‘Mister KLM’ wilde eigenlijk nooit de hoogste baas worden

Sergio Orlandini 1921-2015

De langstzittende president-directeur van KLM was niet gelukkig met de overname door Air France. „De company is weggegeven.”

Sergio Orlandini bij zijn vertrek als president-directeur van KLM, 1987 Foto Frans van der Linde, ANP

‘Mister KLM’ werd hij genoemd, de langstzittende president-directeur van KLM na oprichter Albert Plesman. Van 1973 tot 1987 leidde Sergio Orlandini de luchtvaartmaatschappij. In 1951 begon hij te werken bij zijn eerste en enige werkgever, bij de afdeling planning.

Het was nooit zijn bedoeling om de baas te worden, zei hij in een interview van begin 2013 met Jannetje Koelewijn in deze krant. „Het ging vanzelf. Het gebeurde gewoon.”

Het is een interview vol weemoed en bescheidenheid. Thuis in Laren, aangespoord door zijn van origine Amerikaanse vrouw Diane, blikt een man van 91 met lichte tegenzin terug op zijn leven. Over de dood denkt hij niet. „Ik verlang er ook niet naar. Ik merk het wel. Het familieleven, mijn kinderen, mijn kleinkinderen, dat is wat telt.”

Een bescheiden man, met een tenger postuur en een olijk gezicht. Maar wel iemand die jarenlang een prominente rol speelde in de top van het Nederlandse bedrijfsleven, met dank wellicht aan die schijnbaar onschuldige uitstraling. ‘De kwinkslag als handelsmerk’ zette Vrij Nederland ooit boven een profiel.

Als jongetje van vijf kwam Orlandini in 1926 met zijn moeder en Nederlandse stiefvader – zijn Italiaanse vader stierf aan tyfus toen Sergio een paar maanden oud was – van Milaan naar Nederland. Hij groeide op in Noordwijk, in het door zijn ouders geëxploiteerde hotel Belvédère. Hij ging naar school in Oegstgeest, na de oorlog studeerde hij bedrijfseconomie in Rotterdam.

Een carrière van maar liefst 42 jaar bij KLM volgde. Kort na zijn benoeming tot president-directeur kaapten drie Palestijnen een KLM-Boeing 747. De kaping liep goed af. Ook in zijn periode: de ramp op het vliegveld van Tenerife in 1977, met 583 slachtoffers door de botsing van 747’s van PanAm en KLM. Bij elke vliegramp denkt hij er aan, zei hij in 2013. „Het vreemde is alleen dat ik niet kan vertellen wat ik dan denk. Alles zit in dat ene woord: Tenerife.”

Onder Orlandini werd duidelijk dat KLM samenwerking moest zoeken met andere maatschappijen om op termijn te kunnen overleven. Als commissaris, tot 1993, was hij betrokken bij de mislukte besprekingen met British Airways in 1991 en met de combinatie van SAS, Swissair en Austrian Airlines in 1993. In dat jaar kwam wel het verbond met Northwest Airlines, inmiddels Delta, tot stand.

Tien jaar later had hij weinig vertrouwen in de fusie met Air France, feitelijk een overname. Zijn opvolger Leo van Wijk was in 2003 niet blij met Orlandini’s commentaar vanaf de zijlijn: „Dit is een ramp, de company is weggegeven, KLM wordt helemaal overgenomen ondanks de mooie woorden.” Verzet tegen het samengaan van Air France en KLM leeft in sommige kringen door tot vandaag.

Orlandini was ook buiten KLM graag gezien, als innemende en charismatische bestuurder. Hij verzamelde commissariaten, onder meer bij Heineken, ABN, Bijenkorf en DAF. Minder gelukkig was de belangenverstrengeling van de directeur van de Staatsloterij in 1995. Orlandini trad af als president-commissaris.

Pieter Elbers – de twaalfde president-directeur van KLM, Orlandini was nummer zes – stuurde gisteren een mail naar alle KLM’ers. Elbers: „Mede door zijn enorme inzet en visie is KLM uitgeroeid tot een wereldwijd toonaangevende luchtvaartmaatschappij. KLM heeft veel aan hem te danken.”