Twee steden op één kussen

Liefdesstellen Amsterdammers zijn arrogant en Rotterdammers te recht door zee, zeggen ze. Maar de liefde overwint alles.

foto Mieke Meesen
foto Mieke Meesen

foto Mieke Meesen

‘De familie praatte eerst niet tegen hem’

Chantal Barbier (44, senior projectmanager) woont samen met haar Amsterdamse man Glen Christensen (44, ICT’er) en hun twee kinderen op het Java-eiland.
De grote familie van Chantals vader is hardcore Rotterdams. Het merendeel woont op Zuid, een aantal maakt deel uit van de harde kern van Feyenoord. Zij: „Tijdens een familiefeest was de eerste ontmoeting met Glen wel even een dingetje. Mijn nieuwe vriend kwam uit Amsterdam én hield van Ajax. Er kon nog net een hand van af, maar een aantal familieleden heeft een paar jaar niet echt tegen Glen gepraat.” Hij: „Ik vergeet het nooit: precies om 12 uur zette de dj Lee Towers’ You’ll never walk alone op. Iemand zwaaide met een Feyenoordvlag en heel Chantals familie begon dronken hét lijflied van het Feyenoordlegioen mee te blèren. Neven en ooms met een gouden miniatuurversie van De Kuip om hun nek en op hun kuit tatoeages van de Feyenoordbulldog. Stond ik daar, met m’n biertje.” Glen lacht breed: „De eerste paar weken wist ik helemaal niet dat Chantal Rotterdamse was. Anders had ik me wel bedacht.” Zij: „Toen ik net in Amsterdam woonde had ik totaal geen sociaal leven. Amsterdammers hangen met Amsterdammers, klaar. De eerste jaren was ik erg eenzaam. Elk weekend ging ik met de trein terug naar Rotterdam om daar keihard te feesten. Op het moment dat het me te gortig werd, kreeg ik een andere baan met daarbij een hele rits nieuwe vrienden. Ze gingen zelfs mee naar Rotterdam. Inmiddels zou ik nooit terug willen naar mijn roots, ik gedij hier goed. Maar mijn Rotterdamse humor etaleer ik graag bij die stijve Amsterdammers hier.”

foto Mieke Meesen

foto Mieke Meesen

‘Jules zei: van binnen uitroeien die handel’

Ernesto Beckeringh (37, applicatiemanager bij een uitgeverij) pendelt dagelijks tussen zijn werk in Amsterdam en zijn Rotterdamse geliefde Ari Deelder (30, film- en theatermaker).
„Love me Tinder”, zegt Ari liefdevol, sinds ze Ernesto via de bekende dating-app heeft ontmoet. Na drie weken chatten volgde hun eerste afspraak. Zij: „Op Tinder kom je fascinerende foto’s tegen. Van mannen met hun net gevangen karper. Of knullen die een selfie maakten op het toilet van hun ouders. Ik had mijn voorkeur op een straal van 100 kilometer om Rotterdam gezet, want ik had wel zin in een pied-à-terre in Antwerpen. Maar het werd Amsterdam.” Hij: „Na wat googelen kwam ik er vrij snel achter dat Ari’s achternaam bekend was in Rotterdam. De eerste officiële ontmoeting met haar ouders was bij de pizzeria tegenover hun huis. Daar zat de vader van mijn gloednieuwe vriendin, dé Nachtburgemeester van Rotterdam met zijn glimmend vlindermes onder zijn nagels te peuren. Hij was erg vriendelijk, een hele opluchting.” Vader Jules vindt het prima dat zijn dochters vriendje uit Amsterdam komt. ‘Van binnen uitroeien die handel’, is zijn motto. „Jules vindt het veel erger dat ik voor Feyenoord ben en niet voor Sparta.” Hij: „Door onze nieuwe hond ben ik al lang niet meer in mijn appartement in Amsterdam geweest. Daarbij heeft Ari hier een hele leuke vriendengroep. En haar internet is sneller. Enige frustratie is die dagelijkse treinreis naar mijn werk. Denken ze dat ze het lastig hebben in de Thalys als ze een dwalende puber van de plee moeten trekken. Dat is niets vergeleken met het wachten op een Intercity Direct die nooit zal komen.”

foto Mieke Meesen

foto Mieke Meesen

‘Dit is gezellig en lief, ik vind het heerlijk’

