Column

Kunstenaars: kom uit repetitiehok of atelier en ga vergaderen

De brief die ruim zestig kunstenaars drie weken geleden naar het bestuur van De Appel stuurden was ronduit opmerkelijk. In de eerste plaats omdat de superindividualisten collectief actie ondernamen in de bestuurscrisis bij deze beeldendekunstinstelling. Maar daar gaat het mij hier niet om. Wel om hun verzoek om minimaal één kunstenaar in het bestuur op te nemen. Ik was stomverbaasd dat er niet al lang een kunstenaar in dat bestuur zat.

Bij collega-instelling Witte de With in Rotterdam is dat heel gebruikelijk, daar hebben twee kunstenaars een bestuursfunctie. Bij andere beeldendekunstinstellingen als BAK, MU en Marres ontbreken ze dan weer. Wel soms curatoren. Zoals bij De Appel horecaondernemer en curator Suzanne Oxenaar en de Haagse museumdirecteur Benno Tempel. Maar verder bestaat het bestuur uit de directeur van een openbaarvervoerbedrijf, een zakenbankier en een advocaat. Toch gek bij een instelling die „een sleutelpositie in het kunstenveld in Amsterdam en in Nederland wil vervullen”.

Het belang van meer kunstenaars in raden van toezicht of besturen werd twee jaar geleden al onderkend in een onderzoek dat de Nederlandse Vereniging Toezicht Cultuur had laten uitvoeren. Het toezicht beperkt zich bij veel instellingen tot financiën en bedrijfsvoering. Op het culturele vlak, de strategie, krijgt de directie vaak weinig weerwerk. En dat is niet goed, constateerden de onderzoekers, zeker niet in tijden van een onzekere toekomst. Meer mensen met een culturele achtergrond – liefst kunstenaars – zijn juist dan nodig.

Destijds kwam de helft van de toezichthouders uit het bedrijfsleven en nog eens een fors deel uit de politiek. Alleen orkesten hebben wel eens musici in de raad van toezicht, een enkel museum een kunstenaar, verder zijn het veelal culturele managers.

Robbert Dijkgraaf ging tijdens de Paradisolezing eind augustus een stap verder. Hij constateerde dat het raar is dat kunstenaars niet vaker een culturele instelling leiden. En waarom niet? Vergelijk kunstenaars met andere ‘professionals’, en dan zie je dat wetenschappers universiteiten leiden, advocaten zelf hun maatschap besturen en medici aan het hoofd van een ziekenhuis staan. Vaak – heel gezond – voor een paar jaar en dan keren ze weer terug naar hun geliefde vak.

Gebeurt dat in de kunsten niet? Jawel. Bij toneel- en dansgezelschappen zie je artistiek leiders in de directie. Bij een enkel orkest is een voormalig musicus algemeen directeur. Maar musea en beeldendekunstinstellingen doen het met tot beroepsmanagers omgeschoolde kunsthistorici. Daar ligt een leemte. Zo bezien moet de oproep van de kunstenaars bij De Appel misschien maar een begin zijn van een nieuwe beweging.