Column

Aan export van diensthonden naar Israël moet einde komen

Dat Nederland kennelijk al jaren de export van diensthonden naar Israël toelaat, mag op zijn minst verbazingwekkend heten. Zoals deze week beschreven is een bedrijf in het Brabantse Geffen al jaren vaste leverancier van getrainde honden voor het Israëlische leger. Die honden worden gebruikt in bezet Palestijns gebied – en niet als gezelschapsdier. De honden worden er ingezet als intimidatie- en geweldsmiddel tegen de Palestijnse bevolking, bij huiszoekingen, controles op explosieven, aanhoudingen en het terugdringen van menigten.

Intussen hanteert het Nederlandse kabinet conform Europese afspraken strenge beperkende regels bij het uitvoeren naar Israël van strategische, militaire of zogeheten dual use-goederen, die zowel civiel als militair ingezet kunnen worden. Daarbij is het politieke uitgangspunt dat er geen goederen worden geleverd die gebruikt kunnen worden bij mensenrechtenschendingen. Nederland levert mede daarom ook niet direct aan het Israëlische leger. Officieel (en terecht) schippert Den Haag tussen het recht van Israël op veiligheid en de noodzaak van een onafhankelijke democratische Palestijnse staat waarmee vreedzaam kan worden samengeleefd. Een doel dat overigens verder weg dan ooit lijkt.

Op de lijsten van goederen met exportbeperkingen die bij dit tweesporenbeleid horen komen diensthonden niet voor. In Nederland worden diensthonden zowel bij defensie als politie juridisch zonder meer beschouwd als potentieel ‘geweldsmiddel’. Toch worden honden ook in de Wet Wapens en Munitie niet vermeld. Het lijkt erop dat de wetgever hier een lacune liet bestaan.

Anders gezegd: kabinet en Kamer hebben niet opgelet en een onwenselijke exportpraktijk mogelijk gemaakt. Binnen de kaders van het Europese restrictieve beleid kan Den Haag zonder probleem de lijst dual use-goederen uitbreiden met diensthonden. Juridisch noch politiek hoeft dit een grote stap te zijn. Op YouTube kan iedereen zelf vaststellen hoe de Palestijnse bevolking wordt belaagd met deze honden. Er is weinig twijfel aan de vraag of sprake is van een wapensysteem en dus van defensiematerieel. Aan deze door Nederland toegelaten praktijk hoort een spoedig einde te komen.

Intussen kan de vraag of het beleid van Israël in de bezette gebieden steun verdient, ook heel goed door de handelspartners zelf worden beantwoord. Eerder zagen PGGM, Royal Haskoning en Vitens af van samenwerking met Israël. Het Geffense bedrijf zag het probleem niet, maar de concurrent uit Valkenswaard wel. Dat laatste bedrijf verdient dus een compliment. Geen betere regulering dan zelfregulering. Zeker als de officiële regels tekortschieten.