Maar de vluchteling ziet gewoon een kamp met prikkeldraad

De aantallen vluchtelingen zijn zo groot, de hotspots dreigen daar vrijwel direct onder te bezwijken.

De vluchtelingen die in de gietende regen in de rij aanschuiven weten niet dat het Moria-kamp een ‘hotspot’ is. Ze zien alleen schijnwerpers en prikkeldraad, een overblijfsel uit de tijd dat Griekenland de vluchtelingen maandenlang opsloot. Ze willen maar één ding van Moria: het papier waarmee zij de boot naar Athene kunnen nemen.

In principe is dat bedoeld om in Griekenland asiel aan te vragen. Maar de autoriteiten hier doen geen moeite om te verbergen dat dat niet echt de bedoeling is. Bij de ingang van het kamp zijn loketten waar de vluchtelingen een comboticket kunnen kopen: de boot naar Athene én een bus naar de grens met Macedonië.

Het hotspotsysteem werd in september voorgesteld als dé oplossing voor de vluchtelingencrisis. De vluchtelingen worden op deze plaatsen in Italië en Griekenland geregistreerd. Zij die in aanmerking komen voor asiel – Syriërs, Eritreeërs en Irakezen – kunnen dan comfortabel doorreizen naar een ander land.

Daarvoor hebben de EU-landen 160.000 plaatsen beloofd. Wie niet in aanmerking komt, wordt in principe teruggestuurd. Maar ideeën die in Brussel worden bedacht lopen wel vaker stuk op de realiteit.

„Voor ons is er niets veranderd sinds Moria een hotspot is geworden”, zegt een Griekse politieman die anoniem wil blijven. „Wij registreren de mensen en daarna zijn ze vrij om te gaan of staan waar zij willen.”

Ze blijven komen

Lesbos was een logische keuze voor de eerste Griekse hotspot. Het eiland is goed voor de helft van het half miljoen vluchtelingen dat dit jaar naar Griekenland is toegekomen. En ze blijven met steeds meer komen: 9.600 per dag is het nieuwe gemiddelde. „Het slechte weer van de voorbije dagen heeft geen verschil gemaakt”, zegt de politieman. „Ik denk dan ook niet dat de winter dit jaar een verschil gaat maken.”

De kans is groot dat dan nog meer mensen verdrinken. Zondag nog spoelden een vrouw en twee kinderen aan; zeven andere opvarenden van hun bootje zijn vermist. Het hotspotsysteem verandert daar niets aan: daarvoor ligt het aan de verkeerde kant van de Egeïsche Zee.

Maar oordeel niet te snel, zegt Jean-Pierre Schembri, van het European Asylum Support Office, een van de schakels in het plan. „Dit systeem staat nog in de kinderschoenen, en de uitdaging is enorm.”

Vanuit Italië zijn al twee hotspot-vluchten uitgevoerd: 19 Syriërs en 68 Eritreeërs gingen naar Finland en Zweden. Op Lesbos wordt de eerste vlucht voorbereid: een dertigtal Syriërs die in Luxemburg worden opgevangen.

Maar ook aan de kant van de opvang loopt het stroef. Er mag dan een akkoord zijn over de opvang van 160.000 vluchtelingen, concreet hebben landen tot nu toe minder dan duizend plaatsen aangeboden.

Professor Heaven Crawley, migratie-expert aan de Coventry University, is sceptisch. „Ik was erbij toen de hotspot in Moria half oktober van start ging. Maar ik zie geen verschil. Er is ook geen transparantie over hoe mensen eventueel gekozen worden voor hervestiging. Dus ik denk dat de meesten gewoon de boot naar Athene blijven nemen.”

Het begon alvast niet goed. Toen Moria een hotspot werd, besloot de gemeente Mitilini dat er in het kamp dat zij runt in Karatepe niet meer geregistreerd hoefde te worden. Maar door de geweldige toeloop en het noodweer werd daar donderdag al op teruggekomen. Nu worden in Karatepe alle Syrische families geregistreerd – zij die bij uitstek in aanmerking komen voor het hotspotprogramma dus. Zij reizen door zonder de hotspot gezien te hebben. Syrische jongemannen alleen, en de andere nationaliteiten, moeten nog wel naar Moria.

Stavros Mirogiannis, directeur van Karatepe, vindt dat best: hij is trots op zijn kamp. „Wij laten de mensen hier voelen dat zij welkom zijn. Ik heb geen oproerpolitie nodig.”

Lesbos heeft helemaal geen behoefte aan Frontex, zegt hij, verwijzend naar het EU-agentschap voor grensbewaking dat instaat voor de hotspots. „Geef dat geld aan de Griekse gemeenten. Wij hebben veel mensen die niets liever willen dan werken.”

Jean Noel, Frontex-coördinator in Lesbos, gelooft er wel in. „Op korte termijn telt dat wij het registreren gaan verbeteren en versnellen. De EU heeft het recht te weten wie op haar grondgebied afkomt. En we gaan de kwetsbaarste mensen identificeren zodat zij die ellendige Balkanroute niet hoeven af te leggen.”

Ideaal gesproken moeten de hotspots de Balkanroute overbodig maken. „Maar we lopen tegen de enorme aantallen aan. Zoiets hebben wij nog nooit het hoofd moeten bieden”, geeft Noel toe.