Klontjes bacteriën maken beter schoon dan vlokjes

De nieuwe, zuinige, snelle rioolzuivering Nereda is een hit. Waterschappen gaan er de boer mee op in het buitenland.

„Vróéger. Tóén stonk het.”   Beheerder Peter Kloezeman rukt een deksel van ‘roostergoedput 1202’, een filter die de allergoorste troep uit het rioolwater van Epe haalt. Tot nu toe was geur inderdaad opmerkelijk afwezig op de waterzuiveringsinstallatie. Maar wat onder het deksel vandaan komt, is ontstellend.

Kloezeman geeft geen krimp. Met z’n neus boven het bruine drab beschrijft hij uitgebreid hoe de spiraal het rioolwater door de roosters perst en hoe het via de vetvanger naar de reactor gaat. Stank, welnee. In de tijd dat hij tot zijn oksels door het slib – een veel te aardig woord voor de substantie – moest waden en hij met koppijn en brandende ogen naar huis ging, dat was pas stank. Dit niet. Bovendien word je er immuun voor.

Het deksel mag weer dicht.

Sneller, kleiner, zuiniger, geurlozer

In Epe staat een nieuw soort rioolwaterzuiveringsinstallatie, Nereda, naar de dochter van zeegod Nereus. Die is een paar jaar geleden ontwikkeld door ingenieurs van TU Delft, Royal HaskoningDHV en het onderzoeksinstituut STOWA van de Nederlandse waterschappen. Nereda werkt met een nieuwe techniek waarin bacteriën in korrels klonteren. Dat maakt haar energiezuiniger, sneller, kleiner en geurlozer dan haar voorganger. In Nederland staan er al vier.

De Nederlandse uitvinding is opgemerkt door waterautoriteiten in het buitenland. Bijna wekelijks ontvangt de Unie van Waterschappen buitenlandse delegaties. Royal HaskoningDHV, dat het patent op Nereda heeft overgenomen van TU Delft en STOWA, heeft met lokale bouwbedrijven al dertien installaties gebouwd, onder meer in Polen, Zuid-Afrika, Ierland, Portugal. Binnenkort komen er nog meer dan tien bij, in Brazilië, Zweden, Zwitserland, Australië. Nereda is een hit.

De waterschappen werken mee aan de lucratieve handel. Wie een Nereda koopt, kan daar een ‘waterschapper’ bij krijgen voor advies, scholing en inregelen. Het is voor het eerst dat de waterschappen structureel diensten leveren aan een commercieel bedrijf, tegen betaling. „Ondersteuning aan het bedrijfsleven mag natuurlijk geen belastinggeld kosten”, zegt bestuurslid Gerard Doornbos van de Unie van Waterschappen. Maar risico’s voor de belastingbetaler in dit buitenlandse avontuur, zoals bij staatsdeelneming Tennet die een deel van het Duitse hoogspanningsnet kocht, zijn er niet, zegt Doornbos. „We investeren zelf niet.”

Bloed en gier ruik je in het water

We maken een rondje. Per dag komt in Epe gemiddeld 5.000 kuub rioolwater binnen. Als het ergste vuil eruit is gefilterd en het vet en het zand zijn afgevangen, gaat het rioolwater naar één van de drie reactoren. Daar blijft het een uur of zes, tot het de Dorpsbeek instroomt.

Aan de reling van het bruggetje over de reactor hangt een reddingsboei. Onder ons borrelt 6.000 kuub bruin water. Hier merkt Kloezeman of een slachterij of boer uit de buurt een illegale lozing heeft gedaan. „Bloed en gier, dat ruik je zo.” Het komt weinig voor, zegt hij, maar áls het gebeurt is het slecht voor de bacteriën.

Die moeten het werk doen. En daar zit de winst van Nereda. In een traditionele tank drijven de bacteriën in vlokjes door het water. Als ze het vuil hebben opgegeten, is het wachten tot de vlokjes bezinken en het schone water erboven afgevloeid kan worden naar de volgende bak.

In Nereda klonteren de bacteriën in korrels samen – aerobe bacteriën aan de buitenkant, anaerobe aan de binnenkant. Daardoor kunnen twee stappen in het zuiveringsproces, de zuurstofarme en zuurstofrijke stap, tegelijkertijd gebeuren. Dus hoeft het water niet van de ene naar de andere bak te worden gepompt. Dat scheelt tot wel 40 procent energie.

Bovendien bezinken zware korrels veel sneller dan lichte vlokjes. Omdat het water zo snel door de zuivering heengaat, is tot vier keer zo weinig ruimte nodig. Dat is interessant voor grote, volle steden. De installatie in Epe heeft drie reactoren, opschalen tot twaalf kan makkelijk. Een kleine installatie kost 10 miljoen euro, een grote tot 100 miljoen euro.

Handen wassen met tandpasta

De winst op zo’n nieuwe installatie gaat enkel naar Royal HaskoningDHV. De waterschappen willen toch mensen leveren, zegt Doornbos, omdat ze willen leren. „Nederland heeft een beetje last van de wet van de remmende voorsprong. Onze zuiveringsinstallaties zijn goed, maar we willen bijblijven in de nieuwste ontwikkelingen in het terugwinnen van bijvoorbeeld grondstoffen en energie.”  In andere landen is ook meer ervaring met droogte of juist stortregens.

RoyalHaskoningDHV is blij met de deal. René Noppeney is er directeur waterproducten en innovatie. „Wij hebben als ingenieursbureau weinig ervaring met de dagelijkse gang van zaken op een waterzuivering. Klepje open? Klepje dicht? Slibcentrifuge aan? We krijgen die vragen wel.”

Nu gaat het nog maar om een handjevol waterschappers dat wordt uitgeleend. Doornbos: „Maar het kan heel groot worden.” Noppeney: „Straks starten we iedere maand een nieuwe Nereda op.”

Inmiddels bruist het water onder ons niet meer. En het ruikt schoon. Als straks de laatste vlokken door de zandfilter zijn gehaald, kan het zo de beek in. Kloezeman haalt diep adem door zijn neus. „Niets! Je kunt hier in zwemmen!” En mocht hij toch nog in het vieze slib moeten graaien, dan heeft hij de juiste tip: „Handen wassen met tandpasta.”