Hoe maak je als debutant zo’n voorschot waar?

Schrijver

De Amerikaan kreeg een voor een debutant ongekend voorschot van twee miljoen dollar. Nu nog een hype onder lezers worden.

foto Hollandse Hoogte

Risico is, echt waar, zijn middle name. Garth Risk Hallberg moet twee miljoen dollar terugverdienen. Met zijn debuutroman. Zijn naam werd eind 2013 een hype in de internationale literaire wereld. Amerikaanse uitgeverijen vochten om zijn nog onvoltooide manuscript, tien geïnteresseerden boden twee dagen lang tegen elkaar op, totdat het New Yorkse Alfred A. Knopf met een boekcontract van bijna twee miljoen dollar de hoogste bieder was. Het was het grootste voorschot dat ooit voor een debuutroman is betaald.

Nu, twee jaar later, moet er een nieuwe hype komen: nu moet Stad in brand aan lezers verkocht worden.

Het is nog steeds een ongewoon debuut, en niet alleen door de financiële voorgeschiedenis. De roman telt meer dan duizend bladzijden, combineert de verhalen van negen personages in het New York van halverwege de jaren zeventig en is op alle niveaus tomeloos ambitieus. De plot draait om een schietpartij in Central Park op oudejaarsavond. Maar het gaat ook over de verhoudingen tussen alle personages, over de duizelingwekkende energie van de stad, over de tijdgeest van toen en hoe die zich verhoudt tot het heden, over het verschijnsel tijd.

Een riskante onderneming dus, zowel het boek als het boekcontract. Hoe gaat Garth Risk Hallberg die twee miljoen terugverdienen? Door zich niet met dat geld bezig te houden, luidde het koele, korte antwoord dat de 36-jarige Amerikaan dinsdag gaf, in een Londens koffietentje. Hij is daar een week om de verschijning van Stad in brand te vieren, en om met één journalist per land te praten – de marketeers van de internationale uitgeverijen weten ook hoe ze buzz moeten creëren.

Hallberg was niet in Londen om zich druk te maken over geld. „Ik zie dat niet als mijn taak.”

Wat zag hij dan wél als zijn taken, tijdens het schrijven van Stad in brand? Hoe lukte het de schrijver om zijn ambitieuze manuscript te voltooien, terwijl er zulke grote financiële belangen mee gemoeid waren?

Hij had een J.K. Rowling-moment.

Het begon met „een soort visioen”, zegt Hallberg. Hij zat twaalf jaar geleden in een Greyhound-langeafstandsbus van zijn woonplaats Washington D.C. naar New York, om er oude vrienden te bezoeken. Zoals J.K. Rowling in een vertraagde trein van Manchester naar Londen opeens tovenaarsleerling Harry Potter voor zich zag, zo staarde Hallberg in de verte en zag een groot verhaal voor zich.

Aangekomen in New York schreef hij „extatisch en doodsbang” meteen een scène uit, die nog steeds in het boek zit. Over een van de personages, bankier Keith, die een congres bezoekt over ‘de toekomst van de stad’. Er wordt gesproken over de crisis waarin New York in 1976 verzeild is geraakt, en de scène bevat een zin die je ook een kernzin van de gehele roman kunt noemen: ‘Sommigen meenden dat in tijden van zwevende valuta vertrouwen het enige was dat het systeem voor volledige instorting kon behoeden.’

Hij besloot dat verbondenheid de rode draad werd.

Vertrouwen in tijden van crisis – dat was wat Hallberg opviel, in 2003. New York was nog gedompeld in „de shock, het afgrijzen en de rouw” van de aanslagen van 11 september 2001. „Ik wil de spanningen en boosheid en het verdriet niet ontkennen, maar ik bespeurde ook een sterk gevoel van iets anders. Van verbondenheid. Kort na 9/11 ging ik bloed doneren – een vrij betekenisloos gebaar, maar je zocht iets, tegen je gevoel van machteloosheid. Er stonden daar 600 mensen in de rij, en het was stil. En als je iemand in de ogen keek, voelde je een connectie. Iedereen deelde hetzelfde gevoel.

