Klein en voorspelbaar

Het ABN Amro dat over een week of wat weer naar de beurs gaat, lijkt nog in weinig op de zelfverzekerde reus die neerkeek op de ‘kleintjes’ ING en Rabobank. Onder topman Zalm staat nu ‘klantbelang’ centraal.

ABN Amro aan de Haagse Kneuterdijk. Foto ANP / Lex van Lieshout

Tussen flikkerende en tetterende flipperkasten maakt Gerrit Zalm in de herfst van 2012 zijn opwachting op het 20-jarige jubileumfeestje van De Nederlandse Flipper Vereniging. Motto: no balls no glory. Zalm, erelid, neemt het jubileumboek in ontvangst. Zelf heeft hij die middag ook gespeeld. „Niets is zo leuk als een potje rammen op een flipperkast”, zegt hij tegen de aanwezige pers. 

Een flipperende topbankier, dat was vroeger ondenkbaar geweest. ABN Amro dichtte zichzelf een buitengewone status toe: de beste en meest prestigieuze bank van Nederland. De topmannen gedroegen zich daarnaar. Maar Zalm flippert. En hij houdt nog meer van computergames, zegt zijn woordvoerder.

Zalm cultiveert zijn imago van bankier zonder pretenties. Voor een cabaretavond bij de bank verkleedde hij zich als bordeelhoudster Priscilla. Het filmpje – door hemzelf op YouTube gezet – ging de hele wereld over. ABN Amro-bankiers oude stijl mogen daar moeite mee hebben, Zalm vindt het enig.

Oprisping van onbescheidenheid

Hij heeft ook hard gewerkt aan het imago van ABN Amro, sinds 2008 als bestuurder en sinds 2010 als topman. De ex-minister van Financiën moest van ABN Amro een bescheiden bank maken, die een slogan als ‘Dé Bank’ niet meer zou verzinnen.

Die nieuwe ABN Amro gaat binnenkort naar de beurs, maakten de bank en de staat gisteren officieel bekend. Over een week of vier is het waarschijnlijk al zover. Hoe ziet die nieuwe ABN Amro eruit? Hoe groot is het contrast met het ABN Amro van de vorige bestuursvoorzitter, Rijkman Groenink?

Dit voorjaar ging het nog even helemaal mis met het nieuwe bescheiden imago, toen de bestuurders een ton salaris extra kregen ter compensatie van hun weggevallen bonus. Totaal wereldvreemd, oordeelden politici. Hadden die bankiers dan niets geleerd? Na het terugstorten van het salaris en een spijtbetuiging van Zalm gaf minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) ABN Amro alsnog toestemming om de beursgang voor te bereiden.

Ondanks deze oprisping van onbescheidenheid verschilt ABN Amro sterk van de bank die in 2007 aan haar einde kwam als zelfstandige bank. Toen nam een buitenlands bankentrio – RBS, Santander en Fortis – ABN Amro over, dwars tegen de wens van Groenink in. Een jaar later moest de staat het overgebleven Nederlandse stuk van ABN Amro, onderdeel van Fortis, redden van de ondergang. De totale kosten van die redding bedragen volgens Dijsselbloem 21,7 miljard euro.

Het nieuwe ABN Amro is in de eerste plaats een stuk kleiner – de balans is met bijna tweederde geslonken tot 410 miljard euro, volgens de laatste halfjaarcijfers. Internationaal is ze haar koppositie kwijt. ABN Amro is nu een Europese middenmoter. In Nederland is ze fors kleiner dan concurrenten ING (balanstotaal: 865 miljard euro) en Rabobank (675 miljard euro) – banken waarmee de bankiers van ABN Amro zichzelf voorheen niet wensten te meten.

Een van de grootste ter wereld

Dat gevoel van superioriteit was, behalve op de omvang, gebaseerd op de sterke internationale aanwezigheid. ABN Amro deed alles, op alle plekken in de wereld, voor alle klanten, Nederlands én buitenlands. Die positie was vooral te danken aan het enorme kantorennetwerk. Door al die kantoren – ruim 4.500 in 56 landen – kon ABN Amro uitgroeien tot een van de grootste banken ter wereld. Ze was de huisbank van multinationals als Shell, Unilever en Philips, maar ook van enkele grote buitenlandse als het Duitse mediabedrijf Bertelsmann.

Het buitenlandse bankentrio kaapte dat essentiële kantorennetwerk weg. „We zitten niet zoals vroeger in Kazachstan of in Kirgizië”, zei Zalm gisteren tijdens een perspresentatie. Nu zit ABN Amro nog in 21 landen. „Dat vinden we wel genoeg.”

