Dr. Tod

Friesland loopt uit voor de opgezette dieren die Gunther von Hagens exposeert in het Natuurmuseum Fryslân. Nog nooit kwamen er in zo’n korte tijd zoveel mensen naar dit museum: 10.000 in vijftien dagen. Mensen vinden het tof om dode kippen, rendieren en een olifant te zien, opgezet in meestal rare poses. Gevild, met hier en daar nog een plukje achtergebleven huid.

Die restjes huid zijn om te laten zien dat de dieren ‘echt’ zijn geweest. Zegt een conservator.

Zelf vind ik er weinig aan: als je er één hebt gezien, ken je ze allemaal. Maar wellicht is het als met porno: herhaling deert niet. De expositie Body Worlds in Amsterdam, met opgezette mensen, is zelfs permanent gemaakt, zo populair is de Von Hagens-show. Net als de dieren in Leeuwarden zijn de mensen ‘geplastineerd’, een methode die Von Hagens in 1977 ontwikkelde en waarbij lichaamsvocht wordt vervangen door een soort kunsthars. Zijn museale circusact heeft inmiddels meer dan 40 miljoen mensen getrokken en zo’n 300 miljoen euro opgebracht.

Overal waar hij komt, heeft Von Hagens succes. Pech voor zeurpieten als ik. Maar gelukkig gebeurde er in Friesland ook iets waar zijn critici om konden glimlachen. De conservator, dezelfde als die van de stukjes huid, verzekerde de kijkers van het NOS-journaal dat alle dieren uit de tentoonstelling „een natuurlijke dood zijn gestorven”.

Geweldig. Even voor de duidelijkheid: ze zijn dus niet doodgeschoten.

Wat maakt dat nou uit, zou je zeggen. Een grote meerderheid van de Nederlanders eet bijna iedere dag een dier dat onnatuurlijk is gestorven. Waarom mogen de dieren in de tentoonstelling Animal Inside Out dan niet zijn afgemaakt?

Nou, dat mag natuurlijk wel. Deze garantie is alleen ingegeven, zo begrijpt iedereen die Von Hagens geschiedenis kent, door een schandaal waarmee hij in 2004 te maken kreeg. Der Spiegel onthulde destijds dat Von Hagens, in zijn geboorteland wel ‘Dr Tod’ genoemd, voor zijn ‘kunstwerken’ geëxecuteerde Chinezen gebruikte.

De Duitser had dit altijd ontkend, maar gaf schoorvoetend toe. Hij ontsloeg tientallen medewerkers, onder wie zijn Chinese bedrijfsleider.

Sindsdien zijn Von Hagens lijken gegarandeerd kogelvrij. En voor zijn rondreizende spektakelshows schakelde hij over op dieren.

Opvallend genoeg wordt aan zijn leugen zelden meer gerefereerd. Maar die ene opmerking van die ene conservator maakt voor de goede verstaander toch weer duidelijk wat Von Hagens eigenlijk is, met zijn onafscheidelijke hoed op zijn gebotoxte hoofd: een commercieel gedreven grafschender.