Scheffer pleit voor een portier zonder mores

De EU-buitengrens wordt al streng bewaakt. Maar het is een illusie te denken dat we ons kunnen afgrendelen, schrijft Nanda Oudejans.

In zijn opiniestuk afgelopen zaterdag over het vluchtelingenvraagstuk wijt Paul Scheffer de huidige asielcrisis aan de gammele buitengrenzen van de Europese Unie. „Het is”, schrijft Scheffer, „een grote vergissing geweest om de binnengrenzen op te heffen en geen werk te maken van het beschermen van buitengrenzen.”

Als je het zo stelt, is het politieke antwoord op de asielcrisis gelegen in het beveiligen en stabiliseren van onze buitengrenzen.

Maar het probleem is dat Scheffer er volledig aan voorbij gaat dat er reeds sprake is van een hoog niveau van grensbewaking als een noodzakelijk uitvloeisel van het wegvallen van de binnengrenzen. En daardoor draait Scheffer als een kat om de hete brei heen: hoe ver zijn we bereid te gaan in het versterken van onze buitengrens zonder de rechtsstaat te verliezen?

Op Scheffers analyse van de huidige vluchtelingencrisis en de normatieve conclusies die hij daaraan verbindt valt dus wel het een en ander af te dingen. Zo is het nogal bevreemdend dat Scheffer zich afzet tegen een pleidooi voor open grenzen terwijl er niemand is die hardop beweert dat de sluizen open moeten.

Merkels ‘Wir Schaffen das’ was niet een uitnodiging aan de rest van de wereld om naar Europa te komen. Zij gaf zich slechts rekenschap van het feit dat duizenden vluchtelingen reeds in Europa zijn zonder enige vorm van bescherming, veiligheid of waardigheid en dat we daar linksom of rechtsom mee te dealen hebben. En natuurlijk, het geeft geen pas de positieve functie van grenzen te ontkennen. In een wereld zonder grenzen is niemand vrij.

Grenzen openen een ruimte waarbinnen wij ons in vrijheid kunnen bewegen. Zonder grenzen is er geen orde en al helemaal geen rechtsorde. De ontelbare vluchtelingen die nu door Europa waren dromen niet van een wereld zonder grenzen. Zij willen aan de goede kant van de grens terecht komen. De ruimte die grenzen openen heet in Europa de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Omwille van het vergroten van de vrijheid van beweging van EU-burgers in Europa moet migratie naar Europa worden beheerst. In het verdrag van Lissabon staat het zo: ‘De Unie biedt haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is in combinatie met passende maatregelen met betrekking tot controle aan de buitengrenzen, asiel, immigratie en voorkoming en bestrijding van criminaliteit.’

Scheffers bewering dat „jarenlang het bewustzijn [heeft] ontbroken dat we een gemeenschappelijk buitengrens hebben, die ook moet worden bewaakt” berust op drijfzand. Omwille van het beschermen van onze vrijheid en veiligheid worden de grenzen van de Europese Unie tot ver buiten het Europese grondgebied bewaakt. De hardste en meest onneembare grens is de papierengrens van het visa-regime waardoor vluchtelingen uit Syrië en Eritrea niet een goedkoop vliegticket naar Amsterdam of Berlijn kunnen kopen maar hun leven moeten wagen op zee. De jure zijn de grenzen van Europa gesloten.

Dat talloze vluchtelingen toch de facto de grens weten over te steken betekent niet dat de grenzen open zijn, zoals Scheffer denkt, maar bewijst dat het illusoir is te geloven dat een gemeenschap zich kan vergrendelen. Als we onze buitengrenzen al bewaken, op zee, in de territoriale wateren en op vliegvelden buiten Europa, wordt de vraag des te klemmender hoe ver we bereid zijn te gaan in het veiligstellen van onze gemeenschap. De meest prangende vraag is of we onze grenzen willen bewaken met inachtneming van onze verplichtingen onder het internationaal recht, in het bijzonder het verbod op refoulement dat wordt geschonden zodra we vluchtelingen aan onze grenzen weren zonder ons te vergewissen van de mogelijke mensonterende omstandigheden waarin ze dan terecht komen.

Of zijn we bereid aan onze buitengrenzen het recht opzij te schuiven en de fundamentele waarden van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid die binnen onze orde gelden te omzeilen? En onze grenzen te bewaken met een naakte macht die weinig nog met recht van doen heeft maar zich veeleer laat gelden als het recht van de sterkste? Scheffer verwijt weldenkende kringen niet na te denken over de betekenis van grenzen. Maar om de vraag hoe we onze grenzen kunnen en willen bewaken zonder de rechtsstaat te verliezen loopt Scheffer met een grote boog heen.