Over de haag

Betere verkiezingen

Het Europees Parlement stemt vandaag over een plan dat menig Europeanenhart moet terugveroveren. Het gaat om een lijstje voorstellen die de Europese verkiezingen aansprekender en meer uniform moeten maken. Zo moeten de logo’s van Europese politieke partijen op de stembiljetten komen – voor de herkenbaarheid. Er moet een verplichte kiesdrempel komen om versnippering tegen te gaan. De verkiezingen moeten in elk land op zondagavond om 21.00 uur eindigen. Dat betekent in de praktijk dat de verkiezingen ’s zondags gehouden moeten worden, terwijl in Nederland Europese verkiezingen altijd op donderdag zijn. En gendergelijkheid op de kieslijsten wordt verplicht, bijvoorbeeld „door middel van om-en-omlijsten”.

De Kamer zegt nee

Dit plan is te bedisselend en grijpt te vergaand in in de nationale aangelegenheid die verkiezingen zijn, vinden de eurokritische partijen in de Tweede Kamer. De samenstelling van een kieslijst, daar gaat niet Europa maar elke politieke partij zelf over, zegt de SP. „Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement kiezen wij onze eigen vertegenwoordigers. Dat moeten wij op onze eigen manier doen”, zegt Ronald van Raak. Dito geluid vanuit de VVD. Joost Taverne: „Dit is nou typische Brusselse regelzucht en bemoeizucht bij een inherent Nederlandse aangelegenheid.”

Dit keer zijn ze op tijd

We moeten er dit keer vroeg bij zijn, dachten de Tweede Kamerleden. Vanmiddag vragen ze, meteen na de stemming in Straatsburg, minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) om zijn standpunt hierover. Dat lesje hebben ze geleerd uit 2012. Toen lag in Brussel het plan dat politieke partijen aan bepaalde voorwaarden moesten voldoen om erkend te kunnen worden als Europese politieke partij – en dus om subsidie te krijgen. Dat vond de Kamer ook niks, maar Plasterk heeft zich toen niet echt tegen die plannen verzet.

Plasterk wil niet

Over dit plan mogen alle EU-ministers nog hun mening geven en alle nationale parlementen moeten nog instemmen. Maar Plasterk koos nog geen partij en schreef de Kamerleden alleen een procedureel briefje. Eerst de stemming in Straatsburg maar eens, dan zou de minister verder zien. Bovendien, schrijft hij: Nederland is de eerste helft van 2016 voorzitter van de Raad van de EU. De voorzitter „heeft vooral de rol van betrouwbare en efficiënte bemiddelaar die compromissen smeedt tussen lidstaten, de Raad, Commissie en Parlement”. Die redenering volgend mag Nederland de komende maanden nergens wat van vinden.