Doe niet ouwelijk, maar doe ook niet jongelijk

Over de zelfportretten in het Mauritshuis. Star Wars. Sven Ratzke. Alan Turing.

‘Selfies’. Zo noemen ze bij het Mauritshuis de 17de-eeuwse Hollandse zelfportretten die ze hebben samengebracht voor een wonderbaarlijke expositie. Ik zie de oude Rembrandt naar zichzelf kijken en vaststellen dat hij een vermoeide pafferige man ziet. Ik zie hoe Judith Leyster iets verbazends tegen zichzelf zegt. Ik zie hoe Carel Fabritius, die van Het Puttertje, zijn hemd opendeed en een stevige vlok borsthaar prijsgaf.

Ik zie mensen die zichzelf prijsgaven. Maar zijn dit selfies? Juist niet. Een selfie is het resultaat van een impuls, deze zelfportretten zijn het gevolg van langdurig kijken. Vandaar dat er op de zelfportretten geen plaats is voor het watermerk van de selfie: de routineus bevroren glimlach. Een goede selfie is wars van verrassing. Wie hem maakt, weet precies wat hij of zij wil laten zien en hoe dat moet. Maar op de beste zelfportretten zoeken de schilders zichzelf, zonder schaamte of zelfmedelijden. Het maakt die portretten ongenadig intiem. Ik zie verdriet. Melancholie. Lust. Maar zelfingenomenheid ho maar, want altijd loert er twijfel.

Waarom ze dan selfies genoemd? Dat is, vrees ik, omdat ze bij het Mauritshuis denken dat ze zo een jeugdiger publiek aanspreken. Zou dat publiek daar in trappen? En het jonge publiek dat het op prijs stelt naar de ogen te worden gekeken, denkt dat werkelijk: ‘Oh, dus die ouwe schilderijen zijn selfies! Dan snap ik het. Nu ga ik meteen kijken!’

Ouwe mensen moeten niet ouwelijk doen en jonge mensen niet jongelijk. Dat leidt maar tot gejengel. Is kunst goed, dan overstijgt het leeftijdsgrenzen. Dezer dagen zie ik het overal, met al die grootheden op herhaling. James Bond is in geen enkel opzicht meer de jonge casanova die hij ooit was, maar iedereen, van opgeschoten jongetjes tot volwassen vrouwen, staat op scherp voor zijn nieuwe film. Er komt weer een sequel in de Star Wars-saga aan – de generatie die in 1977 deel 1 zag, verkneukelt zich en de jongste generatie ook. In een dorp bij Odessa zette de jonge Oekraïense kunstenaar Alexander Milo een standbeeld van Star Wars’ Darth Vader op het voetstuk van Lenin – met Lenins beeld er binnenin.

Komt allemaal door de geoliede publiciteitsmachine van Hollywood, hoor ik iemand knorren. Goed. Kijk dan naar Sven Ratzke. Zanger, entertainer. In 1977 geboren, het jaar van David Bowies album Heroes. In zijn show Starman zingt en doet Ratzke Bowie. Hij doet niet ouwelijk, dwepen is er niet bij. Hij lijft songs en imago (die kostuums!) in. Zo wordt de oerfan verrast en de novice verleid.

In Gent, in het moderne-kunstmuseum S.M.A.K., hangt werk op papier van oude helden en jonge beginners. Ik blijf lang bij de tekeningenreeks Some illustrations to the Life of Alan Turing van de Deen Henrik Olesen. Over homofobie, en met een vel over Turings voorkeur voor het lied van de boze koningin uit het goeie ouwe Sneeuwwitje van Disney: Dip the apple in the brew/ let the sleeping dead seep through... Turing prepareerde een appel met cyanide, hapte en stierf.

In Gent tekent Andrea Galiazzo een kunstwerk in mijn hand: Inky Way heet zijn performance. Honderden handpalmen heeft hij al betekend voor een kunstwerk dat in honderden wastafels is weggespoeld. We praten over spontaniteit. Hij zegt: „Ik verzamel namen. Want over vier maanden word ik vader.”