‘Argumentatie voor locatiekeuze rechtbank Limburg deugt niet’

Besparen door de rechtbank Limburg te concentreren in Roermond? De cijfers bieden „schijnzekerheid”.

De onderbouwing van de keuze voor Roermond als hoofdvestiging van de rechtbank Limburg deugt niet. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de ondernemingsraad van de rechtbank.

De onderzoekers van bureau TFM uit Utrecht constateren dat er „grote onzekerheden in de gepresenteerde getallen en tijdpaden” zijn. Het is daarom „de vraag of de huidige berekeningen als uitgangspunt voor besluitvorming kunnen dienen.”

De ondernemingsraad heeft over de uitkomsten met het bestuur van de rechtbank gesproken. Over het resultaat zijn geen mededelingen gedaan.

De keuze voor Roermond staat in het Meerjarenplan Rechtspraak van de Raad voor de Rechtspraak. Volgens dat plan moeten zeven van de 32 rechtbanken inkrimpen. Een daarvan is Maastricht.

Voor Limburg zijn twee businesscases gemaakt door het Rotterdamse bureau LSa. Daaruit bleek dat een hoofdvestiging in Roermond en een bijkantoor in Maastricht een besparing van 1,3 miljoen euro per jaar oplevert. Een hoofdkantoor in Maastricht zou 2 ton besparen.

TFM zegt in zijn „second opinion” dat de in de businesscases gebruikte getallen een „schijnzekerheid” bieden. Of de besparingen gerealiseerd worden, is „onzeker”. Risicoanalyses ontbreken. Kritiek heeft TFM ook op de beperkte opdracht. Die ging uit van een hoofdkantoor en nevenlocatie, terwijl een bredere vraag ook andere oplossingen had kunnen opleveren. „Door het standpunt van de raad [is] de afstoot van Annadal onafwendbaar.” Annadal is de locatie in Maastricht.

Interne stukken van de Raad lieten vorige week zien dat het rechtbankbestuur al gekozen had voor Roermond voordat LSa in november 2014 begon aan de eerste businesscase. Onderzoek van deze krant wijst nu uit dat het rechtbankbestuur LSa al één jaar eerder, oktober 2013, een quick scan heeft laten maken voor concentratie in Roermond. LSa nam contact op met Hans Groeneweg, eigenaar van een aan de rechtbank grenzend kantoorpand. Dat gebeurde nadat bekend werd dat de Belastingdienst het pand ging verlaten.

Roermond en Maastricht staan tegenover elkaar in deze kwestie. Volgens Maastricht had Roermond „voorkennis” van de plannen. Roermond ontkent. Nu blijkt echter dat toenmalig burgemeester van Roermond Peter Cammaert in augustus 2013 contact zocht met eigenaar Groeneweg van het Belastingpand. Groeneweg: „We kennen elkaar. Hij belde en vroeg: Hans, zullen we eens een kopje koffie drinken.”

Volgens Roermond ging het om een „kennismakingsgesprek” in het stadhuis. Later volgden gesprekken met ambtenaren. Groeneweg meldde daarin dat hij de rechtbank wilde hebben. Maar die mededeling „heeft verder in de gesprekken geen vervolg gekregen”, zegt de gemeente nu.