Frank Hartman (44, webdesigner) woont sinds kort in De Pijp samen met Marieke van Dam (40, eigenaar Bureau Play). Hij schrijft over zijn nieuwe leven op www.allesisnuanders.nl
Hij: „Afgelopen zomer verhuisde ik van mijn loft in Rotterdam-Noord naar een piepkleine huurwoning in de Amsterdamse Pijp. Van ruim 120 naar 30 vierkante meter. In Rotterdam had ik alles, hier bijna niets.” Aan de deur van de enige inbouwkast in de kamer hangen twee skateboards. Een foto van Peter Hopmans kunstwerk Traan Laten op het dressoir is een herinnering aan het oude Rotterdamse Centraal Station. De afstand van het bed naar de bank is precies drie stappen. Zij: „Deze kleine woning geeft ons veel vrijheid. We hebben een lage huur en klappen onze laptops open in één van de twintig koffietenten in de buurt. We leven vooral buiten en hebben niets nodig, alle spullen passen op een paar planken.” Hij: „Ik ben geboren op Zuid en woonde lange tijd in het centrum van Rotterdam. De uitspraak ‘Het enige leuke aan Amsterdam is de trein terug naar Rotterdam’ rolde geregeld uit mijn mond. Mijn vrienden vonden het maar vreemd dat ik naar De Pijp ging verhuizen. Maar mijn relatie liep na 23 jaar stuk, m’n bedrijf ging failliet en ik zat midden in een vette midlifecrisis. Die enorme loft voelde als een last. Een indrukwekkende instandhouding van status. Dit hier is gezellig en lief, ik vind het heerlijk.” Zij: „Ik ben ook echt verliefd op Rotterdam en we komen er nog regelmatig. Het muntje is nu toevallig deze kant op gevallen. Maar we sluiten niet uit ooit in Rotterdam te gaan wonen.”

foto Mieke Meesen

foto Mieke Meesen

‘Ze hebben geen idee hoe leuk het hier is’

Kioe Yap (61, reclameman) is geboren en getogen in Amsterdam-Zuid. Met Sue Virginia Smith (52, projectcoördinator bij een zorginstelling) woont hij in het Rotterdamse Scheepvaartkwartier.
Glunderend houdt Sue de deurmat omhoog met daarop de Amsterdamse vlag. Gekregen van Kioes kinderen, toen hij naar Rotterdam verhuisde. Hij: „Onze Rotterdamse vrienden vegen hun voeten eraan af en draaien ’m vervolgens om. Ik kan er smakelijk om lachen.” Kioe en Sue ontmoetten elkaar in restaurant Le Garage, waarna romantische wandelingen volgden in het chique Amsterdam-Zuid. Zij: „Kioe werkte als CEO voor een groot reclamebureau. Ik noemde hem liefkozend ‘directeurtje’ en hij mij ‘party girl’. Ik durfde hem niet mee te nemen naar Rotterdam, want wat zou zo’n ‘meneer’ van mijn homo- en hipstervrienden vinden? En dan die typisch Rotterdamse uitdrukkingen. Ik moest hem bijvoorbeeld uitleggen dat we hier niet ‘in Zuid’ maar ‘op Zuid’ zeggen. Gelukkig vond hij het allemaal leuk.” Hij: „Het viel me op hoe vriendelijk Rotterdammers zijn, vooral de taxichauffeurs. Ze zijn beleefd en helpen bij het in- en uitstappen. Dat kan je in Amsterdam wel vergeten. Het doet er hier ook niet zoveel toe wat je doet, het gaat om wie je bent.” Zij: „Het is leuk om Rotterdam door Kioes ogen te zien, die zich over alles verwondert.” Hij: „De stad ontwikkelt zich rap, maar zet zich niet goed op de kaart. Mijn Amsterdamse vrienden hebben geen idee hoe leuk het hier is. Voor hen zijn er slechts twee redenen om naar Rotterdam te verhuizen: als je zoon bij Feyenoord gaat voetballen, of voor een meisje. Dat laatste heb ik gedaan.”

Wat zegt de expert?

Rivaliteit tussen twee steden speelt tussen stellen meestal geen rol, zegt GZ-psycholoog Kim Clancy. Cultuurverschillen zijn voor de geliefden vaak eerder aantrekkelijk. Verhuizen naar een andere stad zorgt voor heel andere problemen.

„Hoe verliefd, ondernemend of sociaal vaardig mensen ook zijn; in het begin is het verhuizen naar een andere stad voor veel mensen lastig. Bij nul beginnen en alles opnieuw opbouwen kost enorm veel energie. Persoonlijke pijnpunten, zoals moeite met controleverlies of het opbouwen van sociale contacten kunnen extra worden belicht. Een nieuwe omgeving geeft tevens veel indrukken en prikkels, waardoor je in het begin vaak moe kan zijn. Contacten moeten groeien, wat voor ‘thuisblijvers’ die praktische zaken als een nieuwe huisarts of een goede school voor de kinderen moeten regelen lastiger kan zijn dan voor de partner die werkt of al een sociaal netwerk heeft. School, een baan of een sportschool kunnen helpen het proces enigszins te versnellen. Maar het kost de meeste mensen minstens een halfjaar om aan een nieuwe cultuur en omgeving te wennen.”