Rustig afwachten, en tel uit je winst

Je kunt de waarde van je pensioen fiks vergroten. Het pensioen dat je vanaf 1 januari dit jaar opbouwt, mag je op elk moment overhevelen naar een ander, financieel gunstiger fonds.

Illustratie Daniel Roozendaal

Het ís mogelijk. Je kunt je pensioen een beetje bijsturen en het nog aardig verhogen als het meezit. Hoe? Door alle pensioenpotjes die je verzamelde tijdens je carrière over te hevelen naar het fonds van je huidige werkgever – als dat betere financiële vooruitzichten heeft dan je vorige fonds(en), tenminste. Zo een dat wél genoeg vermogen heeft om de komende jaren de inflatie te compenseren. Het kan je aan het eind van de rit duizenden euro’s méér pensioen opleveren.

‘Waardeoverdracht’ heet dat overhevelen van pensioenpotjes in financiële vaktaal. „Het streven is dat je pensioen voor en na een overdracht evenveel waard is”, zegt Vincent van Bijleveld van financieel adviesbureau Towers Watson. 100 euro blijft 100 euro als je het over de schutting gooit. Maar wat die 100 euro echt waard is, verschilt per fonds. Is het bijvoorbeeld een rijk of een arm fonds? Heeft het veel jonge deelnemers die vermogen opbouwen of is het sterk vergrijsd?

Bijstorten

De overdrachtswaarde wordt in de praktijk bepaald aan de hand van de wettelijke rekenrente (2,156 procent in 2015), die gebaseerd is op de marktrente. Hoe lager die rekenrente is, des te meer oud-werkgevers bij het overhevelen moeten bijstorten om je pensioen op peil te brengen. Is de rente juist hoog, dan kan bij het overhevelen ook een overschot ontstaan. Dat komt ten gunste van de werknemer.

Overhevelen mag al ruim twintig jaar in Nederland, maar binnenkort veranderen de regels naar verwachting. Al het pensioengeld dat je als werknemer vanaf 1 januari 2015 opbouwt, mag je dan op ieder gewenst moment oversluizen naar een nieuw fonds (je huidige pensioenfonds).

Financiële aardverschuiving

Dat klinkt als een verruiming vergeleken met de oude regels, maar eigenlijk is het een noodreparatie. Dat zit zo: vroeger moest je binnen een half jaar nadat je van werkgever gewisseld was zo’n overheveling van je pensioen aanvragen. Wat een beperking voor werknemers, vond GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver. Met steun van VVD en D66 diende hij een jaar geleden een amendement in voor afschaffing van die termijn. Dat werd aangenomen.

Oeps. Het amendement-Klaver van één alineaatje bleek een financiële aardverschuiving in Nederland te kunnen veroorzaken. Er zijn in totaal ruim negen miljoen mensen met oude pensioenpotjes in dit land, volgens De Nederlandsche Bank. Heel veel Nederlanders zouden ineens onbeperkt met die potjes kunnen gaan schuiven.

Staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) vreesde „het gevaar van calculerend gedrag”. Ofwel: een exodus bij noodlijdende pensioenfondsen en hoge bijstortkosten voor werkgevers. De ‘solidariteit’ binnen het pensioenstelsel was in het geding. Vandaar dat de staatssecretaris onbeperkt overhevelen wil beperken tot pensioen dat ná 1 januari van dit jaar is opgebouwd. Voor pensioen dat voor die tijd opgebouwd is, blijft de aanvraagtermijn gelden van zes maanden. Ook wordt de hoogte van het bedrag begrensd dat werkgevers verplicht zijn bij te storten. Voor kleine werkgevers gold al een maximum van 15.000 euro, of 10 procent van de totale pensioenwaarde. Die grens gaat nu voor alle werkgevers gelden.

