Wilma Mansveld bleef een vreemde in Den Haag

Door haar afstandelijke stijl lag de staatssecretaris nooit erg goed bij de Kamer. Het Fyra-rapport was de genadeklap.

Staatssecretaris Wilma Mansveld van Infrastructuur en Milieu gisteren bij de bekendmaking van haar aftreden. Foto JERRY LAMPEN/ANP

Ze zou een snelle politieke carrière maken, was in 2011 de verwachting. Wilma Mansveld (PvdA) was net benoemd als gedeputeerde in Groningen. Daarna zou ze doorgroeien naar een ministerspost met milieu in de portefeuille, om te eindigen op haar thuisbasis, als commissaris voor de koning. Dat was in ieder geval de voorspelling van haar collega’s in de speciaal voor dat afscheid gemaakte glossy Wilma.

Die droomcarrière viel gisteren in duigen. Ze sneuvelde over het eindrapport van de Fyra-enquêtecommissie, hoewel alle bewindslieden sinds 2001 schuld dragen. Mansveld verwees daarnaar toen ze haar aftreden bekendmaakte. „Het is mijn democratische plicht om ook verantwoordelijkheid te nemen voor eventuele fouten van mijn voorgangers.”

In 2012 trad Mansveld toe tot het kabinet-Rutte II als staatssecretaris op Infrastructuur en Milieu, samen met minister Melanie Schultz (VVD) die met een lichte portefeuille de luwte van het ministerie opzocht. Milieu, spoor, transport , KLM en luchtvaart liet Schultz aan Mansveld. De staatssecretaris met de portefeuille van een minister, heette het al snel.

Clementie snel voorbij

Aanvankelijk werd het Fyra-dossier Mansveld nauwelijks aangerekend, ze zat er nog maar net. Maar toen de parlementaire enquêtecommissie haar in juni de maat nam over haar rol, bleef er van die clementie weinig over. En speelde de vraag of zij informatie die op haar ministerie bekend was, gedeeld had met de Tweede Kamer. Daar gaf de enquêtecommissie gisteren antwoord op: dat had ze bij herhaling niet gedaan. Terwijl het ook schortte aan samenwerking met andere bewindspersonen.

Vlak voor het uit dienst nemen van de Fyra toonde Mansveld zich nog teleurgesteld over de tegenvallende prestaties van de Fyra. „Niemand had dit verwacht”, zei ze in de Tweede Kamer. Maar haar ambtenaren waren twee weken voordat de Fyra in exploitatie werd genomen, gewaarschuwd dat de trein waarschijnlijk slecht zou presteren. Was die verbazing en teleurstelling een toneelspel van de staatssecretaris geweest? Mansveld verdedigde haar eigen afstandelijke stijl: die waarschuwingen hadden haar niet bereikt en dat hoefde ook niet, was haar betoog. Want uitvoering van de dienstregeling was een zaak van de vervoerder, niet van haar ministerie.

Haar formele houding

Die formele houding heeft Mansveld vaker parten gespeeld in haar omgang met de Kamer. Ze geldt als goed ingevoerde dossierkenner, inhoudelijk ijzersterk, maar ook als iemand die niet in staat is om zichzelf te relativeren of een kwinkslag te maken.

Mansveld kwam verder in problemen toen De Telegraaf in september met nieuwe onthullingen kwam over wanbeleid bij ProRail. Externe adviseurs constateerden volgens de krant eind 2014 dat de boekhouding van ProRail niet deugde. En dat er al vijf jaar financiële chaos heerste. De oppositie eiste een debat: had Mansveld nog wel de regie over ProRail?

Mansveld maakt dat ProRail-debat niet meer mee, hoewel ze de strijd graag was aangegaan, liet ze weten. „Ik heb er steeds naar gestreefd de Kamer naar eer en geweten te informeren, maar de commissie is van mening dat dit onvoldoende is gebeurd. Wat ik daar ook van vind, het betekent dat ik dingen niet goed heb gedaan.”