhuizen, toen er nog een gracht over het Rokin liep. Laatst nog werd een partij pijpen gevonden.

Opeens klinkt het schelle geluid van een tyfoon: het metrostel is in aantocht. Als deze het station inrijdt blijkt het ‘gewoon’ een M4-wagon, de blauw-witte metro zoals we die nu al kennen. Een GVB-medewerker opent de deuren handmatig. In de metro is het donker, op de slierten kerstverlichting op de grond na.

„Ja, we kunnen!” klinkt het uit een walkietalkie, en de metro glijdt een enorme betonnen tunnel in, richting de Dam. Of liever: kruipt. De snelheid is 5 kilometer per uur. Later dit jaar, als de metro wel is aangesloten op de elektrische ‘derde rail’, gaat de snelheid naar 40 kilometer per uur. Het treinstel (62 ton) rijdt namelijk niet zelf, maar wordt getrokken door een kar die voorop is aangesloten.

Een woordvoerder legt uit dat testritten als deze bedoeld zijn om de GPS-software van de Noord/Zuidlijn te testen. Is de metro ook daadwerkelijk op de plek waarvan de software zegt dat het is? Na volgende week, als de testen onder de oude binnenstad zijn afgerond, gaan de resultaten naar een bedrijf in Frankrijk, die ze analyseert.

Een radiojournalist vraagt of de bestuurder nog een keer kan toeteren. Een fotograaf positioneert zich op de trekkar. Het staat op beeld, dus het is gebeurd. De metro reed.