Dat rare haar van Beavis

Daniel van Straalen past in de traditie van ‘appropriation artists’ als Andy Warhol en Richard Prince. Kopiëren en toe-eigenen, daar draait het om.

Daniel van Straalen, Beavis, 2015. Strandhanddoek van katoen, 180×140 cm. Foto Peter Tijhuis

Het beste schilderij dat ik zag tijdens mijn laatste Amsterdamse galerierondje (een kleintje weliswaar) toont de cartoonfiguur Beavis, vriend van Butt-head, legendarisch door zijn nihilistische kijk op het leven. Beavis sprak bij voorkeur in monosyllabische stelligheden, mompelde veel uh en huh en legde een opvallende voorkeur aan de dag voor nutteloos geweld. Nu is hij het onderwerp van een schilderij van Daniel van Straalen, die een afbeelding van hem afdrukte op gekleurd katoen (is het handdoekenstof?) waarbij zijn grote, blonde kuif is gekopieerd en een tweede keer over zijn hoofd is gedrukt – zodat zijn haar loskomt van zijn hoofd als een tekstballon in een strip. Daaronder staat ‘Thinking sucks’ – quote Beavis.

Jawel.

Misschien is dit schilderij (of druksel) vooral goed als je het ziet in de context van Van Straalens oeuvre. De afgelopen jaren werd hij bekend met een serie waarin hij delen van werken van bekende appropriation artists als Andy Warhol, John Baldessari en Richard Prince kopieerde en die samenvoegde tot nieuwe werken – de kopieerder gekopieerd. Dat kopiëren doet Van Straalen nog steeds op zijn expositie bij de Amsterdamse galerie Stigter Van Doesburg, maar omdat het meer naar massacultuur verwijst, zijn de verwijzingen verwarrender geworden.

Zo duurt het dan ook even voor je beseft dat (bijna) de hele expositie draait om haren en hoofden: vier beelden heten Hairdo (de leukste is een trots uitpuilende varen die staat op een richeltje vlak tegen het plafond). Een neonwerk toont verschillende keren dezelfde wieberlijn als de wenkbrauw van Beavis op het schilderij. Die door de ruimte zwevende kapsels werken geweldig: alsof Van Straalen allemaal stukken hoofd door de ruimte laat zweven (met daar tussendoor het logo van het energiedrankje Monster) en als toeschouwer uitnodigt je daartoe te verhouden – maar dan wel door het gebruik van dat ene eigen hoofd waaraan je nu eenmaal vastzit en dat van verwarring ook al aan het dobberen is geslagen. Thinking sucks dus helemaal niet bij Van Straalen, en het levert een prettig prikkelende tentoonstelling op.