Schultz en Dijsselbloem blijven buiten schot na vertrek Mansveld

Het aftreden van Mansveld was na het harde enquêterapport onvermijdelijk. Zijn nog meer politieke gevolgen te verwachten?

Het is „ongepast” dat „de Tweede Kamer onvolledig [is] geïnformeerd en daardoor op het verkeerde been gezet” over een afspraak tussen NS en treinfabrikant AnsaldoBreda, schrijft de parlementaire enquêtecommissie Fyra. Even onverkwikkelijk vindt zij dat „de NS en [dochter] HSA beloond zijn voor slecht gedrag” en dat een betrokken bewindspersoon naliet te doen „wat ze de Tweede Kamer heeft toegezegd”.

Deze harde verwijten gaan níét over de gisteren afgetreden staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA), maar over twee bewindslieden die medeverantwoordelijk zijn voor het spoordebacle en dat voorlopig blijven. De onvolledige informatie waarmee de Tweede Kamer op het verkeerde been werd gezet, was afkomstig van minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA). Het was minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) die de NS onterecht beloonde en haar toezegging aan de Kamer niet nakwam.

Toch blijven zij gespaard, terwijl Mansvelds vertrek direct na publicatie van het enquêterapport onontkoombaar was. Dat zij de Tweede Kamer „onvolledig en strikt genomen onjuist” informeerde, zoals in het rapport staat, wordt gezien als politieke doodzonde. Maar die bleek al bij haar verhoor voor de enquêtecommissie in juni en was gisteren geen verrassing.

In haar verklaring legde Mansveld de schuld vooral buiten zichzelf. Zij werd bij aantreden „geconfronteerd met” de puinhoop van haar voorgangers. Het was de NS die „besloot om niet door te gaan met de treinen”. En hoewel ze toegaf dat „ik dingen niet goed heb gedaan” deelde ze de mening van de enquêtecommissie dat ze de Kamer slecht geïnformeerd had niet. Ze zei dat ze niet anders kon dan aftreden: „Het is mijn democratische plicht om met mijn aftreden ook verantwoordelijkheid te nemen voor eventuele fouten van mijn voorgangers.” En ze stelde dat een inhoudelijk debat over het falen van de flitstrein niet mogelijk is, als het gedomineerd wordt door „al dan niet aanblijven”.

Schuldvraag

Door de conclusies van de commissie kon Mansveld op een chique manier vertrekken uit Den Haag, waar ze nooit op haar plek leek. Haar positie stond vrijwel continu ter discussie en over haar val werd meer dan eens gespeculeerd. Opvallend was dat ze gisteren zichtbaar ontspande zodra ze het woord aftreden uitsprak.

Haar vertrek staat in een traditie van bewindslieden die sneuvelden door parlementaire enquêtes. Bij de laatste twee, over woningcorporaties en het financieel stelsel, gebeurde dat niet, maar daarvoor was het gebruikelijk. VVD’ers Benk Korthals, in 2002, en Wim van Eekelen, in 1988, traden zelfs af als minister van Defensie, omdat ze op een ander departement in een eerder kabinet verantwoordelijk waren voor respectievelijk bouwfraude en paspoortaffaire. Minister Schultz deed dat gisteren niet voor haar rol in het spoordossier, als minister in Rutte I en van 2003 tot 2007 als verantwoordelijk staatssecretaris.

De politieke gevolgen lijken dus tot Mansvelds val te zijn beperkt. Binnenkort buigen kabinet en Kamer zich over lessen die getrokken moeten worden uit het miljardendebacle en het falen om een hsl-trein te laten rijden. De schuldvraag lijkt na Mansvelds vertrek een minder prominente rol te gaan spelen. Niemand sprak gisteren over de positie van Dijsselbloem. De vraag of Schultz conclusies moet verbinden aan haar verantwoordelijkheid kwam slechts marginaal aan bod.