Marine Le Pen: ja, De Graaff (PVV) stemde voor mij

Hij kan nu een reprimande, boete of schorsing tegemoetzien, want stemmen voor iemand anders mag niet.

PVV-europarlementariër Marcel de Graaff (tweede van links), Marine Le Pen (Front National, vijfde van links) en PVV-leider Geert Wilders. Foto Jonas Roosens/ANP

Marine Le Pen, partijleider van het Franse Front National, heeft toegegeven dat collega-europarlementariër Marcel de Graaff (PVV) gisteren meerdere keren namens haar heeft gestemd. De PVV en het Front National werken in het Europees Parlement samen, maar stemmen voor een ander is tegen de regels.

Volgens Le Pen bracht De Graaff vier stemmen uit in haar afwezigheid, maar zonder haar toestemming. Mogelijk is het zelfs zeven keer gebeurd, schrijft persbureau ANP. Le Pen had, zo zei ze, haar stemkaart achtergelaten in haar stemkastje. Ze noemde het “ongelukkig” dat De Graaff namens haar heeft gestemd, maar ook “hoffelijk”, omdat hij haar een dienst had willen bewijzen.

De Graaff, die nog niet heeft gereageerd, zal zich nu bij parlementsvoorzitter Martin Schulz moeten verantwoorden. Het onderzoek naar de stemfraude kan nog weken al dan niet maanden duren. De Graaff zou slechts een reprimande kunnen krijgen, maar ook een boete of een korte schorsing, maximaal van enkele weken.

Juridische stappen

Manfred Weber, voorzitter van de grootste fractie in het parlement, de christendemocratische Europese Volkspartij, gelooft niet in de lezing van Le Pen dat De Graaff zonder dat zij ervan wist heeft gestemd. Hij beschuldigde Le Pen ervan “geen idee” te hebben wat democratie is, noemde het een “groot schandaal” volgens persbureau AP, en vindt dat er juridische stappen tegen haar moeten komen. Le Pen heeft daar volgens het ANP weer op gereageerd door een klacht te willen indienen tegen Weber vanwege “onacceptabele beschuldigingen”.

Eerder deze week werd twee europarlementariërs beboet en tien dagen geschorst omdat ze de nazigroet hadden gebracht tijdens debatten. Het ging om de Italiaan Gianluca Buonanno en de Pool Janusz Korwin-Mikke.