‘Gemeenten falen in taken jeugdzorg’

Volgens de Kinderombudsman acteren gemeenten lang niet altijd in het belang van het kind.

Een meisje maakt een puzzel in de speelkamer van een jeugdhulpcentrum. Foto ANP / Roos Koole

Gemeenten, verantwoordelijk voor de jeugdzorg, acteren lang niet altijd in het belang van het kind. Dat schrijft Kinderombudsman Marc Dullaert vandaag in zijn tweede rapportage over de stand van de jeugdzorg, die op 1 januari van dit jaar werd overgeheveld naar gemeenten.

Om geld te besparen oefenen gemeenten “steeds vaker” invloed uit op de hulp die kinderen ontvangen, schrijft Dullaert. “Kinderen krijgen dan de hulp die de gemeente beschikbaar heeft en dat is niet altijd hetzelfde traject als de specialist voorschrijft.”

‘Bezuiniging is geen excuus’

Gemeenten hebben dit jaar een bezuiniging van gemiddeld zo’n 5 procent op het jeugdzorgbudget moeten verstouwen. In 2016 en 2017 wachten budgetkortingen van diezelfde omvang. Volgens de Kinderombudsman mag dat geen excuus zijn.

“Bij het bepalen van de behandeling die een kind krijgt, moet zijn individuele belang voorop staan en niet het financieel of organisatorisch belang van de gemeente of [jeugdzorg]instelling. Dat lijkt nu niet het geval.”

Ingrijpende operatie

De verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg was vóór 2015 versnipperd over Rijk, gemeenten en, vooral, provincies. De decentralisatie van alle jeugdzorg naar gemeenten moest leiden tot snellere, samenhangende hulp op maat voor kwetsbare kinderen. Ook moest de regeldruk voor professionals dalen. Dullaert constateert dat deze doelen nog niet zijn gerealiseerd.

“Het is logisch dat zo’n ingrijpende operatie tijd vraagt. Anderzijds zie ik dat er bewust afwegingen worden gemaakt die ten koste gaan van kinderen.”

Lees ook: Hij denkt commercieel, ook als het om kinderrechten gaat

‘Kinderen wachten onnodig lang’

Dullaert concludeert ook dat kinderen soms onnodig lang wachten op zorg, bijvoorbeeld door gebrekkige samenwerking tussen huisarts en gemeente. En, schrijft Dullaert, gemeenten “steggelen” soms onderling over de vraag bij welke gemeente een kind hoort. Dat kan immers complex zijn, in het geval van gescheiden ouders of uit huis geplaatste kinderen. Ook hier benadrukt de Kinderombudsman: dat mag geen excuus zijn voor langere wachtlijsten.