Zo probeerde de staatssecretaris toch een beetje chic te vertrekken

Het aftreden van staatssecretaris Mansveld was na het harde enquêterapport onvermijdelijk. Maar kan het wel daarbij blijven?

Premier Mark Rutte, gisteravond tijdens het debat met de Tweede Kamer over het aftreden van staatssecretaris Mansveld. Foto David van Dam

De parlementaire enquêtecommissie Fyra kwam gisteren met straffe politieke conclusies. Zo vindt zij het „ongepast” dat de „Tweede Kamer onvolledig [is] geïnformeerd en daardoor op het verkeerde been gezet” over een afspraak tussen NS en treinfabrikant AnsaldoBreda.

Even onverkwikkelijk vindt zij dat „de NS en [dochter] HSA beloond zijn voor slecht gedrag” en dat een betrokken bewindspersoon naliet te doen „wat ze de Tweede Kamer heeft toegezegd”.

Deze harde verwijten gaan níét over de gisteren afgetreden staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA), maar over twee bewindslieden die medeverantwoordelijk zijn voor het spoordebacle en dat voorlopig blijven. De onvolledige informatie waarmee de Kamer op het verkeerde been werd gezet, was afkomstig van minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA). Het was minister Melanie Schultz (Infrastructuur en Milieu, VVD) die de NS onterecht beloonde en haar toezegging aan de Kamer niet nakwam. Toch blijven zij gespaard, terwijl Mansvelds vertrek direct na publicatie van het rapport onontkoombaar was.

De conclusies van de commissie – die toenmalig minister Camiel Eurlings (CDA) zelfs van misleiding beticht – zijn net zomin verrassend als Mansvelds vertrek. Al zijn de toon en de bijvoeglijke naamwoorden in het enquêterapport bijzonder scherp.

Mansveld meldde zich meteen na het verschijnen rapport gistermiddag bij partijleider Diederik Samsom en vicepremier Lodewijk Asscher op Sociale Zaken. Daar was geen ruimte voor twijfel over haar ontslag. Dat zij de Tweede Kamer „onvolledig en strikt genomen onjuist geïnformeerd” heeft, zoals in het rapport staat, wordt gezien als politieke doodzonde. Maar dat ze dat deed, bleek al bij haar verhoor voor de enquêtecommissie in juni.

Mansveld oneens met commissie

In haar verklaring legde Mansveld de schuld vooral buiten zichzelf. Zij werd bij aantreden „geconfronteerd met” de puinhoop van haar voorgangers. Het was de NS die „besloot om niet door te gaan met deze treinen”. En hoewel ze toegaf dat „ik dingen niet goed heb gedaan” deelde ze de mening van de enquêtecommissie dat ze de Kamer onvoldoende geïnformeerd had niet. Ze deed haar aftreden voorkomen als iets nobels. Een daad omdat het „mijn democratische plicht is om met mijn aftreden ook verantwoordelijkheid te nemen voor eventuele fouten van mijn voorgangers” en het inhoudelijk debat over het mislukken van de flitstrein „niet mogelijk is als het slechts in het teken staat van het al dan niet aanblijven van mij als verantwoordelijk staatssecretaris”.

Door de conclusies van de enquêtecommissie kon Mansveld op de chique manier vertrekken uit Den Haag, waar ze nooit op haar plek leek. Haar aanblijven stond vrijwel continu ter discussie en over haar val werd meer dan eens gespeculeerd. Als onervaren staatssecretaris lag ze begin 2013 meteen met de Tweede Kamer en haar eigen ambtenaren in de clinch over een rapport over het disfunctioneren van spoorbeheerder ProRail dat op het ministerie in een la was verdwenen. Datzelfde ProRail kostte haar vorige maand bijna de kop, omdat de problemen en de gebrekkige informatievoorziening alleen maar groter zijn geworden. Net zomin als ze ooit grip kreeg op het spoordossier, kreeg ze dat op het debat. Wanneer ze daadkracht en optimisme wilde uitstralen, raakte ze in de Tweede Kamer steeds vaker verstrikt in de materie en riep ze grote ergernis op om haar hautaine opstelling. Opvallend was dat Mansveld gisteren zichtbaar ontspande zodra ze het woord aftreden tegenover journalisten uitsprak. Ze had er bewust voor gekozen dit niet in het parlement bekend te maken. Sommige Kamerleden waren daar verbolgen over, omdat ook Co Verdaas, Ivo Opstelten en Fred Teeven niet de „hoffelijkheid” hadden om zich in daar te verantwoorden. Mansveld zou gistermiddag toch in de Kamer moeten verschijnen om samen met minister Schultz hun begroting te verdedigen. Een uitgelezen mogelijkheid, zo schetste Kamerleden. Maar premier Mark Rutte zei in een kort Kamer debat over Mansvelds vertrek haar afweging te snappen en te steunen.

Vertrek staat in traditie

Haar vertrek staat in een traditie van bewindslieden die sneuvelden door parlementaire enquêtes. Bij de laatste twee, over woningcorporaties en het financieel stelsel, gebeurde dat niet, maar daarvoor was het gebruikelijk. VVD’ers Benk Korthals, in 2002, en Wim van Eekelen, in 1988, traden zelfs af als minister van Defensie, omdat ze op een ander departement in een eerder kabinet verantwoordelijk waren voor respectievelijk bouwfraude en paspoortaffaire. Minister Schultz deed dat gisteren niet voor haar rol in het spoordossier, als minister in Rutte I en van 2003 tot 2007 als staatssecretaris.

De politieke gevolgen van de enquête lijken dus tot Mansvelds val te zijn beperkt. Als voornaamste kandidaat voor opvolging wordt Sharon Dijksma, nu staatssecretaris van Landbouw, genoemd. Ze heeft de ervaring in Den Haag die Mansveld miste. Tweede Kamerlid Roos Vermeij wordt genoemd als vervanger op het politiek minder gevoelige Landbouw.

Binnenkort buigen kabinet en Kamer zich over lessen die getrokken moeten worden uit het debacle van miljarden euro’s en het falen om in Nederland een hogesnelheidslijn te laten rijden. De schuldvraag lijkt na Mansvelds exit een minder prominente rol te gaan spelen in dat debat. Niemand sprak gisteren over de positie van Dijsselbloem en de vraag of Schultz conclusies moet verbinden aan haar verantwoordelijkheid kwam slechts marginaal aan bod in het debat met Rutte.

    • Emilie van Outeren