Autolobby zwakt strengere regels in Brussel af

Tot eind 2020 mogen autofabrikanten Europese emissienormen voor stikstofoxiden met ruim 100 procent overschrijden. Daarover bereikten lidstaten en de Europese Commissie gisteren een akkoord.

De macht van de autolobby in Brussel blijft ondanks het Volkswagen-schandaal groot. Onder druk van de autoproducerende EU-lidstaten ging de Europese Commissie gisteren akkoord met veel ruimere emissieregels dan ze zelf had voorgesteld. Tot eind 2020 mogen autofabrikanten de EU-norm voor stikstofoxiden (NOx) uit dieselmotoren met ruim 100 procent blijven overschrijden.

„Stuitend”, zegt Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks). „Je zou mogen verwachten dat de fraude bij Volkswagen zou leiden tot strenge normen en handhaving. Het tegendeel gebeurt.”

Volkswagen gebruikte geheime software om emissietesten te omzeilen en beging simpelweg een misdaad. Maar al jaren is er bij vrijwel alle automerken een onverklaarbaar groot (en groeiend) gat tussen wat ze op papier en wat ze werkelijk uitstoten. Daarom wordt in september 2017 een nieuwe, realistischere test van kracht, bekend onder de afkorting RDE (Real Driving Emissions). Daarover vergaderde de Commissie gisteren op ambtelijk niveau met experts uit EU-lidstaten.

Vrijdag zei de Commissie te willen vasthouden aan haar eigen voorstel. Dat komt erop neer dat (nieuwe) dieselmodellen de Europese NOx-norm van 80 milligram per kilometer na september 2017 nog twee jaar met 60 procent mogen overschrijden, en daarna met 20 procent, bij wijze van ‘statistische foutmarge’. Niet alleen is dat in het gisteren bereikte akkoord veel meer geworden (110 en 50 procent), ook is de overgangsperiode met een jaar opgerekt, tot 1 januari 2021. De facto betekent de deal dat diesels vanaf dat jaar permanent 120 milligram per kilometer mogen uitstoten, omdat autofabrikanten naar verwachting de maximale bovengrens zullen opzoeken.

Al jaren discussie over normen

Nederland was vóór het Commissievoorstel. Ook een tiental kleinere EU-landen konden ermee leven. Maar in de aanloop naar het ambtelijke overleg van gisteren werd volgens ingewijden „op hoog niveau” druk uitgeoefend door Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Toen het op een stemming aankwam, stemde alleen Nederland tegen. Als dichtbevolkt land zonder auto-industrie vindt het de regels te slap. Bovendien wilde het dat de nieuwe test al in 2016 wordt ingevoerd. Skoda-land Tsjechië onthield zich van stemming, omdat het de normen juist veel te streng vindt.

De discussie over de nieuwe test sleepte zich al vele jaren voort, maar de Volkswagen-affaire gaf de Commissie opeens een stok om mee te slaan. Heeft het die goed gebruikt? Haar voorstel was niet erg ambitieus -in de Verenigde Staten geldt een norm van 45 milligram - maar was zonder het schandaal mogelijk nog minder gedurfd geweest.

Toch presenteerde de Commissie de uitkomst van gisteren als een compromis, aangezien sommige landen niet voor een twee keer, maar zelfs drie keer zo hoge overschrijding hadden gepleit en de norm op dit moment vijf tot zes keer wordt overschreden.

Zonder compromis zou het voorstel bovendien zijn weggestemd (met een blokkerende meerderheid), met mogelijk nóg meer vertraging bij de invoering van de nieuwe RDE-test. Toch vindt Eickhout het kwalijk dat de Commissie eieren voor haar geld kiest. Het is volgens de Europarlementariër niet meer uit te leggen dat milieunormen worden aangepast aan de uitstoot van auto’s, en niet andersom.

Het testen van auto’s gebeurt nu nog in een gecontroleerde laboratoriumomgeving. Om de weerstand te verminderen, bestaan allerlei trucs, zoals het verwijderen van zijspiegels en het afplakken van ruimtes tussen carrosseriepanelen. Ook worden onderdelen (versnellingsbak, motor) extra goed gesmeerd met middelen die normaal niet worden gebruikt en wordt overtollig gewicht (zoals autoradio’s) zoveel mogelijk verwijderd. Bij de nieuwe test rijden de auto’s buiten, onder normale omstandigheden.

Het Europees Parlement vindt dat autofabrikanten géén overgangstermijn moeten krijgen. Dinsdag werd hierover een resolutie aangenomen in Straatsburg. Een oproep om een nieuwe Europese testautoriteit op te richten, die nationale testcentra moet gaan controleren, haalde het uiteindelijk ternauwernood, met één stem verschil. Volgens Votewatch, dat stemgedrag analyseert, was dat vooral te danken aan Luxemburgse en Nederlandse christen-democraten, die afweken van de fractielijn.

Duitse christen-democraten voerden de afgelopen weken juist een hard gevecht om de resolutie zo veel mogelijk af te zwakken. Aanvankelijk wilden ze zelfs niet dat Volkswagen bij naam genoemd zou worden. Dat was anderen weer te gortig.

Linkse fracties stuurden aan op een hardere resolutie. Maar een poging om het management van Volkswagen specifiek als hoofdverantwoordelijke aan te wijzen, strandde. Ook een oproep om subsidies en belastingvoordelen terug te vorderen van automakers die sjoemelen, haalde het niet.

„We kunnen niet de hele auto-industrie begraven”, zei Françoise Grossetête, de Franse vicevoorzitter van de christen-democratische EVP. Grossetête benadrukt liever de „technologische voorsprong” die Europa volgens haar heeft op het vlak van schone dieselmotoren.