Bij Piekfijn op Zuid knijpen ze weleens een oogje dicht

‘Helaas voor u, maar dit artikel is verkocht’. Het gekopieerde briefje is met lange stroken plakband vastgeplakt aan de driezitsbank vol gebruikssporen. Op de donkerhouten salontafel ernaast zit ook zo’n briefje. De 34-jarige Rames Kurdi, een Syrische vrijwilliger bij kringloopwinkel Piekfijn in Charlois, snelt langs. Met in zijn hand een paklijst en in zijn kielzog een eveneens uit Syrië afkomstig echtpaar.

Kurdi helpt ze met het bij elkaar sprokkelen van hun inboedel. Een uitdaging tussen de enorme verzameling tweedehands spullen in de tl-verlichte hal, zo blijkt. De rechtopstaande lattenbodems, de Billy-boekenkast, maar ook de trits vale wandmeubels en tafels achterin zijn gereserveerd voor nieuwe eigenaren.

Ze zijn speciaal vanuit Alphen aan den Rijn naar de Wolphaertsbocht gekomen, vertelt Ahmad Alkhatib (21). Zijn broer en schoonzus met hun éénjarige zoontje slapen al een paar weken op de vloer van hun sociale huurwoning in de Zuid-Hollandse gemeente. „Vervelend”, beaamt hij in hakkelend Nederlands. En erg koud. Maar Piekfijn verkoopt gebruikte matrassen alleen als ze honderd procent vlekvrij zijn. En die zijn deze week niet gedoneerd.

De jonge Syriër, die net als zijn familieleden de Syrische hoofdstad Damascus is ontvlucht, woont zelf ruim anderhalf jaar in Rotterdam. In een sociale huurwoning in Nieuw Crooswijk, die de gemeente hem toewees. „Oud, maar goed”, vat hij de staat ervan met een bescheiden glimlach samen. Banken, bed, linnenkast. Potten, pannen, eetkamertafel. Alles is er en alles komt bij Piekfijn vandaan.

Dat is geen toeval, volgens Peter Muilwijk, teamleider bij de kringloopwinkel op Zuid. „Wij hebben een pakket samengesteld voor een leuke prijs voor deze mensen.” Muilwijk doelt op het voordeeltje voor Rotterdamse statushouders – asielzoekers met een verblijfsvergunning. Door een afspraak tussen de gemeente en VluchtelingenWerk Maasdelta kunnen zij met een kortingscoupon een vrij volledige inboedel aanschaffen bij de vier Piekfijn-filialen. Inclusief transport- en bezorgkosten.

Grootste aanbod

Ook is er keuze uit het grootste aanbod van tweedehands spullen in de stad, verklaart Muilwijk verder. „Ze komen overal vandaan. Uit Gouda, Lelystad. Zelfs uit Duitsland en België. Maar die betalen wel de normale prijs hoor.”

In het magazijn achter de winkel, voorheen werkplaats van een autodealer, staan de inboedels metershoog opgestapeld. Gecombineerd op kleur, gesorteerd op dag van bezorging. Het merendeel van de meubelen is voor Syrische gezinnen. „Soms hebben we zes tot tien inboedels tegelijk lopen”, aldus Muilwijk.

Reden achter het uitpuilende depot zijn alle statushouders die de Maasstad moet huisvesten. Ruim 1.100 dit jaar. Tweemaal zoveel als in 2014. Een taakstelling die door het Rijk is opgelegd. Iedere maand stuurt het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) een lijst naar de Coolsingel met gegevens van personen die de stad aan een woning moet helpen.

In totaal moet Rotterdam voor het eind van dit jaar ongeveer 750 statushouders onderbrengen in de sociale huursector, daar zijn 525 woningen voor nodig – de gemeente Rotterdam rekent met een factor 0,7. Dat aantal komt bovenop de ruim driehonderd woningen die in de eerste helft van 2015 met voorrang naar statushouders gingen.

Uit cijfers van het COA blijkt dat momenteel bijna vijftienduizend statushouders wachten op een huis in een van de bijna 400 Nederlandse gemeenten. Dit terwijl de toestroom van vluchtelingen uit conflictgebieden aanhoudt.

In een poging druk van de ketel te halen, kondigde minister Stef Blok (VVD, Wonen) begin deze maand aan vluchtelingen met een verblijfsstatus in leegstaande Rijksgebouwen te willen onderbrengen, zoals gevangenissen en zorginstellingen. Regeringspartijen PvdA en VVD besloten dat statushouders geen voorrang meer krijgen bij sociale huurwoningen. Daarvoor moeten eerst voldoende containerwoningen verrijzen, en zover is het nog niet.

