De laatste indruk

In het fotoboek Terugkijken vertellen 21 mensen over hun naderende dood. De gesprekken gingen vooral over het leven.

‘Vier jaar geleden overleed mijn vader. In de laatste maanden voordat hij stierf, zag ik hem vaker in gedachten verzonken. Hij keerde dan in zichzelf, er vond een soort verstilling plaats. Ik dacht: wat gaat er allemaal in hem om?”

Het stervensproces van haar vader sterkte schrijfster Cecile Vossen in de overtuiging dat ze iets wilde doen met die verstilling. Want wat vertelt de naderende dood ons over het leven? Samen met fotograaf Ringel Goslinga en grafisch ontwerper Sybren Kuiper maakte ze een plan voor een boek over ongeneeslijk zieke mensen die, kort voor hun dood, reflecteren op het leven.

Het resultaat is Terugkijken, een fotoboek met 21 confronterende zwart-witportretten en verhalen van mensen die terugkijken op hun bestaan. Tijdens de interviews, maar ook in de voorbereidende fase, werkten schrijver en fotograaf nauw samen. „We besloten geen oproep te doen via Facebook of andere sociale media”, vertelt Goslinga. „Vooral via vrienden en kennissen zijn we in contact gekomen met mensen die bereid waren te praten over hun stervensproces.”

Dat waren niet het soort gesprekken waarbij het voldoende is om even een uurtje bij iemand op de bank te zitten. „Rust was noodzakelijk voor een goede ontmoeting”, zegt Vossen. „Ik had me goed voorbereid en onder meer met artsen maar ook met een palliatief arts gesproken. Hij gaf me mee dat ik alles kon bespreken. Dat gebeurde ook, niemand was terughoudend.”

Onder de geïnterviewden zitten kankerpatiënten, zoals de 21-jarige Laura Maaskant (schrijfster van het boek LEEF!) en de 76-jarige elektrotechnicus Emiliano, en ALS-patiënten zoals de 38-jarige strategy consultant Garmt. Meestal ging Vossen eerst bij iemand langs voor het gesprek, daarna volgde Goslinga met zijn camera. „Ik gebruik een analoge camera met negatiefcassettes. Het instellen kostte telkens veel tijd”, vertelt Goslinga. „Mensen moesten lang stilzitten. Voor sommigen was dat een flinke opgave.”

Toch kreeg hij het telkens voor elkaar de geïnterviewde waardig en zelfverzekerd in de camera te laten kijken. „De gesprekken met Cecile hadden van tevoren al ruimte gecreëerd. Als ik dan bij iemand langskwam, werd ik met open armen ontvangen. Meestal zat de familie erbij. Mensen waren dankbaar dat ze over hun leven konden vertellen. Vaak gingen ze bij mij gewoon door met hun verhaal.” Vossen: „Ringel wist achteraf nog weer andere dingen over iemand.”

Beiden vonden het confronterend, al die gesprekken met mensen waarvan ze wisten dat ze er niet lang meer zouden zijn. Vossen: „Vooral bij jonge mensen vond ik dat aangrijpend.” Nog moeilijker waren de overlijdensberichten. Van de 21 mensen uit het boek, zijn er inmiddels al 14 overleden. „Telkens kwam zo’n bericht toch weer onverwacht”, zegt Vossen. „Vaak las ik dan terug wat ik tijdens zo’n gesprek had opgeschreven en werd iemands verhaal ineens onherroepelijk: dit is wat het leven is geweest.”

Wie alle verhalen in Terugkijken leest, ziet dat de meeste geïnterviewden, hoewel ze in hun leven soms foute keuzes hebben gemaakt, met trots en inzicht terugkijken. „Juist moeilijkheden zorgen ervoor dat je jezelf leert kennen”, zegt Vossen. „Die conclusie heb ik vaak gehoord. Alles wat je zegt en doet, laat een spoor achter en heeft betekenis. Ik merkte dat mensen daar ook verantwoordelijkheid voor willen nemen.”

Goslinga noemt als voorbeeld John, een 59-jarige kankerpatiënt, die inmiddels is overleden. „Hij had een alcoholprobleem. Pas toen hij zijn doodsbericht kreeg, stopte hij met drinken. Hij vertelde ons dat hij dankbaar was dat hij, op die manier, toch nog de kans kreeg om te laten zien wie hij écht is. Hij zei: ‘Het is nooit te laat om te veranderen’.”

Vindt Vossen het, achteraf gezien, niet jammer dat ze haar eigen vader niet heeft kunnen interviewen voor dit boek? Ze knikt instemmend. „Dat gesprek met mijn vader is me ontglipt. Maar ik had hem wel over mijn plan voor dit boek verteld. Hij zei: ‘Waarom zou je nog een boek over de dood maken? Er is al zo veel over dat onderwerp geschreven.’ Ik heb hem uitgelegd dat ik het in die gesprekken juist over het leven wilde hebben.”

Volgens Goslinga heeft dat omgekeerde perspectief gewerkt: „Mensen zijn heel open geweest. Vaak zeiden ze van tevoren: mijn leven is niet zo interessant. Maar dat klopte niet.” Vossen: „Uiteindelijk was ieder verhaal hartverscheurend.”