Column

Lekker vleesje

Mijn vrouw wilde weten wat we nou met die twee rundervinken deden, die beneden in de vriezer lagen te wachten op consumptie. Ze was enigszins gealarmeerd door de berichtgeving over allerlei kankerverwekkende vleessoorten. „Gewoon opeten”, zei ik strijdlustig, „en daarna onmiddellijk twee nieuwe kopen.”

Wilde ik graag dood? Nog niet, maar ik heb een poosje geleden besloten me weinig meer aan te trekken van al die waarschuwingen. Voor roken heb ik destijds een uitzondering gemaakt, maar hoeveel plezier rest ons nog in het leven wanneer we bij elke hap voedsel zorgelijk de wenkbrauwen moeten optrekken?

Als we die commissie van de Wereldgezondheidsorganisatie mogen geloven, zijn vooral rood vlees en worst riskant. Onder rood vlees vallen alle zoogdieren – van koe tot varken en wild – en de worsten zijn ook allemaal verdacht, of ze nu gerookt, gedroogd, gepekeld, gefermenteerd of gekruid zijn.

Als roker kon ik het gevaar elke dag afmeten aan mijn eigen rokershoest, en bovendien werden de wetenschappelijke bewijzen onweerlegbaar. Bij voedsel maken de bewijzen op mij een vagere, minder overtuigende indruk; het lijken eerder aanwijzingen dan bewijzen. Er is sprake van ‘beperkt bewijs’ en ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’.

In mijn krant lees ik dat een mens die dag in dag uit 200 gram vlees en 200 gram worst eet, zijn darmkankerkans met ruim 100 procent verhoogt. Iemand die zulke hoeveelheden eet, lijkt me per definitie een ongezonde eter. Ligt de sleutel voor verantwoord eten niet veel eerder bij een zekere matigheid? Dus niet elke dag een malse biefstuk, een fikse karbonade of vijf knakworsten, maar beter verspreid over de week en af en toe afgewisseld met een vegetarische maaltijd of vis – is dat niet veilig genoeg?

De commissie heeft vogelvlees (bijvoorbeeld kip) nog buiten beschouwing gelaten, maar het zou me niets verbazen als dat over een poosje ook op de zwarte lijst kwam te staan. Dan blijft er voor de vleeseter, die schandelijke mens, weinig meer over. Mensenvlees misschien? Het schijnt nogal zoet te zijn, maar de ene mens is natuurlijk smakelijker dan de andere. En vis? Die baadt zich in allerlei giftige stoffen – dus ook weg ermee.

Ons voorland is kortom de zwarte bonenschotel en de bloemkoolpap. Heel lekker, vooral als je ervan houdt. Mijn vrouw heeft al een tijdje vorderingen gemaakt op dit vegetarische pad, maar ik ben een slechte volger en vraag soms uitdagend om een sappige rookworst of een in jus gedrenkte schouderkarbonade.

Toch ben ik geen onvoorwaardelijke vleeseter. Vleeswaren ‘voor op het brood’ doen me weinig. Als ik bij Albert Heijn langs die schappen loop, kan ik een zekere weerzin – gegroeid in de loop van de tijd – nauwelijks onderdrukken. Geef mij maar kaas. Of gaan ze die ook kankerverwekkend verklaren?

Maar vlees bij de warme maaltijd laat zich moeilijk uit mijn leven wegdenken. Misschien heeft het wel te maken met dat neefje van mij dat meer dan een halve eeuw geleden weleens op bezoek ging bij zijn grootouders waar hij dan vlees mocht eten, iets wat zijn ouders niet toestonden. De maaltijd was voor dat jongetje het hoogtepunt van het bezoek. „Lekker vleesje!” riep hij als de dampende schalen werden binnengedragen.

Ik denk het stiekem nog altijd als een smakelijk vleesgerecht zijn geuren verspreidt.