Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Een klein meisje in een poëtische constellatie

De Chileense dichter Pablo Neruda, zo begaan met de zwakkeren en kwetsbaren, verstootte zijn mismaakte dochtertje. Nu spreekt zij tot ons als een alwetende geest en brengt ze de lezer in vervoering.

Slechts een halve bladzijde is er nodig en dan al is zonneklaar dat er in de dichter Hagar Peeters ook een bijzondere romanschrijfster huist. Daar, aan het begin van haar eerste roman Malva, doet haar hoofdpersoon in een zin die twee bladzijden en meer dan tweehonderd woorden omspant, uitgeleide aan haar stervende vader, die eerst wegzakt in een zoete slaap, dan in een glijvlucht naar het hiernamaals raakt en zodoende opstijgt naar het hemelse, waarna zijn lijf ophoudt met bewegen en definitief stokstijf wordt – ‘alsof zonsverduistering en hartje winter in één klap en op hetzelfde moment waren ingevallen’, eindigt het. ‘Ik rekte deze zin opzettelijk’, vervolgt ze, terwijl lezers op adem komen, ‘om gedurende het verstrijken ervan mijn vader de tijd te geven op zijn gemak het leven te verlaten en de dood binnen te treden.’ Anderhalve bladzijde lezen we Malva dan, en we zijn in vervoering.

Aan het woord is, afgezien van Peeters, titelheldin Malva. Beter bekend als de dochter van de Chileense dichter Pablo Neruda – of eigenlijk is ze nauwelijks bekend als diens dochter. Daar draait het in de roman juist om: met Malva geeft Peeters een stem aan het meisje, mismaakt met een waterhoofd, dat om die reden verstoten werd door haar vader en als achtjarige ver weg van hem stierf. Malva’s stem is daarom een giftige stem, doordrenkt van ‘mijn uit loyaliteit gedrild gevoel voor gelijkwaardigheid’ – ze vraagt zich af hoe de gewaardeerde dichter, die zo prijzenswaardig opkwam voor de zwakkeren en kwetsbaren in de samenleving, de zwakkere en kwestbare in zijn nageslacht zo bruusk en achteloos terzijde kon schuiven.

Malva vertelt over haar eigen tragische geschiedenis. Ze werd geboren uit een verdoemd huwelijk tussen haar moeder, een Javaans burgermeisje, en de dichter-dandy-diplomaat Neruda. Hun relatie was een ‘even gevaarlijke als banale cocktail van eenzaamheid en gemakzucht’.

Magisch realisme

Het verhaal in Malva is dus een poging tot rechtzetting van een verbloemde geschiedenis – en dat werkt omdat die toch niet verzandt in eenzijdige gelijkhebberigheid of jammerklachten. Dat is allereerst te danken aan het perspectief. Malva spreekt vanuit het hiernamaals, en niet zozeer vanuit haar graf, als wel vanuit een positie als alwetende geest. Daardoor flirt Peeters openlijk én zeer toepasselijk met het Zuid-Amerikaanse magisch realisme waarin geesten even volwaardige personages zijn als mensen.

Dat metafysische maakt het relaas ambivalent en literair uitdagend, want Malva weet alles, is overal bij, voor haar geboorte en na haar dood, maar is ook ten diepste subjectief. Haar grote grieven kleuren haar waarheid.

Dat wordt nog eens versterkt door de zinnen in Malva: de roman laat zich lezen als een schitterende bom van stilistisch vuurwerk. Daar profiteert de romanschrijver Peeters van de finesse van de dichter Peeters – en die barok dichterlijke stem is nieuw en fris en welkom in de Nederlandse literatuur. Uitgebreid spreidt ze haar gevoel voor ritme en cadans tentoon, voor beeldspraak en woordspelerigheid, en voor (on-Nederlands) lange, uitgesponnen zinnen; het blijft niet bij die hemelvaartszin aan het begin. Of het nu gaat om een metafysische glijvlucht, een dialoog die tikt en takt als een tangodans, malende gedachten, een lamento of vervoering – Peeters’ woorden tillen het verhaal op. Zo zet Malva haar relaas in een grootse, poëtische constellatie.

Dat doet ze ook door zich in het hiernamaals te omringen met andere verwaarloosde kinderen kunstenaars, zoals de schizofrene dochter van James Joyce, en de zoon van Arthur Miller, die het Downsyndroom had.

Dat de roman niet weg zweeft maar ook op aards niveau relevant blijft voelen, komt door nog zo’n achtergesteld kind, waarover het laatste deel van Malva gaat: jarenlang verzweeg Peeters’ eigen vader het bestaan van zijn dochter.