„Het was in die tijd alsof iedereen zich weer afvroeg waar het leven nou eigenlijk om draaide, wat zijn positie was, wat van waarde is. Alsof de dagelijkse realiteit, waarin mensen bezig zijn om alleen zichzelf verder te helpen, even was opgeschort. Alsof er zich door die verbondenheid nieuwe mogelijkheden aandienden. Dat voelde ik ook in Washington, maar vooral in New York. En zo stel ik me óók het New York van 1977 voor, waar de stad in crisistijd verbonden raakte, door een stroomuitval van enkele dagen. Daar speelde het verhaal – soms zie je scherper als je afstand neemt.”

Hij zag het schrijven van dit boek niet als een beslissing, maar als een opdracht.

Hallberg nam de tijd. „Toen ik die bankiersscène had opgeschreven, wist ik: dit wordt te groot voor mij. Het was de logische reactie van een 24-jarige nobody: ik wist dat ik het móest doen, maar nog niet kon. Als ik het meteen zou proberen, zou ik het verpesten.”

Het idee verdween in de la.

Jarenlang dacht hij na, schreef over literatuur voor boekenwebsite The Millions, verdiende geld als basisschoolleraar en las veel. Dat laatste deed hij altijd al en doet hij nog steeds – over steden, bijvoorbeeld. „Ik probeer de hele wereldliteratuur bij te houden. Kijk, ik heb nu Nescio in mijn tas – hoe hij schrijft over Amsterdam heeft wel wat weg van hoe Fernando Pessoa over Lissabon schrijft.”

Zijn roman moest „recht doen aan wat New York voor mij betekend heeft”, zegt Hallberg. „Ik ging er wonen als zeventienjarige, en was overweldigd. Je stond het ene moment in het fabelachtige appartement van een of ander meisje naast Central Park, het volgende in een groezelige bar in The Village. De roman moest die hele stad vangen. Ik kon er niet voor kiezen om een roman van 250 bladzijden over één personage op één dag te schrijven, daarmee had dit idee niets te maken. Dat voelde niet als mijn beslissing, maar als een opdracht.”

Hij hield zichzelf voor dat het nooit uitgegeven zou worden.

In 2007 kwam het idee uit de la. „Ik was 27 of 28, mijn vader werd ernstig ziek en daardoor ging ik nadenken over mijn verhouding met angst. Angst waarschuwt je voor gevaar, waarvoor je moet wegrennen. Maar een betekenisvol leven is nooit zonder angst. Angst kan ook een teken zijn dat je daaraan moet werken. Het is mijn ambitie om kunst te maken, en daarbij gaat het om het najagen van onbereikbare dromen, geen haalbare projecten.”

Daarom hield Hallberg zichzelf ook voor dat dit boek, zo omvangrijk en ambitieus, „niet publiceerbaar” zou zijn. Voor het schrijven werkte dat „bevrijdend”. Wat hielp: in dat stadium zat er inderdaad nog niemand op zijn manuscript te wachten. Pas toen het manuscript er in ruwe versie bestond, kwam hij in beeld bij de reikhalzende uitgevers.

Hij dacht in kleine vierkantjes van een halve bij een halve centimeter.

Hallberg haalt een notitieblok uit zijn tas: pagina’s met kleine vierkantjes, met potlood in priegelig handschrift volgeschreven. „Met de hand schrijven, in die hokjes, bracht me terug tot waar het uiteindelijk om draaide: dat ik woorden achter elkaar op papier moest zetten. Vierkantjes vullen. Ik ben een lichtelijk obsessief persoon, misschien helpt dat ook.”

Hij overwoog niet om naar een onbewoond eiland te vertrekken.

Het gezicht van Hallberg verstrakt bij de vraag of hij niet heeft overwogen om met die twee miljoen op zak zijn hielen te lichten. Is die verleiding er niet geweest, uit angst voor de hoge verwachtingen? Hij beantwoordt de vraag enigszins omslachtig. „Ik moest vertrouwen op wat mij ooit aantrok in dit project en gewoon mijn werk doen. Ik kan me niet voorstellen dat de literatuur die veel voor mij heeft betekend, is ontstaan in omstandigheden waarbij de makers veel nadachten in financiële termen. Dat zou afleiden. Ik denk dat het boek er is gekomen omdat ik bekwaam ben in het uitschakelen van afleiding.”