Alleen maar fantastische mannen

Wat is Fantastic Man? Geen modeblad, wel een blad vol mannen met een uitgesproken stijl. Het wereldwijde nichemagazine, van de Nederlandse makers Gert Jonkers en Jop van Bennekom, bestaat 10 jaar.

De donkerblauwe trui, de grijze broek, de sportschoenen van Gert Jonkers, 49, oprichter en hoofdredacteur van mannenmagazine Fantastic Man doen misschien gewoontjes aan. Maar vergis je niet, juist in de onnadrukkelijkheid ervan ligt de pure perfectie besloten. De trui komt van van het Japanse Uniqlo, het label waar fijnproevers voor weinig geld hun lamswollen kledingstukken betrekken. Zijn broek is uit een al wat oudere collectie van modeontwerper Dries Van Noten, en ja, de Stan Smith tennisschoenen zie je op het ogenblik misschien veel in het straatbeeld, maar wacht tot hij zijn broekspijp optilt: op zijn schoenlip staat in groen zijn naam geprint, daaronder een treffend gelijkende afbeelding van zijn gezicht.

Let ook op zijn gemanicuurde handen (met trouwring), zijn zorgvuldig getrimde, zeer korte baard (Fantastic Man verklaarde de baarddragende hipster twee jaar geleden al dood). En luister naar zijn zorgvuldige formuleringen en timide dictie.

Zo onnadrukkelijk smaakvol als de maker, is ook het blad dat Gert Jonkers in 2005 begon, samen met art director Jop van Bennekom. Het tienjarig bestaan van het blad werd deze zomer al groots gevierd in Londen en Parijs. Afgelopen weekend werd in Amsterdam het jubileumboek gepresenteerd met daarin een selectie van de interviews uit 22 nummers Fantastic Man. Gesprekken met 69 mannen; schrijver Bret Easton Ellis, kunstenaar Ai Wei Wei, architect Rem Koolhaas. Interviews geschreven in het Engels, waarin de lof gezongen wordt over hun werk, hun stijl, hun manzijn. Consequent wordt de geïnterviewde aangesproken met Mister, hyperbolen en overdrijvingen worden in de persoonsbeschrijvingen niet geschuwd, de toon is ingehouden geestig en serieus tegelijk.

De vormgeving Fantastic Man, dat twee keer per jaar verschijnt, doet ouderwets aan, met die typemachine-achtige typografie. Hier en daar in KAPITALEN gedrukte woorden die, zoals Gert Jonkers zegt, een „gevoel van hush hush” oproepen. „Een soort fluisterend schreeuwen. Luxe gossip.” Meer dan een blad lijkt het een boek, al was het maar doordat het zo dik is (300 tot 350 pagina’s.) Weinig opsmuk of tierlantijntjes, een indeling in hoofdstukken, en naast heel veel letters verrassende foto’s gemaakt door beroemde fotografen als Wolfgang Tillmans, Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin, Bruce Weber. „Jop zegt altijd: niks zo sexy als heel veel tekst naast een foto van een knappe man”.

Jop van Bennekom woont in Londen, waar ook de redactie zit. Gert Jonkers woont, met zijn man, in Amsterdam. Je zou verwachten dat de taken onderling verdeeld zijn: Van Bennekom de vormgeving, Jonkers de tekst. Maar zo is het niet. Gert Jonkers wil best gezegd hebben dat hij een „notoire muggenzifter” is die elke komma in de kopij controleert. Maar hij was ooit fotograaf. „Tot de bijschriften onder mijn foto’s steeds langer werden. Toen ging ik schrijven.” Hij was ook muzikant, maar één die niet hield van het podium. Dus ging hij over muzikanten schrijven voor Nieuwe Revu. En later over mode voor de Volkskrant. Hij ontmoette Jop van Bennekom in 1997, toen hij hem interviewde over het tijdschrift Re- dat Van Bennekom toen maakte. Het klikte en ze waren het erover eens dat het blad dat zij wilden lezen niet bestond. Ze gingen het zelf maken. Eerst in 2001, BUTT. Een op roze papier gedrukt, mooi vormgegeven, homopornografisch blad waarin ook mannen van boven de dertig stonden. Daarna kwam Fantastic Man, een blad voor mannen met kleren aan.

