Kern zaak-Fyra is de verziekte verhouding NS en overheid

Hij had nog best wat sterker gemogen, de aanhef van het vernietigende rapport De reiziger in de kou van de parlementaire enquêtecommissie Fyra. Want ook de rest van de burgers staat rillend buiten. De kosten van 11 miljard euro voor de hogesnelheidslijn, die tot op vandaag onderbenut blijft, bedragen per Nederlands huishouden een kleine 1.500 euro. Dat is een fors bedrag voor een halve mislukking.

Nederland presenteert zich graag als een kampioen van de infrastructuur, met hubs en mainports. De hoge scores als vestigingsland ontleent het ook aan zijn imago van bereikbaarheid. Dat het, als enige in de verre omtrek, er niet in is geslaagd een hogesnelheidsverbinding per trein voor elkaar te krijgen, mag worden gezien als een van de belangrijkste hedendaagse illustraties van bestuurlijk onvermogen.

Dat staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu gisteren naar aanleiding van het rapport aftrad was voorspelbaar. Maar het verwijt van de enquêtecommissie dat zij de Tweede Kamer onvoldoende of onjuist informeerde, treft ook haar voorgangers. De Tweede Kamer wordt verweten al die tijd wel te hebben geblaft, maar nooit te hebben gebeten. De inspectie verkoos te slapen. En NS, hoofdrolspeler in dit drama, was voornamelijk gericht op het bestendigen van zijn machtspositie, met middelen die volgens de commissie de grens van het betamelijke opzochten en soms overschreden. Het gevolg: een verliesgevende aanbesteding, te laat geleverde en gebrekkige treinstellen en een peperduur traject dat niet de dienst biedt waarvoor het is aangelegd.

De kern van de Fyra-zaak betreft de onduidelijke en onvolkomen verhouding tussen een voormalig staatsbedrijf en de overheid waarvan het twee decennia geleden werd afgesplitst. NS gedroeg zich als een bevoorrechte speler op een als vrij bestempelde markt waar in wezen vaak weinig concurrentie mogelijk is. De staat, op zijn beurt, geeft subsidie, ontvangt dividend, verleent vervoersconcessies en is nog steeds voor honderd procent aandeelhouder. Overigens van een bedrijf dat de gewraakte Italiaanse treinen aanschafte via een Ierse constructie om het betalen van belasting aan zijn eigen grootaandeelhouder, de staat, te ontwijken.

Hier is, en blijft, iets grondig mis. De liberaliserings- en privatiseringsoperatie van de jaren negentig is wel vaker blijven steken in het schemergebied tussen overheid en markt. Dat vraagt om een bredere en diepgaande evaluatie. Dat de Fyra-commissie, met een Kamerbrede vertegenwoordiging, daar geen concrete aanbevelingen over doet, onderstreept de politieke verdeeldheid over de verhouding tussen staat en markt die tot op de dag van vandaag voortduurt.