Ambitieuze groeiplannen zijn er niet. ABN Amro haalt 80 procent van haar omzet uit Nederland. Dat verandert na de beursgang niet of nauwelijks.

De internationaal toonaangevende zakenbank is gereduceerd tot een puur Nederlandse operatie. Na de nationalisatie had ABN Amro zelfs helemaal geen zakenbank meer. In 2012 is ze daar weer voorzichtig mee begonnen, met de overname van een deel van de zakenbank van RBS.

Daarmee kreeg ABN Amro een deel van haar ‘eigen’ oude zakenbankiers terug. Maar ze zijn een stuk minder ambitieus. De wil om te concurreren met grote Amerikaanse zakenbanken heeft plaatsgemaakt voor het doel de leidende zakenbank van Nederland te worden.

Geen spectaculaire groei

De prioriteiten van ABN Amro liggen nu bij andere dingen dan de grootste en belangrijkste zijn. De bank stelt het „klantbelang” centraal, herhaalde ze gisteren nog een keer in de aankondiging van de beursgang. Dat betekent: de „klanttevredenheid verbeteren”, „concurrerende prijzen” aanbieden en „producten en diensten vereenvoudigen”.

En, weet politicus Zalm, bescheidenheid zit ’m ook in uitstraling. Al te chic is onhandig. Daarom liet Zalm de marmeren entreehal van het hoofdkantoor op de Amsterdamse Zuidas een paar jaar geleden verbouwen; hij wilde af van de megalomane uitstraling.

Zo is ABN Amro onder Zalm geworden wat zij vroeger vooral níét wilde zijn. Een vrijwel volledig op Nederland gerichte bank die het met name moet hebben van (rijke) particulieren en het midden- en kleinbedrijf en slechts een beetje van echt grote bedrijven. Wel is ABN Amro nu precies het soort bank dat de staat graag ziet. Een overzichtelijke, voorspelbare bank en daardoor relatief ongevaarlijk. Klein is fijn.

Na de beursgang is ABN Amro ook weer van beleggers. Wat moeten zij met zo’n kleine, gematigde bank?

De grote nadruk op Nederland betekent dat ABN Amro weinig groeimogelijkheden heeft. De thuismarkt is wel min of meer verzadigd. ABN Amro is wel van plan de winstgevendheid te verbeteren, maar alleen als dat past binnen het „gematigde risicoprofiel”. Op spectaculaire groei hoeven beleggers dus niet te rekenen.

ABN Amro wordt naar verwachting een typisch dividendaandeel. De bank gaat 50 procent van de winst aan haar aandeelhouders uitkeren. Dat is een beetje saai, maar ook veilig. Dat spreekt sommige beleggers best aan, denkt analist Albert Ploegh van ING. „Lean and mean, dat vinden ze prettig.”

Bovendien profiteert ABN Amro van het voorzichtige herstel van de Nederlandse economie. Herstel betekent namelijk: minder stroppen op vastgoedleningen en bedrijfskredieten. Bij de laatste financiële resultaten die ABN Amro presenteerde, in augustus, was dat duidelijk te zien. Naarmate de economie verder herstelt, worden de stroppen nog minder. Nog een vooruitzicht dat beleggers zal aanspreken.

Keerzijde van veiligheid

Maar ook aan een stabiel dividendaandeel zitten risico’s. ABN Amro profiteert, net als andere banken, op dit moment van de lage rente. Banken komen goedkoop aan geld en lenen het tegen hogere rentes uit. Vroeg of laat zal de rente echter stijgen, waardoor de inkomsten onder druk kunnen komen te staan. Dat risico is universeel, maar voor ABN Amro creëren dalende inkomsten een groter obstakel dan voor andere banken. De bank wordt nog altijd gehinderd door haar traditionele probleem van hoge kosten.

En aan veiligheid zit ook een keerzijde. Critici werpen de vraag op of ABN Amro nog genoeg durft. Onderscheidt de bank zich wel genoeg van haar belangrijkste concurrenten, ING en Rabobank? Is ze wel ondernemend genoeg? Verzint ze genoeg nieuwe dingen? „ABN Amro moet weer een bank durven zijn”, zegt een voormalige hoge ABN-bankier.

Met een beursnotering breekt een nieuw tijdperk aan voor de bank, met nieuwe aandeelhouders met andere belangen dan de staat. Naarmate de dominantie van de staat als grootaandeelhouder afneemt, krijgt de bank meer vrijheid om een eigen koers te varen.

Dat is iets waar de werknemers van ABN Amro zich al tijden op verheugen. Want ze zijn onder flipperaar Zalm dan misschien wat bescheidener geworden, aan werken voor een staatsbank hebben ze nooit willen wennen.