Column

Waarom zijn we als een kip zonder kop zodra het over eten gaat?

Onder de dunne huid van onze ratio zijn we allemaal idioten, zodra het over eten gaat, ziet schrijver Christiaan Weijts.

Kamerleden aan de barbecue. Foto ANP / Evert-Jan Daniels

Een bevriend artsenstel verving vier jaar terug alle draadloze verbindingen door snoeren. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) had elektromagnetische straling namelijk op de stortplaats van kankerverwekkers is gedumpt, dezelfde categorie waar nu ook het rood vlees in ligt. Mij leek het overdreven, maar ja, het waren wel artsen.

Dinsdag had ik een lunch met schrijvers, uitgevers en anderen uit het boekenvak. Het hoofdgerecht was Black Angus Steak, prachtig rosé gebakken. Wat mij verbaasde was dat velen oprecht ongerust waren. Dit waren intelligente figuren, die kranten lazen, hoogopgeleid waren, en die dus wisten dat dit mogelijk verhoogde risico nog altijd uiterst gering is, dat bovendien niet is meegewogen dat grote vleeseters ook vaak slecht bewegen, weinig groente eten, enzovoorts, enzovoorts.

Ja, ze wísten het wel, rationeel, en toch… Toch ‘vonden ze het griezelig’. Ook voor mij zweefde ergens dat alles vergiftigende woord ‘kanker’ boven die heerlijke vleesplakjes. Goed, nu neigen schrijvers van nature wat meer tot hypochondrie, neurose en overdrijving, maar dat is het niet alleen.

Waar rook is, is vuur, en diep in ons overlevingssysteem zit een brandmelder die hypergevoelig staat afgesteld, zeker waar het ons eten betreft. Wat je er ook aan feiten, cijfers en percentages als dempend materiaal omheen slingert, dat alarm blijft brullen. Dat is waarom we ‘geen hap meer door onze keel krijgen’ als iemand aan tafel vertelt over het ontleden van koeienogen.

Dat is ook waarom we extreem beïnvloedbaar zijn door zo’n evidente kwakzalver als Kris Verburgh, die miljonair werd met z’n Voedselzandloper, en grote groepen van weldenkenden aan spinaziesmoothies en havermoutsmurries wist te zetten, ook al is het voor elke eerstejaars bètastudent een fluitje van een cent om de volslagen kolder ervan onweerlegbaar aan te tonen.

Deze week kwam hij met een nieuw boek, waarin hij opnieuw dat wantrouwige biologische instinct van ons slim commercieel bespeelt.

Wie voor idioten schrijft, heeft zich altijd op een groot publiek kunnen verheugen, stelde Schopenhauer al, en onder de dunne huid van onze ratio zijn we allemaal idioten: irrationele beesten, immuun voor feiten en vatbaar voor occulte prietpraat. Zelfs artsen zijn dat.

In een gebied dat al zo geniepig gemanipuleerd wordt door malafide eetgoeroes moet er eenduidige en glasheldere overheidsinformatie zijn. Ons ministerie gaat de WHO-uitkomsten nu meenemen in de voedingsschijf. Dat gebeurt vast met alle relativering en cijfers, maar is het, gezien onze irreële ongevoeligheid daarvoor, niet verstandiger om daar nog even mee te wachten en de vleesvrees niet verder aan te wakkeren? Die gsm-straling heeft onze overheid ook nooit officieel schadelijk verklaard.

En mijn artsenstel heeft weer wifi. Later onderzoek bewees dat de kans op tumoren veel kleiner was dan die op een ernstige val na het struikelen over al die snoeren.