Tijdelijke huisvesting

Rotterdamse woningcorporaties krijgen het daardoor steeds benauwder. „We kijken naar kantoren en winkels die leegstaan en naar braakliggende terreinen waar we tijdelijke huisvesting kunnen bieden met portocabins”, aldus Arjanne Hoogendoorn, woordvoerder van Havensteder. „Daarmee zoeken we de grenzen op van wat kan en gebruikelijk is.” De corporatie is naar woningbezit de op een na grootste in de stad en wil hiermee voorkomen dat de huidige woningzoekenden veel langer op een woning moeten wachten.

De gemeente Rotterdam helpt vluchtelingen bij het inrichten van hun woning – als die eenmaal toegewezen is. Een alleenstaande statushouder krijgt eenmalig circa 2.600 euro als lening met een looptijd van drie jaar. Daarvan is 1.975 euro bestemd voor de inrichting. Van bed, servies en potten verf tot verlichting, stoelen en koelkast. Voor gordijnen en vloerbedekking ontvangt hij een gift van 631 euro.

Ter vergelijking: Nissewaard, waar Spijkenisse onder valt, leent een alleenstaande statushouder 2.211 euro voor de volledige huisraad. In Schiedam gaat het om een gift. Een zelfstandig wonende ontvangt van de jeneverstad 2.100 euro, een gezin van vier personen 5.600 euro.

In Rotterdam kunnen erkende vluchtelingen zelf beslissen waar ze hun spulletjes kopen. De gemeente beveelt Piekfijn, onderdeel van diezelfde gemeente, wel van harte aan. Effectief lokmiddel is de kortingscoupon, waarmee een tweedehands inboedel van 350 of 550 euro kan worden gekocht. Gevalletje vestzak-broekzak, al verzekert teamleider Muilwijk dat iedere Piekfijn-vestiging z’n eigen broek moet ophouden.

Hoge omloopsnelheid

Van de vier vestigingen is die aan de Wolphaertsbocht veruit het drukst. Gemiddeld gaan er per week tien tot twaalf vrachtwagenladingen over de toonbank. Ondanks de hoge omloopsnelheid duurt het meestal een week voordat een huisraad compleet is. In een enkel geval tot zes weken. „Ze staan vaak zo erg te springen om die spulletjes, dat ze alles maar aanpakken”, zegt Muilwijk. „Dan heb je een eiken tafel met moderne stoelen eromheen. We adviseren ze, zodat het in huis geen rommeltje wordt. Soms is het beter om te wachten op de volgende vrachtwagen.”

Bozan Albozan (25) komt tegen het einde van de middag de laatste items van zijn inboedel ophalen. Het loodzware dressoir, de IKEA-linnenkast, de oubollige salontafel. Ze staan in plastic gewikkeld klaar. Kurdi kijkt bezorgd, want Albozan is alleen. De Syriër woont pal achter het filiaal, in de Van Oestendestraat, maar op driehoog. Piekfijn-medewerkers mogen van de Arbowetgeving niet verder sjouwen dan twee verdiepingen. Bovendien, geld voor de etagetoeslag van 15 euro heeft Albozan niet.

„We knijpen weleens een oogje dicht”, zegt Peter Muilwijk. „Een kast in elkaar zetten, de gordijnrails ophangen. Of ze mogen de boormachine even lenen.” Zodoende staan Kurdi, een collega en twee Syrische klanten een uur later met bezwete voorhoofden in het driekamerflatje. Albozan, die er twee maanden geleden introk, heeft weinig gedaan om het huiselijk te maken. Er staat een bed, een hoekbank, een koelkast en een gasfornuis. De telefoonkabel is van de muur getrokken en ligt op de grond. Het aanrecht staat vol lege blikjes goedkope energiedrank, in de gootsteen liggen drie uitgedrukte peuken.

Piekfijn-vrijwilliger Rames Kurdi woont sinds het voorjaar van 2013 met zijn vrouw, dochter (6) en zoon (4) in Schiedam. Uit dankbaarheid aan Nederland wilde hij iets terugdoen. Zijn enthousiasme hielp hem aan het vrijwilligersbaantje bij de Piekfijn-vestiging aan de Wolphaertsbocht. In het magazijn prijst en sorteert de goedlachse Kurdi twee dagen per week de gedoneerde artikelen. In de winkel vertaalt en bemiddelt hij bij Arabischsprekende klanten. Met collega’s oefent hij zijn Nederlands.

De vader van twee heeft het naar zijn zin bij de kringloopwinkel. Een betaalde baan vinden lukt nog niet. hoe graag Kurdi dat ook wil. Het liefst zou hij weer een winkel openen met cosmetica en ondergoed voor mannen en vrouwen. Net zo een als in Aleppo, de Syrische stad, waar nog altijd hevig wordt gevochten. Maar eerst beter Nederlands leren, vindt hij. Daarom wil Kurdi direct een vervolgcursus Nederlands achter de huidige plakken. Samen met zijn vrouw. Stilzitten vindt hij niets: „Je moet werken. Contact maken met mensen.”