Mondriaans koude schildershutje

In Blaricum kun je nu het huisje bekijken waar Mondriaan anderhalf jaar heeft geschilderd.

De hut van Mondriaan met potkachel, zelfportret, stoel en kolenkit. Foto Dooyewaard Stichting

Zelf had Piet Mondriaan heel wat te klagen over zijn schildershuisje. In brieven aan collega-kunstenaars schreef hij dat zijn schilderijen niet goed konden drogen omdat het er niet warm te stoken was, en dat het er te klein was en te donker. Maar het was beter dan niets.

Wegens de Eerste Wereldoorlog verbleef Mondriaan weer in Nederland. Hij kon niet terug naar Parijs, waar hij al een atelier had. In plaats daarvan ging hij in 1915 op een kamertje in Laren wonen. En op tien minuten loopafstand, in Blaricum, stond het huisje waar hij anderhalf jaar lang heeft geschilderd. Dat huisje is er nog en nu te bezichtigen.

Honderd jaar geleden wemelde het in Blaricum van de schilders en de schildershuisjes, destijds hutten genoemd. De lokale Dooyewaard Stichting is erin geslaagd drie overgebleven bouwseltjes te redden. Ze zijn gerenoveerd en overgeplaatst naar één erf: Eemnesserweg 30b. De hut van Mondriaan is zelfs heringericht, met een potkachel, piano, stoel en andere huisraad uit die tijd. Bovendien staat er een reproductie van een zelfportret dat hier is gemaakt – toen de schilder nog zoekend was tussen figuratie, kubisme en zijn eigen latere stijl.

Op de muur prijken de pastelkleurige kleurvlakjes waarmee hij toen experimenteerde. Hoe die vlakjes in zijn ontwikkeling pasten, is ook, in een tijdelijke tent op het terrein, te zien op de tentoonstelling De hut van Mondriaan. De expo biedt een overzicht van alle locaties waar de kunstenaar heeft gewerkt.

Vanaf half november is de hut alleen nog op afspraak te bekijken. De schildershuisjes worden dan in gebruik genomen door jonge kunstenaars, op uitnodiging van de Dooyewaard Stichting. „Het is wel de bedoeling dat ze gebruikt worden”, zegt voorzitter Martijn F. le Coultre. „We maken er geen openluchtmuseumpje van.”