Column

Een vernield kindergraf

Een Facebook-bericht uit Susteren bij Sittard: „Vanmiddag is gebeurd waar wij altijd heel bang voor waren...” Marianne Opgenoord beschreef hoe afgelopen zaterdag het graf van haar zoontje Bram op het kerkhof bij de Amelberga-basiliek was vernield. Hoe houten kruisjes en kerkboeken met kaarsen in brand waren gestoken. Haar bericht is de hele week een hit in Limburg.

De vandalen bleken vier jongetjes tussen de negen en twaalf jaar te zijn. Ze trokken met een sigaret in hun mond door het dorp. Ze belden lukraak bij dorpsgenoten aan en boden Lego-autootjes van het graf te koop aan. Een brandweerman sprak ze aan, maar ze negeerden hem.

Toen Marianne en haar man Hans de avond van de vernielingen op het kerkhof aankwamen, stonden er nog twee jongens. Een van negen en een van twaalf. „Wij weten nergens van”, zei de kleinste brutaal.

Marianne is juf van groep 1. „Ik sta 34 jaar voor de klas”, zegt ze als ik haar en haar man Hans in Susteren opzoek. „Hij stond met een stalen gezicht te liegen.”

„Jij bent me veel te bijdehand”, zei Hans streng tegen de kleinste jongen. „Vertel wat je weet.” De andere jongen begon te huilen.

De kleinste jongen begon te vertellen dat zij buiten het kerkhof waren gebleven en dat de andere twee de vernielingen hadden aangericht. „We zijn achter ze aangereden naar hun huis”, zegt Hans. „De jongste sprak op hoge toon tegen zijn moeder.” De moeder reageerde beduusd. „Het is een zaak van de politie”, zegt Marianne. „We zijn naar huis gegaan.”

Het zijn kinderen uit sociaal zwakke milieus, laat de politie weten. Uit gebroken gezinnen. Enkelen van hen gaan naar het speciaal onderwijs. „Ze zijn gevoed”, zegt Marianne, „niet opgevoed. Je hebt toch respect voor dode mensen?”

„Als je kind met zoiets thuiskomt, vraag je je als ouder toch af: wat heb ik al die tijd laten liggen”, zegt Hans. „Het lijkt wel of alles wordt vergoelijkt. Men neemt geen verantwoordelijkheid meer.”

Zelf groeide Hans op tegenover de Amelberga-basiliek. Zijn vader was hoofdonderwijzer. Ik was geen lieverdje”, zegt hij. „Ik ben eens stiekem in de klokkentoren geklommen, maar op het kerkhof kwam je niet.”

Vijftien jaar geleden verloren Hans en Marianne hun oudste zoon Bram, die toen negen jaar was. „Hij geloofde in God”, zegt Marianne. „Een gevoelskind. ‘Ik word nooit groot’, zei hij.” Ze bezoeken dagelijks zijn graf. De politie vroeg gisteren welke straf de vier jongens zouden moeten krijgen. „Een ding”, zei Hans. „Ik zou met ze willen praten.”