Hij denkt commercieel, ook als het om kinderrechten gaat

Hij liet zijn zakenverleden rusten, en heeft ook liever dat anderen dat doen. Opkomen voor kinderen, de allerzwaksten – dat is zijn missie. Inhoudelijk, doelgericht, overtuigend.

Marc Dullaert als Kinderombudsman, naast Nobelprijswinnaar Desmond Tutu in de Ridderzaal bij de uitreiking van de Kindervredesprijs.

Hij is twee mensen in één. Koopman en dominee. Een ijzersterke mix. Gedreven zakenman, commercieel denker. En hij heeft een heilig geloof in de eigen missie.

Met die eigenschappen weet Kinderombudsman Marc Dullaert om de haverklap het nieuws te halen. Vandaag met een rapport over de decentralisatie van de jeugdzorg. Vorige week dinsdag met de aankondiging van een onderzoek naar schending van de rechten van asielkinderen. En vorige week maandag met zijn ranglijst voor de wereldwijde naleving van kinderrechten.

Het is bijzonder te noemen. Marc Dullaert is de eerste Kinderombudsman van Nederland – benoemd in 2011 na een initiatiefwet van PvdA-Kamerlid Khadija Arib; ondergebracht bij het bureau van de Nationale Ombudsman – maar hij laat zijn club gelden alsof die al jaren bestaat. Met eigen onderzoek naar kindermishandeling in Europa, met een plan voor een antipestwet, aangenomen in 2013, die scholen verplicht pesten tegen te gaan. Sinds deze maand is hij voorzitter van de Europese koepel van Kinderombudsmannen.

Wie is toch deze man die elke week het nieuws haalt?

Feit: Dullaert laat zich altijd al gelden. Op zijn zestiende reed hij op de ijscokar door zijn geboortestad Zutphen, zijn eerste baan. In week één verkocht hij slecht. Dus besloot hij achter de uitrukkende brandweer aan te karren, op naar het vuur. „Dat leek me wel slim.” Altijd heet, altijd volk, altijd prijs.

Verkopen lag hem. Net als zijn vader Leo Dullaert, een middenstander met zes winkels in huishoudelijke artikelen. Leo runde het bedrijf met zijn broer; zes zaken in de IJsselstreek en Achterhoek.

Het gezin was katholiek. „Onze moeder had een enorm godsvertrouwen en droeg dat aan ons over”, zegt oudere broer Peter Dullaert. „Een goed mens zijn, daar ging het om. Opkomen voor zwakkeren, klaarstaan voor de ander.” Alle drie de zoons, Peter en zijn tweelingbroer Ricus én nakomeling Marc kozen voor de studie theologie. Zus Christ’l werd advocaat.

Handel en geloof als rode draad

Peter en Ricus werden pastor. Marc niet. Hij stopte na een jaar studie. „Het was niet zijn weg”, zegt Peter, zelf directeur van een katholieke uitgeverij en daarnaast taxateur in kunst en antiek. Peters tweelingbroer Ricus helpt aidspatiënten in Zuid-Afrika én bestiert een Amsterdamse antiekhandel. Peter: „Handel en geloof, het loopt als een rode draad door ons gezin.”

Ook door het leven van de Kinderombudsman. Handel kreeg aanvankelijk de meeste aandacht. Na een studie communicatiewetenschappen in Leuven begon hij in de reclame. Bij het Lochemse bureau Schulte & Partners ontpopte hij zich als de slimme jongen, zegt toenmalig collega Miel de Rooy, copywriter. „Hij wist mensen voor zich te winnen, kwam met goede voorstellen. Hij mocht al snel mee met de directeuren, voor zakenafspraken.”

Na een uitstap van vier jaar naar de goededoelenwereld – hij was marketeer bij Foster Parents Plan – dook Dullaert opnieuw de commercie in. Eerst werd hij op voorspraak van John de Mol directeur en aandeelhouder van Ivo Niehe Producties. En in 2003 richtte hij met zakenpartner Paul Dumas tv-productiebedrijf D&D Mediagroep op. Een paar jaar later verkochten zij het bedrijf met een miljoenenwinst aan een Brits private-equityfonds. De koopman had zijn slag geslagen.

Maar de dominee in Dullaert had toen al de overhand gekregen. „Ik speelde voor het winnen”, zegt hij nu. „Maar ik bediende mezelf al die jaren niet op het diepste, existentiële niveau.” Zijn „bestemming”, zoals hij het noemt, ligt al een jaar of twaalf, vijftien, bij de kinderrechten: opkomen voor de allerzwaksten.

Over zijn ommezwaai naar de goededoelenbranche heeft hij vaker verteld in de media. Op zijn vele reizen door arme landen, bij Foster Parents Plan en als tv-producent, zag hij het leed aan zich voorbijtrekken. Zoals in Sierra Leone, waar dode kinderen op een stapel werden gegooid. Hij besloot iets te doen.

