Erdogan gebruikt ‘onze’ Turken voor eigen macht

Buitenlandse Turken zijn instrumenteel in het streven van Ankara om tot een van de tien machtigste landen ter wereld uit te groeien, schrijven Froukje Santing en Floris Vermeulen. Vinden wij dat normaal? 

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Turks-Nederlandse kiezers hebben dezer dagen massaler dan de vorige keer – 32 procent toen en 46 procent nu – hun stem uitgebracht voor de parlementsverkiezingen, zondag in Turkije. Daartoe opgeroepen door een persoonlijke brief van de Turkse premier Davutoglu. Sociale media stonden terecht bol van verontwaardiging. Hoe komt de Turkse partij aan onze Nederlandse contactgegevens? Andere vraag is in hoeverre het legitiem is dat met financiële beloften, zoals korting op Turkish Airlines en een verlaging van de afkoopsom voor de Turkse dienstplicht, kiezers in de diaspora worden overgehaald om op de regerende religieus-conservatieve en nationalistische AK-partij te stemmen.

De brief is een illustratie van de invloed die de Turkse machthebbers blijven uitoefenen op Turkse migranten – ze moeten én integreren én Turk blijven. Het ‘externe burgerschap’ is de kern van de nieuwe Turkse diasporastrategie. Buitenlandse Turken zijn instrumenteel in het streven van Ankara om tot een van de tien machtigste landen ter wereld uit te groeien. Het onderstreept evenzeer het groeiende belang van de migrantenstem in juist deze stembusslag. De regerende AK-partij heeft maar enkele procentpunten meer nodig dan de ruim veertig die het eerder dit jaar haalde om de begeerde meerderheid in het parlement te heroveren. Een bezoek van Turkse politieke kopstukken aan Keulen, Brussel of Zaanstad was de afgelopen tijd dan ook net zo belangrijk als de campagne in Turkije zelf. Met name de AK-partij en de linkse Koerdische HDP profiteerden tijdens de vorige verkiezingen van de buitenlandse stem, terwijl de aanhang van de seculiere CHP en de nationalistische MHP achterbleef bij die in Turkije zelf. In Nederland haalde de AK-partij de hoogste uitslag ter wereld, 64,3 procent, ruim 20 procent hoger dan in Turkije zelf. De kritiek in progressieve kringen in Turkije was fors. Hoe kun je je stem geven aan een partij die een totalitair bewind voert terwijl je zelf in een land leeft waar vrije meningsuiting en politieke rechten van eenieder zijn gewaarborgd? Toch komt het percentage stemmen van Nederlandse Turken op de AK-partij redelijk overeen met dat in andere landen met Turkse gastarbeiders. In België, Oostenrijk en in steden in en rond het Roergebied haalde de AK-partij haar grootste successen. Het conservatieve electoraat in deze gebieden wordt gemobiliseerd door een dominante religieuze organisatiestructuur. In steden met een meer diverse Turkse gemeenschap, zoals Berlijn of Hamburg of in landen als Zweden en het Verenigd Koninkrijk, scoort de AK-partij lager. Hier zorgt de sterke Koerdische aanwezigheid voor een hoog percentage HDP-stemmen.

Steun voor de AK-partij is ook een zekere tegenstem; een vorm van protest tegen de achterblijvende positie van veel Turken in Europa. De derde generatie ervaart discriminatie in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Het idee dat het herkomstland wordt bestuurd door een sterke islamitische partij, die Turkije in materiële zin omhoog heeft gestoten, biedt tegenwicht aan die frustratie. Dat geldt ook voor het hoogopgeleide deel van de tweede en derde generatie Turken in Nederland, 28 procent stemde vorige keer op de AK-partij. Jongeren die een kosmopolitischer wereldbeeld hebben dan hun ouders, maar ook worstelen met een vijandige werkelijkheid. Ze zijn zoekende hoe ze én maatschappelijk succesvol kunnen zijn én hun Turkse en/of islamitische identiteit kunnen uitdrukken. De AK-partij, met president Erdogan als machtig boegbeeld, profiteert van de uitzichtloosheid die West-Europese samenlevingen hebben laten ontstaan.

Wat dan ook onvoldoende onderkenning in Nederland krijgt, is dat verkiezingen zoals deze, maar ook die in Nederland zelf, voor migranten meer en meer een internationaal karakter hebben gekregen. Het onderscheid tussen binnenlandse en buitenlandse politiek is voor hen vervaagd. Dat heeft belangrijke consequenties voor de Nederlandse integratiepolitiek: het vinden van het juiste evenwicht tussen binnenlandse oogmerken en buitenlandse interesses.

Maar er is meer in het geding. In hoeverre laten Turkse kiezers zich als speelbal gebruiken van de politieke krachten in het herkomstland? Om dit te voorkomen zal de integratieknop in West-Europese samenlevingen om moeten. Na lang debat over het ‘mislukken’ van de multiculturele samenleving moet eindelijk progressie worden geboekt in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, maar ook in de waardering van migranten, het bevestigen van hun waardigheid. De erkenning dat we ons minder moeten fixeren op identiteitskwesties. Religieuze of zelfs etnische identiteiten staan een succesvol functioneren niet noodzakelijkerwijs in de weg. Het is geen les die we in de vrieskist kunnen leggen. Turkije heeft nieuwe plannen in de maak om de arm vanuit Ankara nog dieper in de diaspora te steken: directe vertegenwoordiging in het parlement voor buitenlandse stemmers.

Froukje Santing is journalist/publicist en was lange tijd correspondent voor onder meer NRC in Turkije. Floris Vermeulen is universitair hoofddocent en voorzitter van de afdeling politicologie aan de UvA.