De oplage van Fantastic Man is nooit groot geweest, zo rond de 85.000. (Ter vergelijking: de Britse Vogue heeft een oplage van 200.000 exemplaren). „Een wereldwijde niche”, noemt Gert Jonkers het. Maar toch, of hij nou in Zuid-Korea of Brazilië is, altijd ontmoet hij wel iemand die het blad kent. Emily King, schrijver en samensteller van het boek Fantastic Man zegt: „De wereld van mannenbladen valt uiteen in twee periodes: „BFM (before Fantastic Man) en AFM (after Fantastic Man).” De afgelopen tien jaar zag je de ‘echte man met een eigen stijl en verhaal’, zoals Fantastic Man die definieerde, terug in advertenties voor bier en mode, de typische jarenzeventigvormgeving werd gekopieerd door andere tijdschriften en internetsites- en blogs (Mr Porter, The Sartorialist). Best bijzonder voor een blad dat er eerder uitziet als een tijdschrift voor politieke analyses dan een modetijdschrift.” Zo stond het in de New York Times, deze zomer in een artikel over het blad.

Fantastic Man is geen modeblad. Er staan sporadisch modereportages in, geen shoppingpagina’s over wat er zoal te koop is, geen do’s en don’ts. „Mode interesseert ons niet”, zegt Gert Jonkers. „Wij houden van kleren.” Dat betekent niet dat er geen advertenties in staan. Bijna eenderde van het blad (98 van de 350 pagina’s) bestaat uit advertenties, dat zijn aantallen die veel bladenmakers niet eens durven te denken.

Hij laat zich niet voorschrijven wat hij dit seizoen wel of niet moet dragen, dus dringt hij dat zijn lezers ook niet op. „Koop de nieuwste weekendtas van Hugo Boss. Hoezo? Misschien wil ik wel een rolkoffer.”

Die recalcitrantie zal iets met zijn jeugd van doen hebben, vermoedt hij. Hij is het zesde kind van een hervormde dominee, groeide op in het dorpje Ens in de Noordoostpolder. Overigens, zijn gevoel voor styling stamt ook uit die tijd. „Met mijn moeder Eigen huis en interieur lezen. Bladeren door de blauwe multomappen waarin we Openbaar Kunstbezit bewaarden. Elke maand kwamen er tien nieuwe pagina’s met de post. Over Van Gogh, Rodin, Matisse.” Mooie plaatjes met veel tekst.

Welke man wel en welke niet in het blad komt, is vaak een kwestie van gevoel. Hij hoeft niet per se beroemd zijn, maar moet wel een zekere bekendheid hebben. Hij is iemand voor wie de makers bewondering hebben (ontwerper Helmut Lang) of hij is hun jeugdidool (zanger Bryan Ferry). Niet de nieuwste James Bond-acteur, want die staat al op zeven andere covers. Wel Kyle MacLachlan, nu op de cover van het herfst/winternummer. De acteur speelt een hoofdrol in de televisieserie Twin Peaks. „Iedereen van mijn generatie heeft de serie gezien, maar de man erachter kennen we niet.” Cruciaal is dat de coverman niet „iets te verkopen heeft”. Geen film of boek te promoten, alleen zijn eigen verhaal.

Fantastic Man is een blad voor lezers, zegt Gert Jonkers. „En een lezer is geen consument.” Het gaat om het delen van smaak, van stijl, van mooie dingen. Niet om kopen, kopen, kopen. Nee, schudt hij. Zelf is hij ook niet zo kooplustig. „Ik winkel zelden.” Hooguit zou hij wel weer eens een goed pak willen. Met zijn lievelingspak – van flessengroen ribfluweel – is hij achter een deurklink blijven hangen. „Het luistert nogal nauw. Draag ik een iets te donker pak, dan ben ik meteen dominee Jonkers.”