Column

Afgeleefd

Ik had een paar uurtjes over, het was droog en de temperatuur voelde mild. Ideale omstandigheden om het lichaam in beweging en de geest tot stilstand te brengen. Ik pompte de bandjes op spanning en vertrok. Ergens op de binnenwegen achter Deurne gebeurde het.

Wat? Laat ik het een knik in het bewustzijn noemen. Ik rook de herfst en had opeens geen zin meer in het loze gepeddel. Des te meer zin kreeg ik de racefiets voor een hele poos in een donker schuurtje op te sluiten.

Het is een jaarlijks terugkerend knikje, een atavisme bijna. Een allang overbodige repetitie uit een vorig leven. Toen, een kwart eeuw geleden, was het zinvol de fiets te vergeten. Eind oktober sloot het wielerseizoen; hoog tijd voor het grote niets. Ik had een bijzondere aanleg voor het niets. November was een topmaand. Ik werd een normaal mens die eindelijk de puf had zijn kind van school te halen.

Ik sprak Wout Poels kort geleden. Hij stond voor een maand gevuld met het grote niets. Ja, hij had er zin in. Even de pees eraf. Wout zag er goed uit. De ogen blonken. Ik herinnerde me van vroeger dat mijn kop er rond deze tijd van het jaar heel anders uitzag: afgeleefd. En ik herinnerde me een vermoeidheid in elke spiervezel die nog met geen jaar nietsnutten te verdrijven leek.

Iets doen ze anders, de moderne professionals. In elk geval doet hun begeleiding iets anders. Waar we toen tastend naar op zoek waren is nu wetenschappelijk gesneden koek: balans tussen het uitwonen van het lichaam, en het herstellen ervan.

Het is een zegen dat Wout niet zelf, met niet meer gewapend dan biologie als eindexamenvak op de middelbare school, het tot rust brengen van het endocriene systeem hoeft uit te vogelen. Van Team Sky krijgt Wout een paar weken om af te laden. Dan staat het eerste trainingskamp alweer gepland. De jongens worden niet aan hun lot overgelaten in de winter.

Wij deden maar wat in de donkere maanden, individueel en instinctief. De winter is ook korter nu; begin januari slaat het peloton Down Under op hol.

Ik voer blind op mijn echtgenote. Als ze begin februari zei: „De dag dat ik je op het vliegtuig zet gaat hier de vlag uit”, wist ik dat de hormonen de balans hervonden hadden.