Wilders: geen eerlijk proces over ‘minder, minder’-oproep

Wilders op de verkiezingsavond, 2014. Foto ANP

PVV-leider Geert Wilders is bang dat hem voor de Haagse rechtbank geen eerlijk proces wacht. Wilders wordt door het OM vervolgd voor het aanzetten tot discriminatie van Marokkanen, belediging en het aanzetten tot haat.

De politicus is kwaad omdat de rechter-commissaris vrijwel al zijn verzoeken tot het horen van zo’n veertig getuigen heeft afgewezen. Wilders wil onder meer bewindslieden horen. Hij wil ook onderzoek doen naar de aangiftes tegen hem. Ruim 6.400 mensen deden na de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014 aangifte tegen Wilders. Zij vinden het discriminerend dat de PVV-leider op de avond van de verkiezingen in een Haags café aanhangers opriep om te roepen dat ze „minder, minder, minder” Marokkanen willen. In De Telegraaf zegt Wilders vandaag dat „een moskeebestuurder met andere handschriften maar met dezelfde handtekening meerdere keren aangifte” deed.

Ook wil Wilders deskundigen horen over de beschuldiging van racisme. „Een nationaliteit is geen ras dus hoe kan ik schuldig zijn aan racisme?” Wilders dreigt niet te verschijnen als zijn verzoeken niet alsnog worden toegewezen. Anders is er volgens hem sprake van „een PVV-haatproces”.

Bij het OM leeft het gevoel dat Wilders er met zijn advocaat Gert-Jan Knoops vooral op uit is de strafzaak te traineren. Het besluit tot vervolging is al een jaar oud. Wilders heeft twee keer verzoeken bij de onderzoeksrechter ingediend en die zijn twee keer afgewezen. Hij is twee keer in beroep gegaan bij de raadkamer en die steunden de rechter-commissaris. De tweede beroepszaak loopt nog.

Knoops zegt het „zelden te hebben meegemaakt dat precies onderbouwde verzoeken worden afgewezen. We komen niet met bullshit aan maar met gefundeerde verzoeken”. Bij het vorige proces tegen hem had Wilders dezelfde klachten. Hij werd toen vrijgesproken van discriminatie.