Bachs oneindige pianodoolhof

Al in twee dit jaar gepubliceerde Nederlandse romans spelen ze een hoofdrol. De Goldbergvariaties van Bach doken op in Leon de Winters Geronimo, over een door de Talibaan verminkt Afghaans bedelaresje dat in de ban raakt van Johann Sebastian Bachs muziek. En nu is Goldberg van Bert Natter uit, een 560 pagina’s tellend verhaal over de mysterieuze naamgever van het stuk.

En dan komen er ook steeds weer nieuwe opnamen bij. Deze maand verscheen er zowel een van de Franse pianist Alexandre Tharaud als van de Russische, maar in Duitsland opgegroeide pianist Igor Levit (die laatste is echt bedwelmend mooi).

De blijvende aandacht voor de Goldbergvariaties verbaast me niet. De zorgvuldig geordende bundeling van 30 variaties op de baslijn van een aria is zo’n bijzonder werk dat er musici zijn die er bijna hun hele carrière aan wijden. Zo deed de even excentrieke als briljante Canadese pianist Glenn Gould er een heel leven over om de perfecte Variaties vast te leggen – maar ondanks twee legendarische sets (uit 1955 en 1981) die hij samenstelde uit meerdere opnamesessies (en waarop hij zachtjes en vals meeneuriënd te horen is) zou hij nooit volkomen tevreden zijn. Hoe kon hij recht doen aan een werk dat zelf perfect is?

De Goldbergs zijn een ijkpunt voor pianisten. Hoewel ze eigenlijk geschreven zijn voor een klavecimbel met twee toetsenborden: de moderne Steinways waarop meesterpianisten zijn variaties nu spelen zijn prachtig, maar ver verwijderd van Bachs klankwereld. Wat veel mensen niet weten, is dat ze een didactische functie hadden. ‘Clavier Ubung’ (nu schrijven Duitsers Klavierübung, klavieroefening dus) stond op het titelblad van dit werk, dat als een van de weinige van Bachs stukken tijdens zijn leven in druk verscheen.

Het zijn razend moeilijke vingeroefeningen, maar schoolse droge kost is het allerminst. In elke variatie verkent Bach een aspect van het contrapunt: de kunst om meerstemmig te schrijven. Iedere variatie is als een doolhof waarin je eindeloos kunt dwalen. Een doolhof waarin je zoveel schoonheid vindt dat het je uiteindelijk kan opbreken – zie Gould.

Des te opmerkelijker dat de variaties volgens de overlevering als slaapmiddel zouden zijn bedoeld. Volgens Bachs eerste biograaf, Johann Nikolaus Forkel, zou zijn leerling Goldberg (vandaar dus de latere, niet door Bach bedachte naam) de variaties spelen voor een graaf die niet in slaap kon komen. Forkel is de enige bron en omdat de opdracht voor de graaf niet op het titelblad staat en de biografie ruim zestig jaar na de uitgave in 1741 geschreven is, gaan musicologen er nu vanuit dat het een mythe is.

Het zou ook wel respectloos zijn, die machtige Goldbergvariaties als oxazepam avant la lettre. Luister zelf maar: hier is niets slaapverwekkends aan.