Met eigen geld richtte hij, samen met zijn vrouw, stichting KidsRights op. Dat was in 2003 – hetzelfde jaar dat D&D het licht zag. KidsRights komt op voor de rechten van kinderen wereldwijd. En sinds 2011 is Dullaert dus Kinderombudsman. Zoals zijn voormalige zakenpartner Dumas het formuleert: „Hij is zijn eigen pastorale werk aan het doen.”

Hij wilde per se een Kindervredesprijs

Het werk van Kinderombudsman verricht Dullaert als hardcore commercieel denker en doener. Alexander Kohnstamm, voormalig uitvoerend directeur van KidsRights: „99 procent van de mensen denkt in termen als ‘bedreigingen’ of ‘uitdagingen’. Marc Dullaert denkt over beide niet na. Hij ziet alleen een kans, dat is het enige waar hij zich op richt.”

Neem de Kindervredesprijs. Een jaarlijkse, internationale prijs voor een jongere die zich inzet voor kinderrechten, uitgereikt in de Ridderzaal door een Nobelprijswinnaar voor de vrede. Prijs en entourage zijn een idee van Dullaert. Maar toen hij zijn idee in 2004 deelde met Kohnstamm en andere bestuursleden van KidsRights, reageerden die sceptisch. „We zeiden: joh, zoiets bestaat vast al.” Elf jaar later is de prijs tienmaal uitgereikt in de Ridderzaal, telkens door Nobelprijswinnaars voor de vrede. Kohnstamm: „We zijn het gewoon gaan doen. Ik ontdekte dat ik dingen kon bereiken die ik eerder voor onmogelijk hield.”

Dullaert is een netwerker, dat valt André Rouvoet op. De directeur van Zorgverzekeraars Nederland – van 2007 tot 2010 minister voor Jeugd en Gezin – loopt Dullaert elke maand wel ergens tegen het lijf. Op een congres, een receptie, een netwerkborrel. „Je ziet Marc dan voortdurend rondlopen. Je moet eens met die man praten, zegt hij dan. En mag ik je even voorstellen aan deze vrouw? En dan schuift hij zelf weer door. Zo bouw je netwerken.” Hij komt meteen ter zake, zegt Rouvoet. „Dullaert spreken is altijd gezellig, maar tegelijk is hij niet van de social talk. Binnen twee zinnen gaat het over de inhoud.” Oud-zakenpartner Paul Dumas: „Hij heeft een zoete manier van opereren. Je wilt bij hem horen.”

Hij weet bovendien hoe hij zijn boodschap goed in de publiciteit krijgt, zegt Dumas. Met metaforen, beeldende taal, een pakkende zin.

Dat lees je terug in interviews. Als Dullaert vertelt over de kinderlijkjes in Sierra Leone, praat hij niet over zomaar een hel, maar maakt hij er „Dantes hel” van. Om duidelijk te maken dat hij bij de oprichting van KidsRights met niets is begonnen, benadrukt hij dat zijn stichting werkte vanuit een „klein hok”, met „derderangsbureaus”, „slechts één telefoonlijn”, en één verdieping boven een „APK-garage”. Cadeautjes voor elke journalist.

De missie van Dullaert mag en zal niet verstoord raken. Daarom is hij nooit blij met aandacht voor zijn zakenverleden, zegt Dumas. „Zeker als Quote wat publiceert.” Het blad schreef dat Dullaert een „snoeiharde zakenman” is, die met Dumas „op twijfelachtige wijze zijn zakken vulde” bij de verkoop van het mediabedrijf D&D. De twee zouden „de zaken ten tijde van de verkoop mooier voorgespiegeld hebben” dan ze waren.

Dumas en Dullaert hebben een andere lezing. Dullaert zei eerder in de Volkskrant dat de nieuwe eigenaars het bedrijf vrijwel leeg hadden getrokken. En dat hij en Dumas de tent niet failliet wilden zien gaan en daarom de zaak terugkochten en opknipten, „met een gemoed vol spijt.” De kwestie achtervolgt Dullaert soms in zijn huidige functie. „Prachtverhaal”, twittert iemand dan over de publicatie van Quote. „Moet iedereen lezen die Dullaert nu als strijder voor kinderrechten ziet.” Dumas: „Dat raakt Dullaert.” En het ergert hem ook. „Het vertroebelt zijn boodschap. En het kan zijn relaties schaden. Er staan triple A-merken achter zijn stichting. „Feit is”, voegt Dumas toe, „dat hij na een diep antecedentenonderzoek gewoon is benoemd tot Kinderombudsman.”

En dus gaat Dullaerts missie door. „Ik voel een enorme drive om voor kwetsbare kinderen op te komen”, zegt hij. En: „Mijn doel is niet langer het winstcijfer, maar ik acteer nog steeds zakelijk.”