Column

Doe het zelf

Deze week heb ik Marc uit Singapore over de vloer. We kennen elkaar dankzij het Wereldkampioenschap Poetry Slam 2010 en zijn sindsdien dikke vrienden, met alle rituelen die daarbij horen. Zo klagen we minstens twee keer per dag over onze lichamen. Marc is slank, op zijn Beyoncé-heupen na. Ik ben een Deckwitz waardoor ik sinds mijn dertigste al aankom als ik naar een gebakje kijk. Nadat we alle lichaamsdelen zijn langsgegaan (ik wil zijn huid, hij de mijne), stelt hij voor om naar de Ikea te gaan. Hij wil weten of de Europese vestigingen van de meubelgigant verschillen van de Aziatische.

Enkele slopende uren later trekt Marc de conclusie dat de Ikea in Utrecht niet afwijkt van Ikea in Singapore. Als we neerploffen in het restaurant, zet hij zijn telefoon aan. „Mijn God”, zegt hij opeens, „Er is een aanslag in Nederland gepleegd!” Ik schrik en kijk over zijn schouder mee. We zien de uitgebrande auto’s van Oostknollenbroek. „Oja”, zei ik, „Dat was gisteren.”

Hij: „Waren het terroristen?”

Ik: „Het is waarschijnlijk gedaan door Nederlanders die tegen de komst van vluchtelingen zijn. Dus niet door terroristen maar door bezorgde burgers.’

Hij moet het even verwerken en haalt nog een extra portie lax gravad. Ondertussen kijk ik om me heen en vraag ik me af waarom de Ikea zo’n wereldwijd succes is. Misschien omdat je, door je bureau of stoel zelf in elkaar te zetten, gaat denken dat je die zelf hebt gemaakt. Je krijgt zo grip op je meubilair, op je omgeving, op je werkelijkheid. Het wordt zo van jezelf, en daardoor beter.

Marc zet een nieuwe caloriearme salade voor me neer. „Waar zijn de types die zo’n wagen in de fik steken eigenlijk benauwd voor?”

„Dat in de toekomst auto’s door asielzoekers worden vernield”, antwoord ik.

„Is dat alles?” vraagt Marc.

„Nou, volgens mij zijn ze ook bang dat onze dochters worden verkracht door allochtonen. Daarom riepen ze vorige week tegen een vrouw die voor vluchtelingenopvang pleitte, dat er in haar een piemel moet. En men is bang dat de Nederlandse mening niet meer wordt gehoord wanneer buitenlanders door onze gesprekken heen gaan schreeuwen, om geld, meer moskeeën en borstvergrotingen.”

„Wauw”, zegt Marc.

„Ja”, zeg ik. „De luitjes die lopen te schreeuwen, dreigen en te vernielen, doen dat om te voorkomen dat anders de vluchtelingen gaan schreeuwen, dreigen en vernielen. Als een Nederlander het doet, is het veel minder erg.”

Ik moet ondanks alles even lachen. Ze hebben zichzelf in het slag mensen veranderd waar ze juist voor vrezen. Een soort doe-het-zelfvluchtelingen. Ik kijk Marc aan. Singapore. Dat lijkt me best een leuk land. En ze hebben er een Ikea.