Romeinse soap uit het jaar 27 v. Christus

In zijn boek over Romeinse keizers beschrijft historicus Tom Holland harige mannen en moedermoordenaars.

De één leidde een verdorven dubbelleven, de ander benoemde zijn paard tot consul, weer een ander vermoordde zijn moeder en achtte zichzelf de grootste zanger die ooit geleefd had. De eerste keizers van het Romeinse Rijk spreken al twee millennia tot de verbeelding van historici, romanciers en film- en televisiemakers. Of, zoals Tom Holland het formuleert in het voorwoord van zijn nieuwe boek: ‘Moordlustige matriarchen, incestueuze powerkoppels, miezerige bètamannetjes die niettemin de macht over leven en dood in handen krijgen: de vaste ingrediënten van moderne dramaseries zijn allemaal te vinden in het bronnenmateriaal van deze periode.’

Niet verwonderlijk dus dat Holland, sterauteur van historische bestsellers, zich stortte op de zogeheten Julisch-Claudische keizers, de (verre) afstammelingen van Julius Caesar die regeerden van 27 voor Christus tot 68 na Christus. Dynasty heet zijn boek, naar de dynastie die door Augustus, de neef en adoptiefzoon van Caesar, werd gesticht en door Tiberius, Caligula, Claudius en Nero werd voortgezet. Maar Holland zou Holland niet zijn als hij niet doelbewust verwees naar de jaren-tachtigsoap die ook grossierde in bedrog, overspel, misdaad en machtspolitiek.

Augustus: voorloper van Big Brother

Tom Holland (1970) is beroemd geworden door Rubicon, een laconieke, humoristische en bij vlagen monumentale geschiedenis van de ondergang van de Romeinse republiek. Hollands republikeinse Rome bleek een slangenkuil van adellijke families; of beter gezegd, een conglomeraat van maffiaclans die van iedereen respect eisten en bereid waren daarvoor bloed te vergieten.

Degene die daar een eind aan maakte was Octavianus Augustus, die zegevierend uit de strijd tegen de moordenaars van Caesar én zijn grootste concurrent Marcus Antonius was gekomen. Princeps noemde hij zichzelf, de eerste onder zijn gelijken, maar zijn ‘principaat’ was al snel totalitairder dan de ergste dictatuur. Augustus bemoeide zich tot in de slaapkamer met het reilen en zeilen van zijn onderdanen. Hij was volgens de dichter Ovidius de zon voor wie niks verborgen bleef, een verre voorloper van George Orwells Big Brother.

Wat Holland vooral een feest om te lezen maakt, is zijn gevoel voor humor. Over de ontmoeting van Caesar en Cleopatra: ‘Caesar, die een gegeven paard nooit in de bek keek, had haar prompt zwanger gemaakt’. Over Augustus’ offensief tegen de verwijfdheid: ‘Mars was niet het type dat zijn lichaam onthaarde’. En over Tiberius, die als een antieke Michael Jackson zijn eigen themapark rondom de Griekse held Odysseus bouwde: ‘[Hij had ook] de nodige ervaring in het verwerken van tegenslagen en het omgaan met dominante vrouwen’.

De capriolen van Caligula

De mooiste hoofdstukken bewaart Holland voor Caligula (37-41) en Nero (54-68), die hij beiden in een nieuw licht stelt. Caligula (die zijn naam dankte aan het feit dat hij als jongetje in soldatenlaarsjes, caligulae, in het legerkamp van zijn vader rondliep) is bij hem niet de veelbelovende jonge vorst die na een ziekte in een volslagen krankzinnige veranderde. Hij is een man die van begin af aan vastbesloten is de burgers van Rome tot zijn persoonlijke cliënten te maken en de senatoren te vernederen. Vandaar zijn royale gelduitdelingen en de daad waarvan de roem tot in onze tijd strekt: het feit dat hij zijn paard tot consul benoemde. Holland kan om Caligula’s capriolen wel lachen, hij heeft duidelijk sympathy for the devil en onderstreept dat de wereld nu in elk geval verlost was van ‘het ingenieuze spinsel van de leugens van Augustus en de achterhaalde tradities waar Tiberius zo aan hechtte’.

Nero: zanger, acteur en moordenaar

Ook voor de artistiek begaafde Nero, die onder veel anderen zijn (adoptief)broer, zijn moeder, zijn zwangere vriendin en zijn leermeester vermoordde, legt Holland een heimelijke bewondering aan de dag.

Volgens Holland was Nero niet alleen een verdienstelijk zanger, snaarspeler, acteur en stedebouwkundige, maar ook een soort conceptueel kunstenaar die keek hoe ver hij kon gaan. Heel ver, zo bleek, want zelfs na de moord op zijn moeder (met behulp van een uitklapbaar schip) wist hij het volk op zijn hand te houden: ‘Juist vanwege het bijna bovenmenselijke karakter van zijn misdaad gingen ze hem alleen maar meer bewonderen’. Nero pleegde in 68 zelfmoord, zonder een opvolger of zelfs maar een familielid achter te laten. Het betekende het eind van een dynastie waarover Tom Holland in zijn conclusie opmerkt dat die ‘met bloed en goud een wonderbaarlijke en tegelijk verschrikkelijke geschiedenis had geschreven die het Romeinse volk nooit meer los zou laten.’ Over Holland kunnen we hetzelfde zeggen; je hoeft alleen ‘het Romeinse volk’ te vervangen door ‘de moderne lezer’.