Augurkenfabriek

Maar goed, stel dat je op 1 januari 2015 bij een augurkenfabriek in dienst bent getreden en morgen, op 29 oktober, de overstap maakt naar een forellenkwekerij. Dan heb je negen maanden pensioen opgebouwd dat tot je beschikking staat. Met de nieuwe regels kun je rustig afwachten tot de economie meer aantrekt, je nieuwe pensioenfonds er beter voorstaat dan je oude fonds en dan pas in 2019 dat oude potje overhevelen. Tel uit je winst. Het is eigenlijk gewoon handelen met voorkennis, vindt pensioenjurist Eric Bergamin. „Op de beurs is dat verboden, maar als je pensioenpotjes overhevelt, mag het ineens wél. Sterker nog, dan faciliteert de overheid het zelfs wettelijk.”

Waarom is er de afgelopen negen maanden eigenlijk geen paniek uitgebroken? Waarom zijn miljoenen Nederlanders niet massaal met hun oude pensioenpotjes gaan schuiven? Dat komt in de eerste plaats doordat het niet veel zin had: veel fondsen staan er niet zo denderend voor. Grote pensioenfondsen zoals ABP, Zorg & Welzijn, PME en PMT hebben een lage dekkingsgraad – dat is de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen van een pensioenfonds. Hun dekkingsgraden schommelen rond de 100 procent, vooral door de historisch lage rente. Fondsen met een dekkingsgraad onder de 100 procent mogen geen pensioen overhevelen.

Slapers

Reden twee: fondsen noemen werkenden die her en der pensioenpotjes hebben staan, niet voor niets ‘slapers’. Het zijn mensen met een stukje pensioen dat ligt te snurken totdat het ooit uitgekeerd moet worden. „De meeste mensen hebben helemaal niet in de gaten dat ze pensioen kunnen overhevelen”, zegt Van Bijleveld van Towers Watson. „Pensioenfondsen laten deelnemers vaak ook in het ongewisse.”

„Mensen gaan niet van baan wisselen, alleen omdat ze dan hun pensioen kunnen overhevelen”, zegt pensioenjurist Bergamin. Van alle mensen die hun pensioen kunnen onderbrengen bij een ander fonds, doet 39 procent dit. Dat heeft onderzoeksbureau SEO in 2010 al eens berekend, in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken. Per jaar ging het destijds in totaal om 115.000 mensen en hier zou naar schatting 1,7 miljard euro mee gemoeid zijn. Dat lijkt misschien veel, maar is niet in verhouding tot de totale nationale pensioenpot van bijna 1.390 miljard euro.

Disclaimer: overhevelen is niet per se lonend, zeker niet als het fonds van je nieuwe werkgever een lage dekkingsraad heeft. Maar mensen die de stap zetten, hebben er „in beginsel” financieel voordeel bij, volgens het onderzoek van SEO uit 2010. Alleen, de belangrijkste reden waarom mensen besluiten over te hevelen is omdat ze al hun pensioen graag in één pot bij elkaar hebben, aldus SEO. Van Bijleveld: „Maar wat maakt het nou uit of je pensioen later elke maand als één bedrag op je rekening wordt gestort of in stukjes.” Hij wijst erop dat mensen op pensioenregister.nl overzicht hebben: daar staat precies wat je opgebouwd hebt.

Achterhaald

De vraag is of het hele systeem van waardeoverdracht onderhand niet achterhaald is. Het werd in 1994 ingevoerd toen de riante ‘eindloonregeling’ nog heel normaal was – pensioen gebaseerd op je laatste salaris, aan het eind van je carrière. Het recht van werknemers om pensioen over te hevelen, moest voorkomen dat je een pensioenbreuk opliep bij de overstap naar je laatste baan.

Maar tegenwoordig heeft niet eens 1 procent van de mensen een eindloonregeling. Ruim 90 procent heeft een middelloonregeling, die gebaseerd is op het gemiddelde salaris tijdens hun carrière. Nu pensioen zo opgebouwd wordt, kunnen mensen eigenlijk geen plotseling pensioengat meer oplopen. Staatssecretaris Klijnsma wil daarom het huidige recht op waardeoverdracht fundamenteel gaan herzien. Maar dat kan – zoals bij elke verandering van pensioenregels – nog wel even duren.