Wij zijn meer dan die leuke tweeling

Op hun tweede album zetten zussen Loes en Renée Wijnhoven alias Clean Pete grote stappen, richting elektronica en knisperende beats. „We waken voor een al te vrouwelijke sound. Er zit genoeg venijn in onze nummers.”

Renée (links) en Loes Wijnhoven Foto Roger Cremers

De tweeling Loes en Renée Wijnhoven (24), alias Clean Pete, debuteerde in 2014 met de cd Al Zeg Ik Het Zelf, vol ingetogen liedjes, uitgevoerd op akoestische gitaar en cello. Bij het maken van het nieuwe album, Aan Het Licht, zijn grote stappen gezet richting elektronica, knisperige beats en richting Antwerpen, waar producer Arne Van Petegem zijn studio heeft.

Het resultaat klinkt als een viering van muzikale mogelijkheden: de stoer brommende cello wordt omringd door felle tamboerijn, getokkelde gitaar, bruisend heldere zangstemmen, en een nostalgisch klinkende drumcomputer. Het geheel is zo overrompelend dat je niet meteen hoort dat de teksten, die zich ontrollen als een zijden draadje, in het Nederlands zijn.

In het ouderlijk huis in Sambeek, bij Nijmegen, vertellen Loes en Renée over hun liefde voor ruimte en het platteland; over de afwezigheid van onderlinge concurrentie in de muziek. „We weten nu al niet meer wie welk element bedacht of gespeeld heeft.” Ze praten ook over de gêne over hun eerste single Hallo Jaargetijden. „Als mensen ernaar vragen, zeggen we dat hij op is, terwijl er nog 200 stuks op zolder liggen.”

Hoewel het nu wat anders voelt was dat nummer ooit hun eureka-moment, zegt Loes. „Vanaf ons zesde jaar tot ons veertiende speelden we viool en cello, maar toen ontdekten we bands als Nirvana en bedachten dat het met viool en cello nooit zo gaaf zou worden. Dus nam ik basgitaarles, Renée ging drummen en we begonnen onze eigen ruige liedjes te schrijven. Het klonk nergens naar. Tot ik dat ene Nederlandstalige nummer maakte.”

Renée: „Ik wist meteen: dit gaan we doen. Loes zingt in het Nederlands, en ik speel cello, want dat kan ik toch het best. Bij dat nummer dacht ik voor het eerst ‘waar haalt ze het vandaan?’ Terwijl bij eerdere liedjes wel duidelijk was waar we het vandaan haalden.”

Vanaf dat moment ontwikkelden beiden een levendige manier van schrijven. In nummers als Zet Me Uit of Wat Kom Je Doen zijn de zinnen raadselachtig, afgewisseld met juist heel directe episodes. Zo geeft Loes in Leuk Voor Later antwoord op de vraag ‘hoe het gaat met de nieuwe plaat’. „Geen idee, vraag maar aan iemand anders”, zingt ze. „Bijvoorbeeld aan die leuke jongens daar, die zijn op dit moment goed bezig en bij hun is vast wat klaar.”

Die tekst is typisch voor Loes, zegt Renée, de eerstgeborene. „Loes is stoer, of beter, ze houdt zich stoer. Als je iets doet wat Loes niet leuk vindt, haalt ze haar schouders op: ‘Oké, het zal wel’.”

Op het nieuwe album staat één nummer waarin Loes zich van een andere kant laat zien. In Geheimen zingt ze een geliefde toe: „Ik weet niet wat ik wil dus ik denk dat ik maar ga/ Ik zou wel willen blijven. ’t Is dat ik nu al buiten sta.” En: „Ik zie geheimen in je ogen [...]/ Ik wil het graag geloven, vertel me niet de waarheid/ dan kom ik vast bedrogen uit.’ Geheimen is al een ouder liedje, het heeft even geduurd voordat Loes met deze kant van zichzelf naar buiten wilde komen.

Loes: „De boodschap die ik uitdraag is meestal ‘ik ben te cool voor jou’. Maar hier dacht ik: ik schrijf wat ik voel en doe me niet stoerder voor dan ik ben. Het hoefde een keer niet dubbelzinnig of afstandelijk te zijn.”

Renée: „Het is een tekst over een onzekere vrouw, en dat is ongewoon voor Loes. Maar het is fijn om zoiets te spelen, tussen al die andere liedjes. Dat merk je ook aan het publiek, blijkbaar heeft dat soms behoefte aan een eenduidige tekst.” Loes: „Normaal schrijf ik over verzet en boosheid. Over wat ik niet wil. Nooit over wat ik wel wil.”

De zusjes zijn vierentwintig, hebben lang blond haar en een fris uiterlijk. Die kenmerken leiden makkelijk tot de verwachting dat ze ook als muzikanten lief en gevoelig zouden zijn. „Dat ‘typisch vrouwelijke’ is een valkuil waar we ons bewust van zijn”, zegt Renée. Loes: „Maar zo willen we niet overkomen. We zijn niet alleen die leuke, gezellige tweeling, er zit genoeg venijn in ons en in onze nummers.”

Het album Aan Het Licht werd gemaakt met de Belgische Arne Van Petegem, bekend als producer van elektronische muziek. De combinatie met Van Petegem lag in eerste instantie niet voor de hand, zeggen ze. Renée: „Want van hem kenden we vooral zijn lugubere technotracks.” Maar de samenwerking bleek zo soepel dat er tijdelijk sprake was van een drieling, volgens Loes.

Van Petegem voegde elektrische gitaar toe, de volle klank van de Moog-synthesizer als ondersteuning van Renées cello, en in sommige nummers een primitief klinkende drumcomputer. Als gevolg van deze nieuwe stijl worden hun liveoptredens aangepast: behalve de akoestische instrumenten zijn er nu een piano, een batterij apparaten, gitaren en een wirwar aan kabels. Alles moet bediend worden en in de gaten gehouden, door slechts twee keer twee handen. Renée: „Zo zijn we samen alsnog een echte band geworden.”