Ik weet ook niet hoe dit landt in China, zegt de koning

Tactisch verpakt in een lofzang op de Nederlandse rechtsstaat heeft koning Willem-Alexander woensdag in Shanghai toekomstige leiders van China een spiegel voorgehouden. Vrij vertaald zei de koning dat als China „een sterk land” wil worden – in sociaal-economische en ecologische zin – het Nederlandse voorbeeld instructief is.

Voor de Chinese leiders van de nabije toekomst, nu nog studenten van de China Executive Management Academy (CELAP), een partijschool, beantwoordde hij de vraag waarom Nederland zo welvarend en gezond is. Hoe kan een land met minder inwoners dan Shanghai en kleiner dan het eiland Hainan de grootste exporteur van landbouwproducten zijn geworden?

In de kern kwam zijn antwoord erop neer dat het betrekken van de burgers bij de besluitvorming, de democratische organisatie en de rule of law cruciaal zijn voor het Nederlandse succes. Onafhankelijke rechtbanken en onafhankelijke inspectiediensten – onafhankelijk van de overheid dus – garanderen burgervrijheden en mensenrechten, en zorgen er bovendien voor dat ambtenaren „hun integriteit behouden”.

De koning benadrukte verschillende malen dat Nederland „niet perfect is en ook zijn aandeel aan problemen heeft en dat China uiteraard zijn eigen besluiten moet nemen, maar dat ervaringen van bevriende landen nuttig kunnen zijn”.

Nederland krijgt panda’s, dus de relatie kan tegen een stootje

Buitenlandse staatshoofden komen en gaan in China (53 in de laatste 2,5 jaar), maar met uitzondering van kanselier Angela Merkel stelden zij in China zelden zo openlijk „gevoelige kwesties” aan de orde als de koning gisteren deed.

Uiteraard voegde Willem-Alexander eraan toe dat bevriende landen meningsverschillen kunnen hebben zonder dat de relatie bedorven wordt. Het feit dat Nederland panda’s mag lenen is, naar het schijnt, een teken dat die relatie tegen een stootje kan. Grote vraag is of het uitmaakt of een speech van een koning uit een klein land enig verschil uitmaakt in het autoritair geregeerde China. De koning maakte duidelijk dat dat niet ter zake doet. Hij is een Nederlands staatshoofd en komt dus op voor Nederlandse waarden, zei hij met zoveel woorden.

Deze school als podium was zorgvuldig gekozen

De keuze van CELAP, een van de vijf grote partijscholen die rechtstreeks vallen onder het machtige CPC-comité voor interne discipline, als locatie voor een mensenrechten-speech was weloverwogen. Hier studeren immers de toekomstige generaties leiders.

„Ik weet natuurlijk ook niet precies hoe dat landt, het is een zaak van lange termijn in een snel groeiend, fascinerend land”, zei de koning. Uit de discussie met aanstormend Chinese topkader – waar de media niet bij mochten zijn – kreeg hij de indruk dat zijn verhaal met interesse was ontvangen.

„Het zijn allemaal ook zaken waar wij als land voor staan; het zijn zaken die de regering en ook mij persoonlijk zeer aan het hart gaan”, zei de koning verder. En, zo voegde hij er aan toe, „ik hoop een bouwsteen aan de mensenrechtendialoog tussen Nederland en China te hebben bijgedragen”.

Concrete mensenrechtenschendingen noemde de koning niet

China noemt zichzelf ook een rechtsstaat, maar rechters, officieren van justitie en advocaten maken deel uit van een systeem dat bestuurd en gecontroleerd wordt door de Communistische Partij van China. De CPC staat in de praktijk boven de wet.

Procederen tegen de staat is in de grondwettelijke theorie mogelijk, maar in de praktijk een riskante zaak. Chinese onderdanen kunnen zich bijvoorbeeld niet verdedigen tegen de uitwassen van de staatsveiligheids- en politiediensten. Advocaten staan vrijwel permanent onder zware druk en in processen tegen dissidenten staat de uitkomst doorgaans van tevoren vast.

Concrete gevallen van schendingen noemde de koning, zoals verwacht, niet. Eerder dit jaar, bij de voorbereiding van het staatsbezoek, blijkt minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) aan de Chinese autoriteiten een lijst met tien namen hebben ingediend van gevangen advocaten, journalisten en minderheden waarover de Nederlandse regering zich „grote zorgen” maakt. Wie op deze speciale Nederlandse lijst staan vertelde Koenders niet, maar hij maakte wel duidelijk dat de gevallen die onlangs weer zijn aangekaart door Amnesty International, op de lijst staan. Of en hoe Nederland zal reageren als China niet op termijn reageert op de Nederlandse zorgen, liet hij in het midden. Amnesty reageerde intussen verheugd op het feit dat het Nederlandse staatshoofd zich uitvoeriger dan verwacht heeft sterk gemaakt voor mensenrechten