Column

Een toekomst zonder ambtenaren

Toen het drama met Wilma Mansveld zich gisteren voltrok, moest ik denken aan het Reuring!Café. Daar komt de onzichtbare ambtelijke invloed van Den Haag bijeen. Topambtenaren die borrelen en roddelen met op de achtergrond The Wizards of AZ, een rockbandje van vooral ambtenaren van Mark Rutte.

Ik was er een maandje geleden, en het interessante was dat Mark Frequin, sinds deze zomer de directeur-generaal Spoor van Wilma Mansveld, het café aan elkaar praatte. Een routinier met aanzien in zijn wereld.

„Wat me ontzettend tegenvalt”, zei hij over het contact met bewindslieden, „is hoe weinig tegenspraak er is.” Ook bleek hij, hoe pikant, sceptisch over „de kenniscirculatie” van politici, ambtenaren en maatschappij. „Doen bestuurders nog wel eens een cursus?”

Een topambtenaar die zo spreekt over bewindslieden – interessant. Vooral omdat hij er, onbedoeld, de kern van die Fyra-enquête mee raakte. En van alle enquêtes sinds de jaren tachtig. Het manco van die onderzoeken is nu eenmaal dat ze allemaal op hetzelfde uitkomen. De conclusie dat de Kamer onjuist of onvolledig wordt ingelicht, kun je van tevoren trekken.

Waar is die minachting voor de volksvertegenwoordiging ontstaan? Ik vermoed dat het alles te maken heeft met de ontstane kloof tussen politici en ambtenaren. Je kunt lang praten over de kloof tussen burger en politiek, maar deze kloof lijkt me minstens zo relevant.

Al sinds de jaren tachtig is afgeven op ‘de bureaucratie’ politieke routine. Pim Fortuyn, ik noem maar iemand, bepleitte in zijn oratie Een toekomst zonder ambtenaren (1991) afstoting van zowat het hele rijk. Van ministeries hoefden alleen „centra van globale beleidsontwikkeling” over te blijven: paar honderd man. Hij was echt de enige niet. De opsplitsing van NS, waar het Fyra-drama begon, was ook zoiets. Toen dat begin jaren negentig door de commissie-Wijffels werd geïnitieerd, spraken politici openlijk over de bankability van rijksdiensten.

Ambtenaren zagen dat zij de wegwerpartikelen van politici werden. Totdat politici met ze moesten werken: dan dienden ze perfect te zijn. Een schizofrenie die wel tot eigenaardig gedrag moest leiden: topambtenaren ontwikkelden zich tot ambtelijke managers op afstand van politici. Onaanraakbaar in de eigen ruimte. Matig geïnteresseerd in het inhoudelijke verkeer met de Kamer.

Het is de hoop die je na gisteren mag hebben: nu de Kamer zo frequent onjuist wordt ingelicht, rijpt misschien eindelijk de conclusie dat dit óók aan de Kamer ligt.