Amsterdamse wethouder bracht rapporten niet naar buiten

De rapporten waren positief over het beleid van haar voorganger Lodewijk Asscher.

ANP / Remko de Waal

De Amsterdamse wethouder Simone Kukenheim (onderwijs, D66) heeft drie positieve rapportages over het beleid een van haar voorgangers, Lodewijk Asscher (PvdA), niet naar buiten gebracht. Het oudste document dateert uit februari, gemaakt door een van haar eigen ambtenaren.

Berichtgeving hierover in de lokale krant Het Parool heeft wethouder Kukenheim in verlegenheid gebracht. Het beleid van Asscher, waarbij zwakke scholen op kosten van de gemeente door een team van externe experts werden geholpen, is voor D66 een van de belangrijke punten geweest in de succesvolle verkiezingscampagne van vorig jaar. In het partijprogram van D66 stond:

“Scholen moeten weer zelf verantwoordelijk worden; het stadhuis bepaalt nu te veel hoe er lesgegeven moet worden.”

D66 behaalde bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart veertien zetels en liet daarmee voor het eerst de PvdA (tien zetels) achter zich.

Vrijwel alle scholen positief

Vorige week berichtte Het Parool al over een rapport van het Kohnstamm Instituut voor onderwijsonderzoek. Dat deed in opdracht van de Amsterdamse gemeenteraad onderzoek naar het beleid van Asscher en de inzet van het zogeheten Kwaliteitsbureau Amsterdam (KBA), waarin de externe experts zaten. Het rapport, gedateerd van 19 augustus 2015:

“Vrijwel alle scholen die hebben deelgenomen aan het KBA (hebben) een positieve ontwikkeling doorgemaakt.”

‘Tussenrapportage’

Wethouder Kukenheim schreef de gemeenteraad nadat het rapport was uitgelekt dat het om een “tussenrapportage” ging, en dat de vergelijking met de aanpak van andere gemeenten “nog onvoldoende” is. Het Kohnstamm instituut vergelijkt de Amsterdamse aanpak met die in Rotterdam en Den Haag. D66 en VVD hebben aangedrongen op een vergelijking met Utrecht, waar geen basisscholen staan die volgens de onderwijsinspectie ‘zwak’ zijn.

De stukken die gisteren zijn uitgelekt, zijn niet gemaakt in opdracht van de gemeenteraad. Een is van een kwaliteitsbureau dat door de schoolbesturen is opgericht om het werk van het KBA over te nemen. Het KBA is na de verkiezingszege van D66 opgedoekt. Het bureau van de schoolbesturen heeft nog één jaar subsidie van de gemeente gekregen. In het document van dat bureau staat onder meer:

“Schoolbesturen en scholen zijn tevreden over het proces van de kwaliteitsonderzoeken, waarbij de aanpak wordt afgestemd op de school.”

Het document uit februari is getiteld Ervaringen van bestuurders, directeuren en leraren met de verbeteraanpak op basisscholen, en is gemaakt door de afdeling onderwijs van de gemeente. Ook in dit stuk, op basis van interviews met mensen uit de scholen zelf, staat vooral lof voor het beleid van toenmalig wethouder Asscher: “Over het algemeen zijn de besturen zeer positief over de invloed van de verbeteraanpak op de kwaliteit van het onderwijs en de professionele cultuur op scholen.” En:

“Een externe kritische blik en een duidelijke visie over waar het om draait in scholen wordt niet als negatief of dwingend ervaren, maar eerder als positief en verfrissend, mits scholen en besturen de ruimte krijgen om hier een eigen draai aan te geven.”

Paternotte neemt het voor Kukenheim op

Zelfs het door D66-lijsttrekker Jan Paternotte zo gesmade praktijkboek Goed Onderwijs (“gaat de gemeente nu bepalen wat goed onderwijs is”, zei hij vorig jaar in de campagne) wordt door de meerderheid van de geïnterviewden als positief ervaren. Het boek “biedt duidelijke aanknopingspunten voor concrete gesprekken over onderwijskwaliteit binnen de school en mogelijke verbeterpunten. (…) Het praktijkboek dient dus als een inspiratiebron.”

D66-leider Paternotte neemt het voor Kukenheim op. Het rapport is nog niet af, zegt hij in een interview dat vrijdag in de Amsterdam-bijlage van NRC Handelsblad verschijnt. “En ik weet zeker dat in het eindrapport nog de positieve bevindingen over het beleid van Asscher zullen staan.” Hij zegt erbij:

“Wat mij opvalt: als het gaat om iets waar Lodewijk Asscher ooit verantwoordelijk voor was, wordt iedereen op de Stopera nerveus.”

De onderwijsrapporten: